Van varkensboer tot vormgever

Wat bracht het eerste jaar van dit millenium? Sanering van de varkenssector. Toine van der Heijden stopt ermee.

Over twee maanden stopt varkenshouder Toine van der Heijden met het insemineren van zijn 300 zeugen. De 2.700 varkens die nu nog bij hem op stal staan zullen langzaamaan verdwijnen. Ze gaan naar collega's, of naar de slachterij. De sloop van zijn stallen staat voor september op de agenda. En nog in diezelfde maand wil Van der Heijden met een avondopleiding interieurvormgeving beginnen, want in die richting hoopt hij zijn nieuwe toekomst te vinden.

Afgelopen april hakte Van der Heijden de knoop eindelijk door. Na lang wikken en wegen besloot hij te stoppen met zijn varkensbedrijf. ,,Ik kan op deze plek niet vooruit,'' zegt hij. Naast 300 zeugen houdt Van der Heijden ook nog 1.000 vleesvarkens en 1.400 biggen. Om in de markt te blijven zou hij moeten uitbreiden, maar hij krijgt geen toestemming om nieuwe stallen te bouwen.

Begin dit jaar overleed zijn zus. Dat zette hem aan het denken. Van der Heijden: ,,Ik besefte dat ikzelf ook al 42 ben. Nu heb ik nog de spirit om van baan te veranderen.'' In april besloot hij definitief om te stoppen. Hij wist dat de overheid de zogeheten beëindigingsregeling zou instellen. Varkens- en kippenboeren die stoppen met hun bedrijf kunnen volgens die regeling een eenmalige vergoeding krijgen.

De overheid hoopt op deze manier iets te doen aan het mestprobleem. Jaarlijks produceert het Nederlandse vee ongeveer 75 miljoen ton mest. Wil Nederland voldoen aan de Europese fosfaat- en stikstofnormen, dan zal die productie moeten worden aangepakt. Bijvoorbeeld door te snoeien in de veestapel. In eerste instantie had de Nederlandse overheid een scenario klaarliggen met de deadline in 2008. Maar die is vervroegd naar 2003. ,,Het gaat nu hard,'' zegt Van der Heijden. ,,Om me heen zie ik veel boeren die ook willen stoppen.''

In totaal schreven 3.505 boeren zich in voor de beëindigingsregeling. Van die boeren kwam 33 procent uit Noord-Brabant, 28 procent uit Gelderland, 17 procent uit Overijssel en 11 procent uit Limburg. Nederland telt zo'n 3.400 kippenbedrijven en 16.400 varkensbedrijven

Van der Heijden heeft 3.300 vierkante meter voor de sloop aangeboden. Per vierkante meter krijgt hij een vergoeding van 50 gulden. Dat is aan de magere kant, vindt de varkenshouder. ,,Er zit ook nog asbest in de gebouwen, dus dat moet ik door een speciaal bedrijf laten verdwijderen. Dat maakt het weer duurder.'' Hij heeft verscheidene sloopbedrijven inmiddels om een offerte gevraagd. Het geld van de overheid krijgt hij pas als hij een bewijs heeft dat de sloop achter de rug is.

Verhuizen doet hij niet. ,,We blijven hier wonen. Het is een mooie plek,'' zegt de varkenshouder. Hij heeft in totaal 16 hectare grond. Wat hij daarmee gaat doen weet hij nog niet.

,,Ik heb iets met vormgeving,'' zegt de varkenshouder uit Heeswijk-Dinther, een plaatsje tussen Den Bosch en Uden. ,,Mijn vrouw heeft een kledingzaak in Uden. Daarmee is ze al een paar keer verhuisd en elke keer help ik haar met de inrichting. In de eerste winkel heb ik ooit eens PUR-schuim tegen het plafond gespoten, zodat je een soort omgekeerd maanlandschap kreeg. Ook nieuwe kledingcollecties kopen we samen in.''

Als voorbereiding op zijn nieuwe opleiding is hij inmiddels begonnen met een basiscursus interieurvormgeving. Van de 20 cursisten komen er 18 uit de woningbranche. Van der Heijden:

,,Ik voel me soms een leek. Maar laatst kregen we het een hoofdstuk over het bewerken van leer.

Dat heeft toch weer raakvlakken met mijn agrarische achtergrond. De eerste lessen zijn me goed

bevallen.''

Dit is het vierde deel van een eindejaarsserie.

    • Marcel aan de Brugh