Judith

Het begon precies als ieder jaar, standplaats 1110

Een beetje scheef, maar lekker dicht bij de toiletten

Frans zet wel eventjes de caravan op z'n plek

De kinderen zijn al aan het zwemmen als Marijke thee gaat zetten

De gasfles, de schoenenzak, het plastieke servies

En Marijkes blauwe badpak is gekrompen

Ach, je wordt gewoon steeds dikker, haalt Frans zijn schouders op

En gaat dan tot hij flauwvalt de kano op staan pompen

Maar deze keer kwam er een vreemde auto aan gereden

Een jonge moeder met haar zoontje, prompt op 1111

Ik ben Frans, zegt Frans, je buurman, zal ik je even helpen

Dat is heel aardig, ik heet Judith, maar ik doe het liever zelf

Zullen de Hartkampjes niet komen dan, vraagt Marijke na het eten

Het is wel een mooie tent, zegt Frans, hij steekt de gaslamp aan

Marijke pakt haar puzzelboek, Frans kijkt nog even bij de kinderen

Hij haalt de spulletjes naar binnen, voordat ze slapen gaan

Zo'n vrouw en dan geen man, Frans kan de slaap niet vatten

Zo'n jongetje, dat opgroeit en dan geen vader heeft

Schraapt iemand daar haar keel, hoort Frans en zonder na te denken

Kucht hij zachtjes terug alsof hij antwoord geeft

Die ochtend vroeg Judith de kinderen mee uit zwemmen

Marijke had net thee gezet, Frans las een oude krant

Ik loop wel even met de kano mee, had hij ridderlijk gesproken

Nu zijn de kinderen in het water, zit hij met Judith aan de kant

Op maandag is er jeu de boules, zegt Frans, en dinsdag is de bingo

Op woensdagavond is er dansen na de grote barbecue

Op vrijdagmiddag karaoke, dat is eigenlijk voor de kleintjes

Maar het is inmiddels de gewoonte, dat ik dan ook een liedje doe

Wat leuk, zei Judith kalm en toen dook ze in het water

Al snel dreef Frans wat onbeholpen in zijn kano rond

Als hij nou vrijdag eens wat stoers zong, iets zoals I did it my way

Dat was wel een liedje, dat hij bij Judith passen vond

Weer bij de caravan bukt Marijke de billen uit haar badpak

Ze zoekt alweer haar puzzelboek, ze heeft net thee gezet

Ga je vrijdag nog wat zingen, vraagt ze 's avonds na het eten

Misschien, zegt Frans en brengt de kinderen naar bed

Judith was niet bij de bingo en ook niet bij het jeu de boulen

En ook niet naar het dansen na de barbecue gegaan

Ze hadden wel zo nu en dan wat over de kinderen gesproken

Maar nu was het vrijdagmiddag, dus nu kwam het er op aan

Het was vertederend hoe prachtig Judiths zoontje stond te zingen

Frans klapt zijn handen rood, zijn finest hour is nabij

Hij staat op, hij loopt naar voren, als het doek dan toch moet vallen

Dan maar als Presly of Sinatra en het liefst als allebei

Alsof hij haar heeft haalt Frans de handen langs de slapen

Hij gooit de microfoon een paar keer behendig heen en weer

Al tijdens de intro staat hij hevig heup te wiegen

Dan precies de goede inzet en now the end is near

Hij zag Judith en hij zag Marijke zitten

Hij zag zijn kinderen, de hele wereld draaide om hem heen

Hij zag hoe Judith vriendelijk naar hem lachte

Toen haar zoontje op haar arm nam en verdween

Dat was echt mooi, Frans, zegt Marijke na het eten

Ach, zegt Frans en pulkt iets te onverschillig in zijn oor

Judith was alvast gaan pakken en was die avond weer gaan rijden

En dat was handig, zei Marijke, want dan slaapt die kleine door

Inmiddels zit Marijke weer te puzzelen

Frans kijkt bij de kinderen, steekt dan de gaslamp aan

Straks haalt hij de spulletjes naar binnen

Doet de caravan op slot voordat ze slapen gaan

TEKST EN MUZIEK: MAARTEN VAN ROOZENDAAL

Judith (2000) uit het theaterprogramma Aan Gezelligheid Ten Onder.