EU stoeit verder over vermeend akkoord Nice

Tien dagen na de eurotop in Nice is nog steeds niet duidelijk wat de regeringsleiders precies hebben afgesproken. Ook hun ambassadeurs bij de EU kwamen er gisteren niet uit.

Achter gesloten deuren, zonder medewerkers, hebben vijftien permanente vertegenwoordigers (ambassadeurs) van de lidstaten van de Europese Unie gisteren geprobeerd om hun hoogste bazen, de Europese regeringsleiders, te overtreffen. Dat is niet gelukt. De kans dat een tweede poging, vanmiddag, wel slaagt, is volgens diplomaten zeer klein.

Onder voorzitterschap van de zeer hoffelijke Franse permanente vertegenwoordiger, Pierre Vimont, zijn de ambassadeurs in dezelfde stellingenoorlog verzeild geraakt als de regeringsleiders anderhalve week geleden tijdens de top van Nice. In feite zijn de onderhandelingen van die top nooit afgelopen. Na hun langste bijeenkomst uit de geschiedenis kondigden de regeringsleiders tegen half vijf op maandagmorgen een akkoord aan. Dat is een vergissing gebleken. De lidstaten zijn het nog altijd oneens over het aantal stemmen dat nodig is voor besluitvorming met een gekwalificeerde meerderheid, en dus ook over het aantal stemmen waarmee een besluit kan worden tegenhouden.

De permanente vertegenwoordigers, onder wie de Nederlander Bernard Bot, vormen een discreet maar machtig Brussels gezelschap. Zij bereiden door middel van onderhandelingen de meeste EU-besluiten zó ver voor, dat die als hamerstukken de Raad van Ministers kunnen passeren. De meesten van hen zijn zo ervaren in de Europese kwesties, dat ze met dédain praten over de puinhoop die regeringsleiders van onderhandelingen kunnen maken. Vandaar dat ze zich inspannen zo veel mogelijk zaken in Brussel te regelen en te voorkomen dat ze op het bord van regeringsleiders terecht komen.

In Nice bereikten de regeringsleiders op het laatste ogenblik overeenstemming over het stemgewicht van de EU-lidstaten door Roemenië één en Litouwen twee stemmen meer toe te kennen dan aanvankelijk was afgesproken. Ze hadden daarna in de vroege morgen te veel haast om te controleren of hun andere afspraken hierna nog wel klopten. Zo belandden in de voorlopige tekst van het Verdrag van Nice percentages en getallen die niet met elkaar overeenstemmen. Er staat dat als de EU is uitgebreid tot 27 lidstaten een besluit met 91 stemmen (van de 345) tegengehouden kan worden. Maar elders staat ook dat voor een gekwalificeerde meerderheid 73,4 procent van de stemmen nodig is, wat betekent dat de blokkerende minderheid uit ten minste 93 stemmen moet bestaan.

Net als in Nice gaat in Brussel de discussie niet over de vraag hoe een gekwalificeerde meerderheid kan worden gevormd, maar hoe een minderheid een besluit kan tegenhouden. Kleine landen en Duitsland willen aan de minderheid van 93 stemmen vasthouden. Dat betekent dat drie grote landen de steun van een middelgroot land nodig hebben om een besluit te torpederen. De meeste grote landen willen een blokkerende minderheid van 91 stemmen, zodat drie grote landen plus een van de kleinste landen (Luxemburg, Malta of Cyprus) een besluit kunnen tegenhouden.

Als Vimont er niet in slaagt met zijn collega's een compromis te vinden, moet er verder worden onderhandeld. De Zweedse minister van Buitenlandse Zaken, Anna Lindh, zegt dat Zweden er weinig trek in heeft deze kwestie van Frankrijk over te nemen. Zweden volgt Frankrijk in januari op als EU-voorzitter. Voor Frankrijk zou het uitblijven van overeenstemming een regelrechte afgang zijn. Uiteindelijk moeten de regeringsleiders zelf de knopen doorhakken die ze in Nice hebben laten zitten, hetzij door hun EU-ambassadeurs op te dragen met een compromis in te stemmen, hetzij door zelf nog een keer om de tafel te gaan zitten.