Poëzie, maar dan op muziek

Tekstdichter Peter Blanker gaf jarenlang cursussen over het schrijven van een levenslied. `Een mooi lied blijft je een dag lang bij'.

DRIE COUPLETTEN, drie refreinen. In het eerste couplet de uiteenzetting van het verhaal, in het tweede de doorwerking en in het derde de, vaak belerende, conclusie. Poëzie in een simpele muzikale vormgeving. Peter Blanker is vooral bekend als de vertolker van het lied Het is moeilijk bescheiden te blijven. Maar eigenlijk is hij tekstdichter en gaf hij in Rotterdam jarenlang cursussen in het schrijven van levensliederen.

Een levenslied, zegt Blanker, gaat over de grote thema's die iedereen bezighouden, zonder rekening te houden met rang of stand van een persoon. Liefde en Weemoed, Hebzucht en Dood: ,,Als iemands hondje doodgaat, is dat voor de koningin net zo erg als voor een oud vrouwtje uit de Tarwewijk.''

Door het maken en zingen van levensliederen wisselen mensen emoties met elkaar uit. Een levenslied moraliseert, opinieert en brengt discussies op gang. ,,Als in Engeland of Ierland een mijn ontploft of een schip vergaat is er de volgende dag een lied. In de laatste zin wordt een vraag gesteld: Kunnen we niet..?, of Zouden we misschien met z'n allen...?''

Een levenslied zingt letterlijk van het leven en moet dus niet verward worden met een smartlap, die meestal in de derde persoon wordt geschreven. De smartlap gaat altijd over het leed van een ánder en ligt van oudsher dus makkelijker in het gehoor bij een groot publiek. Maar er zijn meer verschillen: ,,Een smartlap is een dief van het levenslied, sinterklaasrijm is het.''

Blanker brengt zijn leerlingen als eerste aan hun verstand dat ze clichés en afgesleten beeldspraak moeten vermijden. Smartlappen zitten daar vol mee. Luister maar: ,,Ze rijden eenzaam door de nacht, uur na uur/ De stoere knuisten, hard als staal, aan het stuur/ Ze doen hun plicht voor vrouw en kind, ver van huis/ 'n Kleine fout en de chauffeur komt nooit meer thuis!'' Blanker briest: ,,Dronkemanstranen zijn het.''

Een levenslied is een opsomming en werkt toe naar een moraal, het liefst een die niet meteen aan de oppervlakte zit, waar mensen over na moeten denken. Een mooi lied blijft je een dag lang bij. Een van zijn favorieten is daarom `Kleine Anita' van Jules de Corte: het meisje hoeft nooit meer bang en stout en moe te zijn en aan het eind komt de klap: ze is aan flarden gereden, ,,wat weer eens oponthoud gaf in het verkeer''. ,,Dat lied is ritmisch zo mooi, dat raakt aan Schuman. Prachtige volzinnen zijn het, terwijl het merkwaardig genoeg nergens rijmt.''

In 1982 werd Blanker gevraagd om een Nederlandse vertaling van het nummer Rock and Roll I gave you the best years of my life, van de Amerikaanse countryzanger Mac Davies. De B-kant was O Lord it's hard to be humble, binnen twee weken wist hij het te vertalen en uit te geven. Johnny Hoes had het nummer net door Rita Corita op laten nemen, maar was te laat.

`Het is moeilijk bescheiden te blijven' is geen goed nummer, zegt Blanker, maar ook niet onaardig. Het was satire. Toen hij, optreden na optreden, op een avond in een discotheek in Groesbeek stond, werd het hem te veel. Vijf nummers zou hij zingen: drie van hemzelf en aan het begin en tot slot zijn hit. Bij het tweede nummer begon het publiek er al doorheen te schreeuwen: ,,...Wanneer je zo goed bent als ik'. Na ook nog zo'n tachtig variantversies voor feesten te hebben gemaakt (,,wanneer je zo goed bent als Wim'') hoefde het voor hem niet meer. Hij trad alleen nog op met zijn eigen liederen.

Blanker maakt zich de laatste jaren zorgen over het levenslied. Zijn radioprogramma `Levenslief en levensleed' werd na elf jaar uit de lucht gehaald. Zijn grote voorbeeld, de Franse chansonnier Brassens, overleed, kort daarna zijn vriend en gildebroeder Jules de Corte. Met de laatste schreef hij er nog een nummer over: ,,De knop op tien, meer kan het niet/ De jeugd wordt alsmaar dover/ Ach dichter en Neerlandicus/ Waar hebben we het nog over.'' Mensen interesseren zich niet meer voor levensliederen, zegt Blanker. Ze hebben geen tijd meer. ,,Levensliederen kennen van oorsprong vijftien of meer coupletten. Toen kwam de 78-toerenplaat, waar hooguit drie minuten op konden. Nu vindt het publiek een nummer van drie minuten soms al lang.''

Toch blijft hij hoop houden. Acda en de Munnick doen het leuk, ,,Je merkt dat ze aan hun teksten gewerkt hebben.'' Als het maar ergens over gaat en de vertolker eerlijk is. ,,André Hazes is een slechte tekstdichter, maar een goede vertolker, hij meent wat hij zingt.'' En dan is er nog rapmuziek ,,dat nog het meest lijkt op cabaret in de harde noten die gekraakt worden''.

Levensliederen sterven uit, denkt Peter Blanker, maar juist als je het niet meer verwacht, hoor je ze weer.