Kerstboom

Dat de naamgeving van planten (en dieren) nog steeds veel raadsels in zich bergt, wordt weer eens duidelijk na lezing van het artikeltje `Uitgelicht' (NRC Handelsblad, 11 december).

De gewone kerstboom (`denneboom') is een spar (de fijnspar) en heet Picea abies. De eerste naam, met hoofdletter, geeft daarbij het geslacht aan. Dat duidt dan niet op mannelijk of vrouwelijk zijn, maar op de grotere groep van sparren, waartoe de fijnspar behoort. Ook de Servische spar, Picea omorika (en niet amorika) is immers een Picea, dus nauw verwant aan de `kerstboom'. Die verwantschap blijkt natuurlijk ook uit het feit, dat ze beide in de kamer hun naalden laten vallen, in tegenstelling tot de zilversparren, waartoe de overige in het artikeltje genoemde soorten, van het geslacht Abies (zilverspar, en niet Picea) behoren. Dit zijn: Abies koreana (de Koreaanse zilverspar), Abies procera (de `lange' zilverspar, verouderde, onjuiste naam Abies nobilis, de `edele'; meervoud overigens nobiles en niet nobili...) en Abies nordmanniana, geen `noordman' maar genoemd naar A. von Nordmann, hoogleraar in de natuurlijke historie te Odessa van 1832 tot 1848. En, hoewel de naalden van Abies procera/nobilis blauwachtig zijn, is het geen blauwspar: dat is namelijk de blauwspar (u raadt het al: Picea glauca; glauca betekent blauw). Alle Abiessoorten zijn als jonge plant nogal houterig, maar eenmaal uitgegroeid, schitterende bomen van indrukwekkend postuur; zonde dus om ze als kerstboom te misbruiken.

Overigens, wie niet alleen eco wil doen maar ook nog wil recyclen, neemt natuurlijk een leaseboom: dat is nog goedkoop ook.