`Bij Lotto in jaren '90 zwart geld en doping'

In de wielerploeg van Lotto, de nieuwe werkgever van de Nederlandse sprinter Jeroen Blijlevens, werd in de jaren negentig doping gebruikt en met zwart geld gewerkt. Dat verklaarde gisteren Laurent Van Brussel als oud-verzorger van de ploeg, een dag nadat voormalig Lotto-ploegleider Jean-Luc Vandenbroucke door Justitie in Doornik in staat van beschuldiging is gesteld voor valsheid in geschrifte.

De strafzaak tegen Vandenbroucke is een uitvloeisel van het dopingonderzoek dat begon toen de Oezbeekse Lotto-sprinter Djamolidin Abdoesjaparov in de Tour de France van 1997 positief werd bevonden op het gebruik van het preparaat clenbuterol. Van Brussel, bij Lotto in dienst sinds 1990, werd toen ontslagen omdat hij Abdoesjaparov van een preparaat met clenbuterol had voorzien. Destijds is hij ook uitvoerig verhoord, maar hij werd nauwelijks serieus genomen. Dat veranderde in de afgelopen weken doordat anderen in de afgelopen weken ook belastende verklaringen tegen Vandenbroucke aflegden. Nog voordat de Festina-affaire losbarstte, in de Tour van 1998, vertelde Van Brussel aan de Belgische justitie dat er veel EPO in het peloton werd gebruikt.

,,Als ze daarom vroegen, diende ik de renners doping toe'', zei oud-verzorger Van Brussel gisteren in de Gazet van Antwerpen. ,,Toenmalig ploegleider Vandenbroucke was op de hoogte. De facturen gingen rechtstreeks van de apotheek naar hem.'' Op de vraag om welke middelen het ging, zei Van Brussel gisteren tegenover Belgische verslaggevers dat het middelen betrof die op de verboden lijst staan en die niet op te sporen zijn. EPO heeft Van Brussel naar eigen zeggen nooit toegediend en hij heeft ook nooit gezien dat renners het middel gebruikten. ,,Ik hoorde voor het eerst van EPO bij Lotto in 1996. Renners hadden het zelf bij zich, maar georganiseerd gebruik zou ik het niet noemen.'' Belgische kranten meldden eerder deze week dat Justitie wel aanwijzingen heeft dat dopinggebruik bij Lotto centraal geregisseerd was.

Volgens Van Brussel was er ook sprake van een `zwartwerkcircuit' bij Lotto. Hij werd naar eigen zeggen zelf een tijdlang in het zwart uitbetaald.

Vandenbroucke – een oom van wielrenner Frank Vandenbroucke – wordt beschuldigd van valsheid in geschrifte en gebruik van valse stukken. In mei werd hij al uitvoerig ondervraagd door het parket in Doornik, nadat de politie invallen had gedaan bij zijn bedrijf VDB Promotions in Moeskroen, zijn managementbedrijf dat de wielerploeg van Lotto runde. De Waalse oud-renner ontkent de beschuldigingen en is van mening dat ,,personen uit het wielermilieu'' tegen wie hij als ploegleider sancties heeft getroffen `revanche' op hem proberen te nemen. Hij zou juist ,,met de grootste verbetenheid'' de strijd hebben aangebonden met dopinggebruik, zei hij in mei.

Al eerder werd Vandenbroucke om politieke redenen ontslagen bij de formatie van kopman Andrei Tsjmil. In de Ronde van Frankrijk zat hij achter het stuur van een wagen van de Société du Tour de France, in verband met opnamen voor een film over het honderdjarig bestaan (in 2003) van de Tour.

,,We zullen een evaluatie maken en de gepaste maatregelen nemen'', zei gisteren een woordvoerder van de Nationale Loterij, hoofdsponsor van de ploeg. Lotto werkt met gemeenschapsgeld. Nadat de Nationale Loterij had overwogen uit het wielrennen te stappen, werd in juni besloten nog twee jaar door te gaan. Een maand eerder stelde de Nationale Loterij zich op het standpunt dat Vandenbroucke met zijn bureau zelf verantwoordelijk was voor het `reilen en zeilen' van de ploeg.

Volgens Willy Voet spreekt Van Brussel `tuurlijk' de waarheid. ,,Hij deed zijn werk, net als ik, anders werd hij ontslagen'', zei de oud-verzorger van Festina. ,,Ik heb hem nooit gezien, maar ik geloof hem: je moet uitslagen rijden of anders gooien ze je eruit. Of hij me ooit om raad heeft gevraagd inzake doping? Misschien wel. Allez, dat zal wel.'' Vanmiddag zou in de Noord-Franse stad Lille uitspraak worden gedaan in het Festina-proces waarin Voet een van verdachten is. Tegen hem is een voorwaardelijke gevangenisstraf geëist van veertien maanden en een geldboete van tienduizend gulden.