Olieprijs keldert met acht procent

De olieprijs is gisteren met acht procent gekelderd, de grootste daling op één dag sinds maart van dit jaar. In de afgelopen acht maanden is de olieprijs niet zo laag geweest.

Op de International Petroleum Exchange, de termijnmarkt in Londen, sloot de prijs van Brent (Noordzee-olie voor levering in februari) gisteren 2,03 dollar lager op 22,97 dollar per vat (159 liter). Het was op 22 april van dit jaar voor het laatst dat de olieprijs in Londen beneden 23 dollar per vat uitkwam.

Op de New York Mercantile Exhange, de termijnmarkt in New York, sloot de prijs voor West Texas Intermediate (levering in februari) gisteren 2,19 dollar lager op 25,77 dollar per vat, de laagste stand sinds 28 april van dit jaar.

Brent en West Texas Intermediate zijn de twee oliesoorten waarvan de prijzen maatgevend zijn voor de mondiale olieprijzen.

Vanmorgen in Londen trok de olieprijs weer iets aan. Handelaren verklaarden de scherpe prijsval van gisteren uit nieuwe cijfers over de Amerikaanse voorraden aan ruwe olie. Die zijn nu nog maar twee procent lager dan vorig jaar. In augustus was het verschil nog tien procent.

De aanstaande Amerikaanse president, George W. Bush, verklaarde gisteren dat de OPEC – het oliekartel van elf olieproducerende landen dat bijna 40 procent van de mondiale olieproductie voor zijn rekening neemt – haar productie moet opvoeren. Maar de prijsval doet in de OPEC steeds meer stemmen opgaan om de productie juist te verminderen.

Iran, Koeweit, Indonesië en Libië zijn daar krachtig voorstander van. De olieministers van de OPEC komen op 17 januari weer in Wenen bijeen.