Zwerfkat is soms beter af op straat

In zijn column van 11 december beschrijft Frits Abrahams hoe hij op een donkere zaterdagochtend kleumend op straat staat om te helpen bij het vangen van een zwerfkat. Een nobele daad waar ik niets aan toe te voegen zou hebben, ware het niet dat deze stichting op een negatieve manier ter sprake komt.

De Stichting Amsterdamse Zwerfkatten (SAZ) vangt, steriliseert en castreert inderdaad wilde en verwilderde katten en brengt ze weer terug naar de plaats waar ze vandaan komen mits, en uitdrukkelijk mits, ze niet socialiseerbaar zijn. Als het om een halftamme kat gaat wordt er bij de Dierenkwijtlijn of Amivedi onmiddellijk gecheckt of er een kat die aan het signalement beantwoordt als vermist staat geregistreerd: zo ja dan gaat het dier terug naar de eigenaar, zo nee dan gaat het naar één van de asiels, voor resocialisering en herplaatsing bij particulieren. Dit alles gebeurt met de grootst mogelijke zorgvuldigheid, waarbij we durven te stellen dat we genoeg ervaring hebben om de graad van verwildering te beoordelen.

In het geval van écht wilde katten kijken we heel goed naar de situatie ter plaatse, bijvoorbeeld of er iemand in de buurt bereid is de kat te blijven voeren. Het waarom van de castratie/sterilisatie zal duidelijk zijn – de aanwas van de populatie op een diervriendelijke manier beperken –, en de in de column aangeduide tipping (wegnemen van een flardje van het linker- of rechteroor, al naar het geslacht van de kat) heeft ook een goede reden: als het dier zich bij een volgende vangactie opnieuw in de kooi waagt kunnen we het verdere stress besparen door het direct weer vrij te laten. Een ander voordeel is dat we de mensen die de kat bij ons melden kunnen vragen op dit kenteken te letten, zodat we misschien niet eens in actie hoeven te komen.

Ten aanzien van het katje uit de column is het aannemelijk dat we ons, ten tijde van de terugplaatsing, er juist van vergewist hebben dat het door buurtbewoners zou worden gevoerd. Als het in de loop der jaren werkelijk zo tam is geworden als genoemde Ronald en Marianne veronderstellen, is het beslist zinvol het in huis te nemen en verder te socialiseren. Maar als het daarvoor toch te wild blijkt, wat is er dan op tegen het op z'n vertrouwde plekje in vrijheid te laten, zolang het hier en daar te eten krijgt?