De vloek van Lord Baltimore

De uit New Foundland afkomstige auteur Wayne Johnston schreef na zijn bestseller `Kolonie van onvervulde dromen' een meesterlijk boek op de grens van historie en fictie.

De titel van Wayne Johnstons nieuwe boek verwijst naar een huis dat maar één winter lang bewoond werd: de mansion die Lord Baltimore in de jaren twintig van de zeventiende eeuw liet bouwen op New Foundland, als basis voor een daar te stichten katholieke kolonie. Een statig herenhuis werd het, dat de glorie moest onderstrepen van deze godsvruchtige onderneming. Maar Baltimore had zich verkeken op de barbaarsheid van de winters op dat eiland. De zwaarste winter die de Britse kolonie ooit had gekend raasde rond het huis. De storm blies alle vuren uit, en dat wat nog aan bleef werd gedoofd door smeltsneeuw uit de schoorstenen. Binnen enkele weken na aankomst was een kwart van Baltimore's medekolonisten al aan scheurbuik, honger of kou bezweken. In totale duisternis, ingepakt in alle beschikbare kleren en kleden, zat men de resterende wintermaanden uit. Iedereen kreeg van de meegereisde priesters het laatste oliesel toegediend, iedereen schreef zijn testament, met als belangrijkste wens dat zij als katholieken begraven zouden worden.

Na die ene rampwinter hield Baltimore het voor gezien. Hij keerde terug naar Engeland en maakte plannen voor een volgende kolonie verder naar het zuiden, in een gematigder klimaat, in wat later de Verenigde Staten zouden worden en waar nu Maryland ligt. De hoofdstad van die staat draagt nog steeds zijn naam, hoewel hij stierf voor hij er ooit een voet kon zetten. Van de Mansion op New Foundland is niets meer over, `razed by pirates, Protestants, weather and decay'.

Het is niet voor niets dat dit boek deze titel draagt, want Baltimore's lot rustte als een metaforische vloek op de geschiedenis van het eiland. Baltimore's vertrek, zo schrijft Johnston, was `the first abandonment, the first admission of defeat. They were the first to pack up and leave everything behind. They blazed a trail of retreat that many after them would follow.' Velen, inclusief auteur Wayne Johnston zelf, geboren en getogen op New Foundland maar al sinds zijn 23ste woonachtig op het Canadese vasteland.

Ondubbelzinnig

Zijn roman Kolonie van Onvervulde Dromen, een boek met de weinig heldhaftige premier Joe Smallwood als hoofdpersoon maar met als eigenlijke centrale karakter dat eiland zelf, had in enkele landen, waaronder Nederland, een flink succes. Al vrij kort na die roman keert Johnston nu terug naar het verdoemde eiland van zijn jeugd met dit autobiografische boek.

Johnston is hier nog ondubbelzinniger dan tevoren over de feitelijke onleefbaarheid van zijn geboorteplek. Vanwege klimaat en geografie is New Foundland, zo schrijft hij in een hilarische opsomming, `ideaal geschikt voor het produceren van alcoholisten, koninklijke commissies, sneeuw, onoplosbare raadsels, zelfbeklag, muggen en zwarte vliegen, minderwaardigheidscomplexen, grootheidswaan, primitieve ironie, machteloze kwaadaardigheid, ongegrond optimisme, volstrekt gerechtvaardigde wanhoop, sterke verhalen, luchtkastelen, kanonnenvoer, kinderen die een onnatuurlijke gelijkenis met hun grootouders vertonen, uitgewekenen.'

Maar hij is er nu eenmaal geboren, en zijn afkeer legt het ruimschoots af tegen zijn poëtisch verwoorde compassie en de intense maar toch ingetogen geuite affectie voor zijn ruime familie.

Als een dikke rode draad loopt door het boek de gebeurtenis die de recente geschiedenis van New Foundland beheerst, het referendum van 1948 dat tot aansluiting bij Canada leidde. Voor- en tegenstanders werden tot erfvijanden, de haat trok diepe sporen dwars door families heen. Een van de mooiste hoofdstukken in het boek is de beschrijving van een familiereünie, bijna twintig jaar later, waar blijkt dat de tijd allerminst de wonden heeft geheeld. Johnstons kracht schuilt erin dat hij, hoe hilarisch de vertoning ook, zich nergens verder laat gaan dan een milde ironie. Dat geldt ook voor zijn relaas van de treintocht die hij met zijn vader maakte dwars over het eiland, kort na de introductie van de eerste buslijn. De reis was niets minder dan een politieke daad van nationalisme: de bus werd immers gezien als het vervoermiddel van dezelfde pragmatici die de onafhankelijkheid aan Canada hadden verkwanseld.

Wat helpt is dat Johnston het boek uiterst levendig houdt door zich niet aan de orthodoxe chronologie te houden. Daarnaast laat hij zijn perspectief wisselen naar dat van zijn vader en grootvader, op die momenten waarop de ik-figuur logischerwijze geen toeschouwer kan zijn. Het levert enkele van de meest ontroerende hoofdstukken op; vooral het hoofdstuk waarin hij zijn vader portretteert als de reizende inspecteur die de visverwerking in doodarme kustplaatsjes moet keuren (en niet zelden afkeuren), is soms bijna te pijnlijk om te lezen.

Johnston maakt van de lijn van grootvader naar vader naar zoon de tweede verhaallijn van het boek. Hij schrijft zo een mooie informele, persoonlijke geschiedenis, maar het nadeel dat deze benadering met zich meebrengt is dat hij op enkele plekken een al te gedwongen literaire parallel probeert te construeren tussen het afscheid tussen grootvader en vader enerzijds en dat tussen vader en zoon (de auteur) anderzijds. Er steekt veel suggestie in het onbesprokene tussen de generaties, maar nergens benaderen deze scènes de dramatische kracht van de werkelijke hoogtepunten van het boek.

Affectie

Baltimore's Mansion is een boek dat gemakkelijk grijs en grimmig had kunnen worden, vooral daar waar keer op keer de essentiële, onbeantwoorde vraag doorheen schemert: wat doen mensen zich aan, een leven proberen vol te houden temidden van zoveel ontbering? Maar wat Johnston aan verbetenheid voelt is overal gemaskeerd door zijn onmiskenbare affectie. Met de afstand in tijd en plaats die hij zichzelf heeft gegund is hij erin geslaagd New Foundland met een vaak zeer indringende beeldenrijkdom te portretteren. De beschrijving van de drijvende huizen, waarmee koppige landverhuizers van de ene onherbergzame plek naar de volgende iets minder onherbergzame plek varen, is in dat opzicht een hoogtepunt.

Ik moet eerlijk opbiechten dat ik, na lezing van zijn bestseller Kolonie van Onvervulde Dromen (en met veronachtzaming van zijn roman The Divine Ryans) heimelijk van mening was dat Johnston de auteur van één boek was. Baltimore's Mansion toont aan dat dat een grote misvatting was; verlost van de verplichting het moeizaam begaanbare pad op de grens van historie en fictie te begaan, heeft hij een meesterlijk boek geschreven dat die roman in meerdere opzichten overtreft.

Met New Foundland is het overigens ook nog redelijk afgelopen. Met de visvangst en de zeehondenjacht is ook de bitterste armoede verdwenen; gas en witte steenkool bezorgen de taaie achterblijvers heden zelfs iets van comfort en welvaart.

Wayne Johnston: Baltimore's Mansion.

Anchor Books, 272 blz. ƒ44,95