Markt heeft actieve overheid nodig

De PvdA is weer met een beginselprogramma bezig. Maarten Hajer en Paul Kalma, leden van de programcommissie, pleiten voor meer overheid en minder markt (Opiniepagina, 27 november). Klaas Groeneveld en Patrick van Schie van de Teldersstichting reageren hierop (Opiniepagina, 12 december) en bewieroken het succes van de markt voor de vrijheid van iedere burger (deze kan meer keuzes maken) en voor de efficiëntie van de productie. Oude ideologieën lijken weer terug: die van de door de overheid gestuurde economische planning en die van de vrije markt. (Naar Marx versta ik onder ideologie een achterhaald beeld van de werkelijkheid dat een gevestigd belang dient.)

Los van de vraag of de politieke elites binnen de grootste partijen van Nederland belang hebben bij het in leven houden van de ideologieën, mag onderhand verwacht worden dat men meer bij de werkelijkheid aansluit. Enig benul van de politieke ideeëngeschiedenis mag toch eigenlijk wel van hen worden verwacht.

Als deze geschiedenis wordt nagelopen wat zien we dan?

Ten eerste dat het socialisme als kritiek op het liberalisme is ontstaan, De ondertitel van Marx' `Kapitaal' luidt dan ook: `Kritiek op de politieke economie'. De kritiek houdt in dat er een illusie van vrijheid wordt geschapen, terwijl de realiteit er een is van economische slavernij voor het grootste deel van de bevolking. Werkelijke vrijheid voor iedereen is dan ook de inzet van het socialisme. Het ideaal `ieder naar vermogen en ieder naar behoefte' (wegens de immer toenemende productiviteit binnen het kapitalisme) werd door de tweede generatie socialisten geacht te kunnen worden bereikt via een planeconomie waaruit de markt is gebannen.

Ten tweede dat het idee van een planeconomie om iedereen gelijke vrijheid te geven leidt tot een samenleving waarin aanmerkelijk minder mensen vrij zijn dan onder kapitalistische verhoudingen. De experimenten in het vroegere Oostblok hebben dit pijnlijk bewezen. Het idee van de planeconomie is dan ook bijzonder naïef in relatie tot het doel meer vrijheid. Men gaat uit van een commandostructuur en denkt hiermee vrijheid te kunnen bereiken.

Ook hier heeft men Marx niet ter harte genomen want hij is de eerste geweest die de wet van de onbedoelde gevolgen heeft geformuleerd. Een commandostructuur als model voor het maatschappelijk leven heeft dermate onbedoelde gevolgen dat daarmee het ideaal van vrijheid voor iedereen alleen maar verder weg komt te staan.

Bij huidige sociaal-democraten zie je een dergelijke naïviteit nog steeds, zoals bij Ad Melkert, die pleit voor meer prestatiecontracten terwijl de rijksoverheid als apparaat daar momenteel volstrekt niet op is ingesteld (er ongetwijfeld wel iets komen dat de naam prestatiecontract zal krijgen, maar dat zal niet de intenties van Melkert ondersteunen).

Ten derde is duidelijk dat een markt die niet door de overheid gegarandeerd wordt, geen lang leven is beschoren. Op een natuurlijke manier zal een vrijgelaten markt ontaarden in ongewenste monopolies. De in de leerboeken economie als ideaal gestelde voorwaarden voor een volledig vrije markt zijn feitelijk nog nooit gerealiseerd. Kortom de markt heeft voor zijn voortbestaan en functioneren de overheid nodig. In het stellen van randvoorwaarden aan de markt kan de overheid vanuit sociaal politiek oogpunt ver gaan, mits ze daarbij het wezenlijke mechanisme, concurrentie, maar niet uitschakelt.

Overigens zou binnen overheidsorganisaties ook het concurrentiemechanisme kunnen worden geïntroduceerd: bijvoorbeeld een club jonge honden met eenzelfde opdracht als het gevestigde management.

Waar het bij het gezamenlijk doel van zowel liberalisme als socialisme op aan komt, is het zodanig vorm geven van de relatie overheid-markt dat daarmee het doel – zoveel mogelijk vrijheid voor zoveel mogelijk mensen – optimaal wordt gerealiseerd. Dit zou de uitdaging van de `derde weg' kunnen zijn.

Jan Hendriks is werkzaam als adviseur bedrijfsprocessen bij de gemeente Deventer.