Kat in de lunchroom

Losgebroken leeuwen in het centrum van Heerenveen, een schapen verscheurende wolf in Zeeuws-Vlaanderen. De wildernis blijkt ook in deze moderne tijd nog niet geheel onderworpen. Het bericht over de wolf en de bange boeren in Nederland zal de Engelse auteur Martyn Bedford aangenaam hebben verrast. Zijn nieuwste boek Black Cat draait om het ongeloof van mensen dat er tegenwoordig nog wilde dieren zijn die veestapels bedreigen.

Ook in Black Cat zijn er slapeloze boeren die 's nachts hun kuddes gaan controleren op aanvallen van een woest beest. Een grote, zwarte-katachtige verschijning, dat is wat ooggetuigen op de Engelse moors gezien menen te hebben. Het beest trekt de aandacht van de excentrieke natuurvorser Ethan, die op zijn beurt de aandacht trekt van een jonge vrouw, Chloe – zonder puntjes. Chloe is een voormalige `eco-warrior', ze probeerde samen met een stel mensen op militante manier de aanleg van een snelweg tegen te houden. Inmiddels heeft ze zich van de groep teruggetrokken en werkt ze als serveerster. Maar haar dreadlocks en voorkeur voor zwarte kleren heeft ze behouden.

Bedford schetst al snel een duidelijk beeld van deze hoofdpersoon: alternatief, eigenzinnig en, naar het lijkt, met een geheim. Want waarom werkt dit onafhankelijke type in een naar uien stinkende lunchroom? Dat geheim lijkt iets te maken te hebben met haar moeder en hun gedeelde talent: wichelen. Chloe spoorde met haar pendule moeiteloos het lek op in een waterleiding van de lunchroom. Nu zet ze hem in voor de zwarte kat.

De lezer leert van alles over het hoe en waarom van wichelen. Dat heeft Black Cat gemeen met Bedfords vorige boek, The Houdini Girl (1998). Daarin was de hoofdpersoon goochelaar van beroep, en weidde Bedford uit over allerlei trucs. Ook in dat boek waren de vrouwelijke personages markant en eigengereid. Maar afgezien van de goocheltrucs was de plot van The Houdini Girl de moeite waard. Bij Black Cat wringt het een beetje. Een wild beest in de beschaafde wereld is mooi in het journaal, maar als hoofdpersoon van een thriller toch te tam. Dat besefte Bedford ook, en hij verlegt zijn aandacht van het te vangen roofdier al snel naar de relatie tussen de twee speurders: de onaangepaste Ethan in zijn caravan en de stoere Chloe.

Tussen die twee weerbarstige geesten ontwikkelt zich een vaag erotisch verlangen. Maar omdat het verhaal wordt verteld vanuit Chloe is de lezer onwetend over de heftigheid van Ethans affectie. Dat hij tegen het eind plotseling de hele zoektocht naar de zwarte kat opzij schuift voor een mislukte verkrachting is daarom niet te volgen. De geheimzinnige achtergrond van de twee personen wordt bovendien niet verder uitgewerkt. Dat is een groot gemis. In dit originele, knoestige verhaal hoop je op een apotheose, waardoor de waarschijnlijk mythologische kat en zijn twee belagers hun wederzijdse raison d'être zouden vinden. Dat gebeurt niet. Als zwaktebod introduceert Bedford nog een `normale' natuurliefhebber die er met Chloe vandoor gaat.

Bedford doet zichzelf tekort, want hij is een groot schrijftalent. Hij verwerkt zijn – waarschijnlijk – persoonlijke voorkeur voor de maatschappelijk onaangepasten in nauwkeurige maar muzikale taal, met veel smakelijke beschrijvingen en bijvoeglijke naamwoorden. Zijn scherpe stijl en sympathie voor de outsider komen samen op het moment dat Chloe voor het eerst Ethan ontmoet. Haar baas stuurt haar naar hem toe, en de manier waarop hij dat doet wekt haar belangstelling. `Something in his eyes and in the emphasis on ``punter' snagged her interest. Disdain. Like the customer wore a pink tutu, or had a bottle of meths jutting out of his pocket'. Dat klinkt fris voor een provinciaalse Engelse lunchroom.

Martyn Bedford: Black Cat. Viking, 232 blz. ƒ34,-