TWEEDE VOLKSLIED

't Kleine café (1976)

Schrijver en vertolker: Vader Abraham

,,'t Kleine café bestaat echt. Het lied kwam spontaan in me op, toen ik een kwart eeuw geleden in café 't Schippershuis in Hoorn zat te wachten op een journalist. Ik keek om me heen en dacht: `De avondzon valt over straten en pleinen, padampadapam..in de stad'. Het was alsof tekst en muziek zichzelf schreven op dat moment. Het was er zo gemoedelijk. Ik dacht: dit is waar de gewone man komt.

,,Tja, en de rest is een successtory hè. Waar ik ook kom is het `meneer Kartner, doe het kleine cafeetje nog eens'. Een evergreen. Tijdloos. Het is zo ongeveer het tweede volkslied geworden. Dat bedenk je van tevoren niet.

,,Ik heb geluk gehad, net als collega's als Charles Aznavour en Adamo, die ik vaak tegenkwam toen ik met mijn smurfen de wereld over reisde. Wij hebben een talent van God gekregen, en de kans gehad dat te gebruiken.

,,Het is jammer dat het levenslied in een verkeerd daglicht staat. `Geen niveau', roepen discjockeys in Hilversum.

,,Ze moesten eens weten van wie ik regelmatig een kaartje krijg... Van Van Agt! En van Wiegel heb ik ook wel eens een ansicht gekregen. Alsof dat mensen zonder niveau zijn! Nijpels: ook een fan van me. En zo kan ik doorgaan.

,,Ik ben niet verbitterd, begrijp me niet verkeerd. Ik heb er mee leren leven dat miskenning het lot van de levensliedvertolker is.

,,Ik schreef het allerlaatste nummer dat Johnny Jordaan voor zijn dood uitbracht. Ik zag laatst die serie over zijn leven op de VPRO-televisie, maar denk je dat ik word genoemd? Het geeft niet, maar ik heb wel een onderscheiding van de koningin gekregen, dat zegt toch iets?''