Heilige panelen

In het Bijbels Museum in Amsterdam zijn zeventig oude Russische iconen te zien. Van eenvoudige huisiconen tot exemplaren van rijke particulieren. De meeste zijn nog nooit geëxposeerd.

Tijdens de Russische revolutie werden ze kort en klein geslagen, onder Stalin belandden ze bij duizenden op de brandstapel. Het is bijna een godswonder dat er nog zoveel oude Russische iconen over zijn. Dat komt doordat miljoenen Russen ze bezaten, van de tsaar met zijn duizenden prachtexemplaren, tot de boer met zijn eenvoudige huisicoon. Kloosterlingen wisten iconen uit handen van Stalins troepen te houden door ze te verstoppen in onderaardse gangen. Een ander deel belandde in het Westen. Het regime verkocht ze om aan valuta te komen, emigranten namen hun eigen exemplaren mee en ook de smokkel tierde welig, ondanks een exportverbod. Westerlingen mogen wel iconen kopen, maar niet exporteren.

Zeventig bijzondere iconen uit Nederlands particulier bezit zijn te bewonderen op de tentoonstelling Het goddelijke nabij in het Bijbels Museum in Amsterdam. De meeste exemplaren verlaten voor het eerst de huiskamers. Samen geven ze een overzicht van de Russische icoonkunst van de 16de tot en met de 19de eeuw. Ook zijn er enkele zeldzame `voorbeeldtekeningen' te zien en wordt in een nagebootst atelier de techniek van het maken van iconen gedemonstreerd.

De hele benedenverdieping van het museum, van de gangen tot de kamer met de fraaie plafondschilderingen van Jacob de Wit, is volgehangen met Russische iconen. Enkele Griekse zijn erbij gevoegd om het verschil in stijl te laten zien. Er zijn zowel monumentale kerkiconen als kleine reis- en huisiconen, gebruikt voor privé-devotie. Zo is er een twee meter brede, met goud omlijste reisiconostase waarvan de kleine panelen door scharnieren tot een handzaam pakketje kunnen worden ingeklapt.

De expositie is georganiseerd door de gebroeders Simon en Hugo Morsink van de nabijgelegen kunsthandel Jan Morsink Ikonen en valt deels samen met een kerstexpositie in hun eigen pand. Een van de opvallendste iconen daar is De Geboorte van Maria uit de 17de eeuw, waarop een huiselijk tafereel is afgebeeld in een compositie bekend uit de Byzantijnse kunst. De heilige Anna ligt op het kraambed omgeven door dienaressen en bedekt met een rood kleed waaronder haar lichaamsvormen zichtbaar zijn. Een vroedvrouw met de pas geboren Maria op schoot voelt zorgzaam de temperatuur van het wasbekken. Op een andere 17de-eeuwse, door rood en goud beheerste icoon vaart de profeet Elia ten hemel in een rode vuurwolk. Het is niet verwonderlijk dat schilders als Matisse en Chagall zich lieten inspireren door de ongecompliceerde, tweedimensionale stijl en de heldere kleuren van de iconen.

Er is een groot verschil tussen de kunst van het Westerse christendom en die van de Russisch-orthodoxe kerk. In het Westen was religieuze kunst leermiddel of decoratie. ,,De rol van de icoon gaat verder dan dat'', legt Simon Morsink uit. ,,Bij het vereren gelooft men dat de afgebeelde heiligen reëel in de icoon aanwezig zijn.'' Zo komt dus voor de gelovige `het goddelijke nabij'.

Na Christus is Maria de meest geschilderde persoon, gevolgd door de orthodoxe feesten en de heiligen. De schilder was gebonden aan strikte regels, die door de vroegste schilders waren vastgelegd. Zo hangt in het museum een 16de-eeuwse schildering gebaseerd op de Nachtwacht onder de Russische iconen, de Triniteit (1410-20) van Andrej Roebljov. Morsink: ,,De heiligen moesten eruit zien zoals tijdens hun leven, maar dan in vergeestelijkte staat. Men herhaalt daarom altijd oude voorbeelden. Maar het interessante is dat iconen nooit helemaal gelijk zijn. Binnen de beperking bestaat een enorme verscheidenheid aan stijlen afhankelijk van tijdperk, gebied en de kwaliteit van de kunstenaar. Alleen van de Moeder Gods bestaan al 400 tot 500 verschillende typen met een eigen iconografie en een eigen geschiedenis.''

De iconen werden geschilderd op panelen, die zodanig werden uitgediept, dat aan alle zijden een verhoogde `lijst' ontstond. Op de ondergrond kwam linnen en een mengsel van lijm en krijt. De kunstenaars schilderden `a tempera', een oude techniek met eigeel als bindmiddel. Deze verf verhardt snel, zodat de kleuren intact blijven. Dat iconen toch vaak zwart worden komt door de oliva, een mengsel van hars en olie dat als vernis wordt gebruikt en sterk donkert onder invloed van vuil en het roet van de kaarsen die men erbij brandt. Soms wordt over deze zwarte laag weer een nieuwe afbeelding geschilderd.

De laatste tijd stijgt de belangstelling voor iconen, zegt Morsink. ,,De Russische kerk beleeft een bloeiperiode. Veel kerken worden heropend of weer opgebouwd. Er worden fresco's voor gemaakt en iconen. Ook in het Westen merken we een nieuwe hang naar vormen van religie en mystiek. Vooral nu, in de donkere dagen van het jaar, worden mensen daar gevoelig voor.''

Expositie `Het goddelijke nabij', Bijbels Museum, Herengracht 366, Amsterdam. T/m 25 febr. Ma t/m za 10-17u, zo en feestdagen 13-17u, 1 jan gesloten. Van 14 t/m 25 jan elke zondag 14u30 lezingen of muziek. Catalogus ƒ29,95. Tel. 020-6242436

Kerstexpositie Jan Morsink Ikonen, Keizersgracht 454. 19 dec t/m 13 jan. Di t/m za 11-17u, 25 en 26 dec en 1 jan dicht. Tel. 020-6200411.

In het Dordrechts Museum zijn t/m 21 jan iconen te zien uit het Ikonenmuseum in Recklinghausen. Museumstraat 40, Dordrecht. Di t/m zo 11-17u. Tel. 078-6482148