WC van de NS trekt alleen nog junks

Beteuterd staart zakenman Nazim Karmalli uit Oeganda naar het lege vertrekbord van de treinen in de hal van het Centraal Station. ,,Ik dacht eerst dat het vertrekbord bevroren was'', zegt hij kleumend. ,,Maar nu begrijp ik dat er geen treinen rijden. Er is een staking. Wat een slechte timing, zo vlak voor Kerstmis!''

Er staat op het Centraal Station maar een handvol gestrande reizigers als Karmalli. Bijna allemaal zijn het buitenlanders die niet op de hoogte zijn van de staking en die zich verbazen over de lege hal en de verlaten perrons. ,,Nederlandse reizigers zijn thuisgebleven of hebben voor ander vervoer gezorgd'', zegt NS-voorlichter Kees Nieuwenbroek. ,,Blijkbaar was de informatie vooraf voldoende.''

Er zijn daarom maar weinig mensen die mopperen, vertelt het NS-personeel in de gele hesjes die mensen zoveel mogelijk op weg moeten helpen. Winston Dalgliesh is een van de weinige Nederlanders die verrast zijn door de staking.

Hij wil naar Alkmaar, naar huis, maar een taxi vindt hij te duur. De afgelopen nacht verbleef hij bij vrienden en hij heeft de televisie niet aangehad. ,,Ik wist echt van niets.''

Hij baalt een beetje, want hij werkt bij Corus en heeft nachtdienst. Toch heeft hij begrip voor de stakers. ,,Telkens hetzelfde traject rijden is saai, net zo saai als lopendebandwerk.''

Maar de mevrouw van het openbare toiletten op perron 2 is nijdig. ,,Een verloren dag'', moppert ze. ,,Normaal gesproken staat er een rij voor de deur. Nu krijg ik alleen nog junks aan de deur. En die betalen vaak niet eens.'' Gelaten pakt ze haar tafelkleed en borduurt verder.