Matinee op z'n Italiaans

Vanavond en op Eerste Kerstdag dirigeert Riccardo Chailly het Koninklijk Concertgebouworkest tijdens de Eurovisie Kerstmatinee in een concertante uitvoering van de komische eenakter Gianni Schicchi van Puccini. Chailly: ,,Gianni Schicchi is een fontein van melodische vondsten.''

Zelfs met open ogen zou je je even in Italië wanen. Italiaanse begroetingen galmen met zonnig enthousiasme door de Grote Zaal, en ook de Engelse en Nederlandse aanwijzingen van Riccardo Chailly zijn plots verrijkt met een lobbige Italiaanse tongval. ,,Signori! Het is een tarantella die hier klinkt, de muziek moet dansen. Quasi Napolitana!''

Het is dinsdagochtend als Chailly, het Concertgebouworkest en de vijftien vocalisten die vereist zijn voor Puccini's hilarische eenakter Gianni Schicchi (1918) voor het eerst samenkomen. Rollend klinken de veelal Italiaanse namen waarmee Chailly de zangers voorstelt aan het orkest door de zaal. ,,Zo'n Italiaanse specialistencast is in dit geval absoluut noodzakelijk'', legt Chailly na afloop van de hectische eerste tutti-repetitie (,,Ah, het was een delirium tremens!'') uit in zijn kleedkamer. ,,Gianni Schicchi is een opera buffa. Om humor en scherts in een concertante uitvoering over te brengen, is een genuanceerde uitspraak en articulatie van het Italiaans van cruciaal belang. Daar komt bij dat Gianni Schicchi een moordend zware opera is voor de solisten. Zoveel tekst, zoveel actie! De handeling wervelt een uur lang van de ene gebeurtenis naar de andere. Een Gianni Schicchi die niet is bezet met Italiaanse topsolisten, werkt niet.''

De Napolitaanse bariton en buffa-specialist Bruno de Simone zingt de titelrol in Gianni Schicchi. ,,Het is met opera buffa als met het Spaanse operettegenre zarzuela'', legt De Simone geduldig uit. ,,Een zarzuela zonder Spaanse zangers is onvoorstelbaar, opera buffa zonder Italiaanse zangers ondenkbaar. Wie niet Italiaans is of de taal excellent beheerst, heeft geen voeling met de wortels van het genre. Je moet de woordgrappen snappen, de reminiscenties van de commedia dell'arte aanvoelen. En voor een concertante uitvoering van Gianni Schicchi geldt dat helemaal in extreme mate. Wij kunnen niet terugvallen op decors en kostuums om de handeling vaart en komisch cachet te geven.''

Gianni Schicchi is gebaseerd op een episode uit Dante's Divina Commedia (Deel 1: L'Inferno, Canto XXX, 1.32). Een familie moffelt uit hebzucht het lijk van de gestorven oom weg, omdat hij zijn kapitaal heeft nagelaten aan de kerk. Om beslag te kunnen leggen op zijn nalatenschap, doet de sjacheraar Gianni Schicchi zich voor als de nog levende oom, en laat zo het testament veranderen.Tegen de achtergrond van die geschiedenis speelt het liefdesverhaal tussen neef Rinuccio en Schicchi's dochter Lauretta.

Voor het tweede deel van de ochtendrepetitie heeft de lange rij solisten zich wat onbeholpen aan de zijkant van het podium opgesteld. Wie niet beter weet, zou denken dat hier geen dirigent aan het werk is met zijn solisten, maar een coach met een Italiaans elftal. Chailly maakt een korzelige armbeweging. ,,Cantanti, hierheen! Bij opkomst beklaagt u een sterfgeval. Dat deed u zojuist routineus wauwelend, en dat is niet de bedoeling. U bestelt geen cappuccino, u lamenteert! Mag ik daartoe een Ora pro nobis, gevolgd door een Ave Maria en een Pater Noster?'' Zonder enige moeite volgen de zangers de aanwijzing op. Ontkerkelijking? Wie met Italiaanse solisten werkt, heeft daarvan geen last.

Behalve Puccini's enige komische opera, is Gianni Schicchi ook het montere sluitstuk van het operadrieluik Il Trittico. De eerdere delen Il Tabarro en Suor Angelica klonken in de Kerstmatinees van 1998 en 1999. ,,Eigenlijk is het een enorme fout geweest van uitgeverij Ricordi om toe te staan dat de drie eenakters ook los werden uitgevoerd'', vindt Chailly. ,,Al vertellen de drie delen heel verschillende verhalen, ze horen absoluut bij elkaar. Daarom wilde ik Il Trittico per se integraal uitvoeren, al is het dan in drie jaar. Puccini zelf legde het verband als volgt uit: Il Tabarro gaat over moord en is inhoudelijk het volstrekt immorele `inferno' van de triptiek. Suor Angelica gaat over een zelfmoord uit verdriet, en is als het vagevuur. Gianni Schicchi verbeeldt met die kwinkslagen het paradijs. Il Tabarro wordt geschetst in sombere kleuren, Suor Angelica klinkt in heel lichte harmonische tinten, maar Gianni Schicchi beslaat alle orkestrale kleuren van de regenboog! Het is een opera als een fontein, de stortvloed aan melodische en harmonische vondsten is onstuitbaar.''

Het Concertgebouworkest is na uitvoeringen van Tosca bij De Nederlandse Opera en de nu volledige Trittico goed vertrouwd met het idioom van Puccini. Chailly knikt stralend. ,,Alle respect voor Italië, maar ik dirigeer Italiaanse muziek het liefst met het Concertgebouworkest. Het Concertgebouworkest heeft een Mahleriaanse, laat-romantische klankcultuur, waarbij het idioom van Puccini uitstekend aansluit. Mahler bewonderde Puccini, en die invloed hoor je terug in overeenkomsten in de orkestratie. Daar komt bij dat het Concertgebouworkest na alle muziek van Verdi, Puccini en Mascagni die we samen hebben uitgevoerd, een uiterst subtiele feeling voor de Italiaanse stijl heeft ontwikkeld. Flexibiliteit, transparantie en een semi-improvisatorische benadering van de melodiek, dáár gaat het om. Veel dirigenten benaderen Puccini te vet en bombastisch.''

Voor de solistische bezetting van Il Trittico hield Riccardo Chailly drie jaar geleden audities in Amsterdam en Milaan. Sopraan Elisabetta Scano en mezzosopraan Daniela Barcellona werkten eerder mee in Suor Angelica en Il Tabarro, en keren nu terug als Lauretta en Zita in Gianni Schicchi. ,,Chailly is een meester in fijnzinnigheid'', vinden zij. ,,Hij heeft een enorme ervaring in dit repertoire, en dat merk je. In een operatheater wordt meestal een volle maand uitgetrokken om een voorstelling als Gianni Schicchi voor te bereiden. Hier doen we het in een paar dagen. Dat is een uitputtingsslag, en dan is het uitermate prettig te werken met een dirigent die rust uitstraalt en aan wie je zijn affiniteit en gevoel voor Puccini's muziek tot in de kleinste details bespeurt.''

Na Gianni Schicchi verdwijnt Puccini voor korte tijd uit de agenda van het Concertgebouworkest. In 2002 brengt het orkest de wereldpremière van een door componist Luciano Berio voltooide versie van Turandot, eerst op de Canarische Eilanden, later bij De Nederlandse Opera. Chailly lacht, en veegt een laatste spoortje repetitiezweet van zijn voorhoofd. ,,In 2006 zullen we de Puccini-lijn bij De Nederlandse Opera vermoedelijk nog verder voortzetten met La fanciulla del West, maar dat is toekomstmuziek. Nu eerst Gianni Schicchi!''

G. Puccini: door het Koninklijk Concertgebouworkest o.l.v. Riccardo Chailly. 21, 25/12

Concertgebouw, Amsterdam. Ned.2 en Radio 4: 25/12 15 uur.