Melkert is de man

Politici hebben altijd een ingewikkelde verhouding met de eigen toekomst. En dit geldt al helemaal als het leidende politici betreft. Toekomst betekent voor hen toch in de meeste gevallen: afscheid nemen. Een besluit dat maar in beperkte mate persoonlijk kan worden genomen. Simpelweg omdat aan hun afscheid de kwestie van de opvolging nauw verbonden is.

Het gevolg is dat het afscheidsproces vrijwel nooit soepel verloopt. Het gedoe rondom het mogelijke, eventuele, niet uit te sluiten vertrek van Wim Kok aan het einde van deze kabinetsperiode bewijst dit nog eens. Eén ding staat vast: het is voor Kok nog geen uitgemaakte zaak of hij doorgaat. Vanaf het moment dat hij de mogelijkheid van een vertrek opperde, wordt erover gespeculeerd. En terecht, want het opstappen van Kok zal in de eigen partij hard aankomen. Het is nu eenmaal niet Kok van de PvdA, maar de PvdA van Kok. Dat Kok na twaalf jaar partijleiderschap pas in 1998 zijn eerste verkiezingsoverwinning haalde is allang vergeten. Twee premierschappen in een economische hoogconjunctuur hebben van hem een onbetwiste stemmentrekker gemaakt.

Daar staat tegenover dat alles eindig is; iets dat al helemaal geldt voor politieke roem. In de Verenigde Staten werd tijdens de afgelopen verkiezingscampagne voor het presidentschap niet nagelaten te zeggen dat de opvolger van Clinton – wie dat dan ook zou worden – het aanzienlijk zwaarder zou krijgen omdat er niet op nog eens vier gouden economische jaren mocht worden gerekend. De eerste remverschijnselen van de Amerikaanse economie zijn inmiddels zichtbaar.

Iets dergelijks kunnen we ook hier verwachten. Het is Kok zelf die onlangs het veel gehanteerde begrip `zachte landing' van de economie in de mond nam. Nu past het niet in zijn karakter om te vluchten voor economisch iets mindere tijden, maar bij zijn afweging over al dan niet doorgaan zal dit gegeven zeker ook een rol spelen.

Maar moet Kok weg? Menselijk gesproken wel. Als zijn vakbondsjaren worden meegeteld, beweegt hij zich al ruim dertig jaar aan de top. Al dertig jaar lang professioneel bezig met zoiets als de Miljoenennota en de Macro-economische verkenningen, al dertig jaar bezig met het tripartite overleg. Wim Kok is de Fidel Castro van het poldermodel. Hoogste tijd voor een vertrek dus. Voor het leiderschap van zijn partij zou dit echter, zoals gezegd, een regelrechte desinvestering zijn. Maar ook voor het leiderschap van het land kan Kok nog altijd zeer goed worden gebruikt. Dat Nederland in het steeds invloedrijker vergadercircus van Europese regeringsleiders niet helemaal marginaliseert, is voor een niet onbelangrijk deel aan Kok te danken. In het Europa van de `netwerken' is een premier met bewezen vertrouwen van grote betekenis. Ook in het binnenland is het aanzien van Kok nog altijd groot. Premier van alle Nederlanders wilde hij zijn, heel veel Nederlanders beschouwen hem ook als `hun' premier.

Kok heeft dus al met al iets onmisbaars. Dat is tegelijk het probleem, want dan komt een vertrek altijd ongelegen. Het gaat er vervolgens om wanneer het minst ongelegen moment is aangebroken. Kok is daar voor zichzelf nog niet uit, zo leek het althans tijdens het vraaggesprek van afgelopen zondag in het televisieprogramma Buitenhof. In een onnavolgbaar draderig taalgebruik, dat haast deed terugverlangen naar de tijden van Lubbers, trachtte Kok duidelijk te maken voor welke afweging hij stond. Er waren `contouren in het hoofd', er was veel `dialoog' en er was veel `samenspraak'. Kortom: mist. Vandaar ook de totaal verschillende uitleg van zijn woorden in de kranten van de volgende dag. Sommigen hadden eruit gedestilleerd dat Kok nog een periode wilde, anderen hadden er de definitieve aanwijzing van zijn kroonprins Melkert in gehoord. Echt duidelijk was slechts dat Kok in de loop van het komend jaar zijn keuze zal maken.

Maar door alle omtrekkende bewegingen heen, wordt toch langzaam maar zeker een voldongen feit geschapen: Ad Melkert wordt de opvolger van Wim Kok. De vraag is nog alleen of dat voor of na de volgende verkiezingen zal zijn. Maar is dat eigenlijk nog wel een vraag? Moet die keuze voor Ad Melkert niet direct aan de kiezer worden voorgelegd door hem bij de volgende verkiezingen lijsttrekker te maken?

Natuurlijk loopt de PvdA daarmee een risico. Over de in de televisiedemocratie zo belangrijke `screenpower' beschikt Melkert niet. Zoals een fractiegenoot van hem (natuurlijk anoniem) nog afgelopen maandag in deze krant opmerkte: hij houdt qua charisma het midden tussen een drogist en een begrafenisondernemer. Het weekblad HP/De Tijd baseerde zich vorige week op een onderzoek van het uiterst trendy bureau Motivaction met de stelling dat de PvdA zonder Kok, maar met Melkert zeker kleiner zou worden dan de VVD.

Het zegt allemaal heel weinig op een moment dat Melkert nog geen lijsttrekker is en er ook nog geen sprake is van een verkiezingscampagne. Als Melkert bij de komende verkiezingen niet van de VVD (zonder `kanon' als Bolkestein) kan winnen, wanneer dan wel? Het gaat erom of hij geschikt is voor het leiderschap. Politiek inhoudelijk is hij zeer breed geschoold: van de sociale zekerheid tot en met het buitenland. Het politieke machtsspel beheerst Melkert ook als geen ander. Elke millimeter ruimte eist hij op. Hiermee treedt hij in de voetsporen van Den Uyl, over wie het verhaal ging dat als hij punt twee van een vergadering verloor, datzelfde punt uren later in de rondvraag alsnog incasseerde. Het is inderdaad een eigenschap die met weinig warmte gepaard gaat, maar sinds wanneer gaan warmte en PvdA samen?

Als geen ander heeft Melkert het afgelopen jaar het debat in Den Haag naar zijn hand weten te zetten. Zo wordt de opvolging van Kok steeds meer een vanzelfsprekendheid. Volgend jaar rond deze tijd is Ad Melkert de nieuwe PvdA-leider.

De tweewekelijkse column van Mark Kranenburg zal met ingang van het nieuwe jaar op vrijdag verschijnen.