Gemorrel aan de vaste boekenprijs moet stoppen

Onder de tegenstanders van de vaste boekenprijs heeft zich nu ook minister Jorritsma geschaard. Zij roept uitgevers op te opereren `onder de tucht van de markt' maar heeft geen idee waarover zij het heeft, meent Wouter van Oorschot.

Je wordt er zo moe van: kinderen die hun zin niet krijgen omdat zij doodgewoon onredelijk zijn, toch niet vatbaar blijven voor rede en dus maar blijven drenzen en zeuren. Nu is het weer de minister van Economische Zaken, Annemarie Jorritsma, die als zoveelste in een lange rij met een allang uitgekauwd en ontzenuwd argument reclame maakt voor de schraapzucht van de tegenstanders van de vaste boekenprijs.

In haar op 18 december gehouden toespraak tijdens een bijeenkomst van het Nederlandse Uitgeversverbond hield zij de branche voor dat deze zich moest afvragen of de vaste boekenprijs wel echt nodig is om de huidige pluriformiteit in en beschikbaarheid van het boekenaanbod te bewaren. Citaat: ,,Je kunt je bovendien afvragen of het wel eerlijk is dat mensen met lagere inkomens die vooral populaire boeken kopen meebetalen aan boeken die mensen met hogere inkomens aanschaffen. Zelf ben ik daar niet zo zeker van.''

Waar en wanneer hebben we dit prakje eerder opgediend gekregen? In de zomer van 1999 stelde voorzitter Felix Cohen van de Consumentenbond, dat het niet eerlijk is ,,dat het grote publiek moet betalen voor het instandhouden van een breed aanbod waar het toch geen interesse voor heeft.'' De voorzitter van een organisatie die in het leven is geroepen om het publiek tegen het bedrijfsleven in bescherming te nemen en een minister, afkomstig uit een politieke partij die als boegbeeld van datzelfde bedrijfsleven in de regering is geparachuteerd: verbazender kan dit verbond nauwelijks zijn.

Hoe lang nog moet telkens opnieuw aan de rem getrokken worden? Wanneer houden de zeurpieten nu eindelijk eens op met steeds weer proberen om de brede consensus die in Nederland en in toenemende mate daarbuiten over het nut van de vaste boekenprijs bestaat, onderuit te halen? Goed dan Annemarie, u uw zin, we zullen het blijven uitleggen, net zolang tot ook u eindelijk snapt hoe dat zit met merit goods. Leest u het nog eens uitgebreider na in het in 1999 van mijn hand verschenen geschrift `De vaste boekenprijs en de losse flodders van de Consumentenbond'.

In 1903 door uitgevers en boekhandelaren ingesteld, werd de vaste boekenprijs nadien keer op keer bevestigd door een ruime meerderheid van onze volksvertegenwoordiging, die ervan overtuigd was en bleef dat de cultuur-politieke voordelen ervan opwogen tegen de economische nadelen ervan voor het publiek. Dat die voordelen alles te maken hebben met waakzaamheid ten opzichte van machthebbers die vinden dat de waarde van het geschreven, gedrukte en gelezen woord maar betrekkelijk is, zal duidelijk zijn. Dit woord is machthebbers namelijk principieel onwelgevallig want zodra het zich tegen hen keert, vrezen zij het omdat het door hun tegenstanders gelezen kan worden en zo een bedreiging vormen voor hun macht. Daarom kreeg in 1967 het boekenvak, in tegenstelling tot vrijwel alle andere branches, ontheffing van het verbod op verticale prijsbinding. Deze werd nog in 1997 door Jorritsma's als modern te boek staande voorganger Wijers bevestigd tot het jaar 2005. Ten slotte verklaarde de Europese Commissie in september dat die vaste prijs voor het in Nederland uitgegeven boek ten principale een interne Nederlandse aangelegenheid is.

Onderzoek wijst keer op keer uit dat tweederde van de boekenlezers voorstander is van handhaving van die vaste prijs. Nederlanders staan daarin niet alleen. In Duitsland bestaat sinds jaar en dag een soortgelijk systeem als bij ons, terwijl de vaste boekenprijs in Frankrijk (1981) en Spanje (1990) zelfs bij wet geregeld is. Ten slotte wint de roep om die vaste prijs ook in het als notoir onverschillig bekendstaande België steeds meer aan kracht. Maar nee, als een heuse Juffrouw Ooievaar kwekt minister Jorritsma haar zegje mee in het koor van Consumentenbond, Free Record (!) Shop, internetboekhandelaar Praxis en anderen, die allen van mening zijn dat boekenvakkers, net als andere ondernemers, `gewoon onder de tucht van de markt moeten opereren' en bestsellers afwisselen met `kleine pareltjes' en `jong talent'.

Dat de kwestie tenminste tot 2005 door haar voorganger is vastgelegd, daaraan heeft de minister geen boodschap: `Wees geen struisvogel maar een ondernemer'! zo roept zij het boekenvak toe. Let wel: en dit tegen een branche die sinds de opkomst van de boekdrukkunst meer dan 500 jaar geleden in geen enkel ander land zo'n constante is geweest als in Nederland. Je moet maar lef hebben.

,,Je kunt je afvragen of het wel eerlijk is dat mensen die zich niet voor voetbal interesseren moeten meebetalen voor politietoezicht bij voetbalwedstrijden. Ik heb daar zo mijn twijfels over.'' Aldus voorzitter Eendje Kwak van de Lezersbond tijdens een hoorzitting van de vaste Kamercommissie voor Politie en Justitie in oktober vorig jaar. Een kortzichtig en zelfs gevaarlijk standpunt, zoals ieder weldenkend mens zal beamen. De gelijkenis met het standpunt van de minister (zie boven) is treffend en haar standpunt is minstens zo kwalijk. Het is het argument van de cultuurbarbaar in schaapskleren die zijn deuntje meeblaat met de andere wolven in het boekenbos, zoals platen verkopers, opkopers van oud papier en landelijk opererende kruideniers.

Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen. Een minister die uitgevers oproept om te opereren `onder de tucht van de markt' en hun bestsellers af te wisselen met `kleine pareltjes' en `jong talent', die weet niet waarover zij het heeft. Iedereen, zelfs tweederde van de Nederlandse boekenlezers, begrijpt dat die `pareltjes' en dat `jong talent' nu juist in grote verscheidenheid kunnen worden uitgegeven en te koop aangeboden dankzij de winst die uitgevers en boekhandelaren maken op de bestsellers die zij tegen de vaste prijs verkopen. Hef die op en de marges op de bestsellers zullen als sneeuw voor de zon verdwijnen zodat de parels en het jong talent het nakijken hebben.

Voorts zullen talloze kleine en zelfstandige boekhandelaren het loodje leggen omdat zij niet op hetzelfde niveau kunnen prijsstunten als de grote winkelketens. In talloze dorpen en kleine steden zullen hele generaties opgroeien die niet beter weten dan dat je in de supermarkt een keuze hebt uit maximaal twintig bestsellers in het grappige genre van `Hoe houdt u het uit met uw neurotische kat'? waartussen een `literaire roman' van een bekende Nederlander. Het boek als cultuurgoed? Het boek als pijler van een democratie die door kritisch denkende mensen gestalte wordt gegeven?

Frits Bolkestein, Jorritsma's grote voorbeeld, liet jarenlang aan eenieder die het maar horen wilde weten dat hij geen intellectueel was. Toen al voelde je dat hij niet loog en toch geloofde je hem niet. Jorritsma is zijn tovenaarsleerling. Als Hebzuchts boegbeeld plengt zij krokodillentranen voor mensen met lage inkomens in plaats van die mensen aan een fatsoenlijker inkomen te helpen. Wij behoeven Jorritsma niet te geloven om te weten dat zij die mensen in wezen minacht en hun intellectuele vorming eigenlijk maar lastig vindt: laat hen maar `populaire' boeken lezen. En weet je wat? Ze hoeven die boeken niet eens te kopen: hebben we bibliotheken of niet soms?

Wouter van Oorschot is uitgever.