Eilandjes

Deze week heeft columnist J.A.A. van Doorn in HP/De Tijd afscheid genomen met een essay over de column. Hij neemt geen afscheid van zijn column, want die zet hij gewoon voort in Trouw, maar hij neemt afscheid van HP/De Tijd. Over het algemeen kan ik Van Doorns stukjes wel waarderen, maar dit essay is wel erg ouwemannenachtig. Het mist ook de originaliteit van een goede column. Eigenlijk herhaalt Van Doorn over het onderwerp alleen maar wat er de laatste jaren tot vervelends toe over is gezegd en geschreven: er zijn te veel columnisten, er is een zondvloed aan columns, het zijn allemaal gemakkelijke meninkjes en al die stukjes gaan veel te veel over de stukjesschrijvers zelf.

Erg gemakkelijk allemaal. Het is ook oer-Hollands om af te geven op een genre dat je zelf bedrijft. In zijn essay lijkt Van Doorn vooral een dikke BMW-rijder die zich er over opwindt dat er ook nog Opeltjes en Fiat Panda's op de weg zijn. Zo'n houding duidt toch op gebrek aan talent. Mulisch heeft eens gezegd dat hij als hoogste bergtop alleen maar blij is dat zich om hem heen ook nog kleine bergjes, ja zelfs heuveltjes, bevinden. Dus zeur niet zo en sla je eens op de borst als de beoefenaar van een gerespecteerd genre.

In kranten waarvan je tegenwoordig hele katerns ongelezen kunt weggooien, zijn columns vaak eilandjes van leesbaarheid. Dat viel mij weer op naar aanleiding van de bedreigingen die Barend en Van Dorp de laatste dagen ten deel vallen. De kranten geven je het gevoel dat het hier om een typische columnistenkwestie gaat. De hoofdartikelen behandelen allemaal zaken van een groter geacht belang: de voetbalrellen in Den Bosch, de wilde staking bij de spoorwegen en het gevaar dat Libelle en Margriet, die prachtbladen van de VNU, in Duitse handen zullen vallen. Barend en Van Dorp, dat is niet het echte werk, hoogstens even een speeltuin van de opinievorming.

Toch heb ik het gevoel dat er iets onheilspellends gebeurt, want anders dan een directe aantasting van de rechtsstaat kun je het niet noemen. Naar mijn eigen columnistenervaring is het 25 jaar geleden begonnen, niet met de grote maar met de kleine criminaliteit. Ik weet nog dat voor de zoveelste keer mijn fiets was gestolen en ik aangifte wilde doen bij de politie. Waar ik toen het meeste van heb opgekeken, was niet eens die zoveelste gestolen fiets, maar het antwoord van de dienstdoende agent die proces-verbaal moest opmaken: ,,Ach mijnheer, dan steelt u toch gewoon een andere fiets terug.''

Barend en Van Dorp worden als bekende Nederlanders geacht meer te kunnen verstouwen dan de gewone voorbijganger, maar nu lees ik in een van de verslagen dat nog onlangs diezelfde gewone voorbijganger door vier leden van een of andere niet-criminele motorclub in elkaar is geslagen en dat de politie daarna wegens het gevaar van represailles heeft aangeraden geen aangifte te doen. Die raad kan ik mij voorstellen, zoals ik het ook verstandig vind dat Barend en Van Dorp zelf geen aangifte hebben gedaan, maar daarna hadden politie en justitie natuurlijk als de wiedeweerga in actie moeten komen om arrestaties te verrichten.

Het kan gebeurd zijn, maar daarover lees je weinig. De laatste jaren, zo hoorde ik Patijn in zijn nieuwe rol van oud-burgemeester zeggen, heeft men zich bij politie en justitie vooral geconcentreerd op drugsbaronnen en Joegoslaven, waarbij niet-criminele motorclubs even vergeten zijn. Ik was blij dat ik niet op de plaats zat van de oud-burgemeester, want ik hoorde al hoe er aan zijn deur werd gerammeld.

Het neerpaffen en uit de weg ruimen is de laatste tijd wel erg in de mode. Onlangs moest ik als invloedloze columnist voorlezen in een studentensociëteit, toen tegelijkertijd in het Japanse restaurant ernaast drie personen werden neergeknald. Binnen heb je de lachers op je hand en buiten hoor je de ambulances met loeiende sirene langsrijden. Het was een gezellige avond en toen ik nog van niets wetend weer buiten stond, viel het mij wel op dat het trottoir voor de Japanner keurig was geschrobd. Drs. P. heeft eens een liedje geschreven over een commensaal die allerlei meisjes vermoordt, en waarvan de laatste regel luidt: `Zo'n juffrouw hoort in het kanaal, maar niet bij ons in 't trapportaal.' Dat is nu werkelijkheid geworden.