Wie luistert nog naar Wahid?

President Wahid van Indonesië predikt verzoening in de buitengewesten, maar moet het afleggen tegen een verenigd front van militairen en nationalisten.

Het was bij voorbaat gedoemd te mislukken. Een vredesapostel wiens missie wordt voorafgegaan door extra troepenzendingen en die tijdens zijn verzoeningstoespraak in de moskee een kogelvrij vest draagt, maakt zo niet een potsierlijke, dan toch een ongeloofwaardige indruk. En een oproep tot dialoog, terwijl er na afloop van de toespraak geen gelegenheid is om de spreker te ontmoeten, verwaait in de wind.

Zo verliep dinsdag president Abdurrahman Wahids bliksembezoek aan Atjeh. Wahid had moed getoond door de militairen, die hem de visite uit het hoofd wilden praten, en ook de met aanslagen dreigemende rebellen te trotseren. Zijn tekst – een mengsel van openhartigheid, islamitische wetskennis en humor – klonk oprecht. Maar hij moest zich schikken in de veiligheidsmaatregelen, zodat in de Baiturrahman-moskee van Banda Atjeh alleen 500 genodigden werden toegelaten. Een student, die luid aandrong op een dialoog met de Atjehers, kreeg vijf minuten belet bij de president.

Wahids hoogstwaarschijnlijk gemeende pleidooien voor een dialoog met afscheidingsbewegingen, van Sabang (Atjeh) tot Merauke (Papoea), staan steeds verder af van de grimmige werkelijkheid en zijn toezeggingen worden allengs minder serieus genomen. Het op 2 juni afgekondigde en in september met vier maanden verlengde bestand met de gewapende Beweging Vrij Atjeh (GAM) loopt op 15 januari af. Het geweld in Atjeh is niet geluwd – er vielen in die periode 441 doden onder burgers, rebellen, militairen en politiemannen – en leger noch regering wenst deze `humanitaire pauze' te verlengen. Wahid zei dinsdag in de Grote Moskee dat ,,daarna de gesprekken over een vrij Atjeh binnen Indonesisch staatsverband gewoon doorgaan''. De presidentiële Fokker 28 was nog niet geland in Jakarta of minister van Defensie Mohammad Mahfud liet weten dat de onderhandelingen met de rebellen op 15 januari worden gestaakt.

Mahfud, ex-hoogleraar staatsrecht, ontpopt zich steeds meer tot een havik. Zijn benoeming, eind augustus, werd sceptisch ontvangen in legerkringen, maar sindsdien doet hij zijn uiterste best een krijgshaftige pose aan te nemen en grossiert hij in ultranationalistische uitspraken. Zo noemde hij een Amerikaanse toerist, die op 6 oktober video-opnamen maakten van geweld tegen immigranten, na het strijken van de Papoeavlag door de politie, een `spion' en hij beschuldigde de VS van inmenging in de binnenlandse aangelegenheden van Indonesië.

Deze zomer blokkeerden 45 generaals Wahids voornemen om hun hervormingsgezinde collega Agus Wirahadikusumah tot chef-staf van de landmacht te benoemen. De jaarlijkse zitting van het Volkscongres besloot de militairen tot 2009 zetels te gunnen in dit hoogste college van staat. De kort daarop door Mahfud vervangen minister van Defensie, Juwono Sudarsono, toonde zich ,,verbijsterd'' door dit besluit.

Vice-president Megawati Soekarnoputri, voorzitster van de nationalistische partij PDI-P, zoekt de laatste maanden toenadering tot de generaals. Helemaal nieuw is dat niet. Het is al bijna vergeten, maar Mbak (zus) Mega dankte haar benoeming tot voorzitter van de partij, in januari 1994, aan de toenmalige commandant van Jakarta, generaal Hendropriono. Die zorgde ervoor dat haar door president Soeharto gesteunde tegenstanders geen toegang kregen tot het hotel waar de partijtop vergaderde. Hendropriono trad enkele maanden geleden toe tot de PDI-P. Bestuur en fractie tellen nog meer gepensioneerde generaals.

Deze nationalistisch-militaire coalitie wordt bijeengehouden door een bijna obsessieve angst dat `Nusantara' (de Indonesische archipelstaat) uiteenvalt. Megawati wordt geplaagd door het spookbeeld dat de staatsvormende arbeid van wijlen haar vader, ex-president Soekarno, teniet wordt gedaan. De militairen zijn bereid als boetedoening voor hun zonden onder het Soehartobewind een stap terug te doen, maar wensen politiek niet buitenspel te worden gezet. Zij wantrouwen Wahids bereidheid tot een `dialoog' met separatisten in Atjeh en Papoea en zien in Megawati een politica die hen niet zonder meer beschouwt als een bedreiging.

Het een-tweetje tussen Mega en de generaals en de opstelling van ministers als Mahfud hebben sinds de zomer geleid tot een verharding van het beleid jegens rebelse regio's. Generaals die de in Zwitserland getekende bestandsovereenkomst met de GAM als een nationale vernedering beschouwen, drongen aan op uitroeping van de noodtoestand in Atjeh. In november werd Mohammad Nazar, de jonge Atjeher die de beweging voor een referendum leidt, gearresteerd. De Morgenster, banier van het opkomende Papoea-nationalisme, mocht van Wahid aanvankelijk wapperen naast het Indonesische rood-wit, maar ging in september in de ban. Rond 1 december, toen de beweging voor een vrij `West-Papoea' herdacht dat in 1961 hun vlag met instemming van het Nederlandse bestuur voor het eerst werd gehesen, werden Theys Hiyo Eluay, voorzitter van het Papoea Presidium, het uitvoerende orgaan van de beweging, en vier medeleden opgepakt. Zij worden beschuldigd van staatsgevaarlijke activiteiten.

De contingenten militairen en Mobiele Brigade (speciale politietroepen) in beide provincies zijn de laatste maanden met duizenden manschappen versterkt. Er zijn sterke aanwijzingen dat het leger Papoearebellen bewapent die zich buitenspel gezet voelen door de recente `verburgerlijking' van het verzet. Deze desperado's kunnen vervolgens als vrijbrief dienen voor een militaire interventie. Op 25 december gaat Wahid op verzoeningsreis naar christelijk Papoea. Als de `dialoogpartners' dan nog vastzitten, zal ook zijn kerstboodschap verwaaien.

    • Dirk Vlasblom