Een storm die altijd weer opkomt

`Ik zit hier heel alleen kerstfeest te vieren', zong André Hazes al. Luisteren naar de dichters van het leven op een donkere avond bij de kerstboom is het cliché voor de feestdagen. De vertolkers treft een ander lot. Zij rijden van diner naar borrel en treden soms twee keer per avond op om telkens weer dezelfde hit te zingen. Het levenslied of de smartlap – van vroeger en nu.

Samen zingen is na voetbal volkssport nummer twee. Voetbal is stoer, zingen soft. Althans, zo was het. Dankzij één man is dat veranderd. Zijn naam: Vic van de Reijt. Van Hem willen wij zingen.

HET LEVEN voelt kil tot op het bot. De jonge carrièretijger heeft alles wat zijn hart begeert. Uitdagend werk, een `sociaal netwerk' (nee, helaas: geen vrienden), een lease-auto `van de zaak', dure vakanties, een uitpuilende organizer.

Maar gelukkig? Wie voelt nog de warmte als buiten de wind om het huis huilt, terwijl de kachel staat te snorren `op vier'? De vrije burgers van de 21ste eeuw zijn ontketend. Ze leven in vrijheid en gelijkheid. Maar ze missen broederschap. Gut, wat missen ze - snel, succesvol en cynisch als ze zijn - het gevoel van samen-staan-we-sterk, van wij-tegen-de-rest.

Ze vluchten. Ze vluchten in voetballegioenen. You'll never walk alone. Ze vluchten in samenzang. Samen zingen is – na voetbal – volkssport nummer twee. Voetbal is stoer, zingen is soft. Althans, zo was het. Maar dankzij één man is dat veranderd. Van Hem willen wij zingen. Zijn naam: Vic van de

Reijt, samensteller van twee dikke bundels en een Top-100 waarin een dwarsdoorsnede van `het Nederlandse lied' is bijeengebracht.

Cafés, schouwburgzalen en marktpleinen zijn de afgelopen jaren volgestroomd. Hoor, daar klinkt een snerpende accordeon. Diep halen wij adem en luid zingen we uit Van de Reijt-I, vers 32:

Die van zijn moeder aan de kade

Wat schuchter lachend afscheid nam

Omdat-ie haar niet durfde zoenen

Die straatjongen uit Rotterdam.

Zie hem zitten in een Amsterdams café, bij het blond schuimend bier – ,,en zullen we wat bitterballen bestellen?' Vic van de Reijt (Breda, 1950) is zelf ook beduusd van de enorme oplagen (tot boven de honderdduizend) die zijn bundels hebben gehaald. ,,Je bent zoveel meer dan die Nederlandstalige liedjes', zegt hij bijna verontschuldigend.

Het begon met verzamelwoede, die is uitgemond in een rijke collectie grammofoonplaten waaruit Van de Reijt zijn bundels heeft gedestilleerd. Als geen ander heeft hij een scherpe kijk ontwikkeld op de diverse liedgenres, waarvan het levenslied zich wel het best van alle leent voor de volkszang die Van de Reijt heeft ontketend.

Probeer met Vic van de Reijt niet al te ingewikkeld te theoretiseren over het levenslied. ,,Het zijn liederen over grote gevoelens', definieert hij overzichtelijk: ,,Liefde, dood, verlies.' De smartlap is voor hem ,,gewoon hetzelfde' als het levenslied. Het enige verschil is volgens Van de Reijt misschien ,,dat je in een levenslied niet onmiddellijk dood hoeft te gaan en in een smartlap wel'.

Voor Vic van de Reijt, uitgever (Nijgh & Van Ditmar) en Elsschot-kenner, telt de drieëenheid van tekst, muziek en uitvoerende. Als die met elkaar in cadans en balans zijn, ontstaat er liedkunst die zichzelf van rang en stand loszingt. Van de Reijt zal niet snel iets negatiefs zeggen over volksmuzikanten als `het fenomeen' Pierre Kartner, André Hazes en het duo Frans Bauer/Marianne Weber.

,,Die Kartner doet verschrikkelijk zijn best. Hij heeft honderden liedteksten gemaakt die een groot publiek hebben gevonden. De bovenkant van Kartner valt samen met de onderkant van Willem Wilmink. Ik heb dat gemerkt bij het uitschrijven van de teksten voor de bundels. Als dat snel en soepel gaat, weet je dat je een goed lied te pakken hebt. Huilen is voor jou te laat blijft een geweldig fraai geschreven en gecomponeerd geheel, al is Kartners woordkeus niet bepaald origineel te noemen. Maar het lied is op het lijf van Corry (van de Rekels, red.) geschreven, met die snikkende stem – je gaat onmiddellijk plat.'

Grote gevoelens, simpele woorden, maar zonder rijmdwang en zonder gesjoemel met het metrum: daarin ligt de kracht van het betere levenslied. Van de Reijt bladert in een van zijn bundels en wijst op het lied Ik verscheurde je foto van Koos Alberts. ,,Kijk, dit klopt niet.' Eerst van die korte zinnetjes en dan zo'n lange zin om bij een rammelend rijmwoord uit te komen:

`Ik verscheurde je foto

Maar ik zie je nog steeds

Want ik weet dat ik je nooit meer vergeet.'

Het levenslied is, zegt Vic van de Reijt, ,,een storm die altijd weer opkomt'. Het repertoire van Louis Davids en Willy Derby uit de vooroorlogse periode leeft voort in het collectieve geheugen van nieuwe generaties Nederlanders. Johnny Hoes en de Zangeres zonder Naam, Johnny Jordaan en Tante Leen, die hun hoogtijdagen beleefden in de jaren vijftig en zestig, Pierre Kartner in de jaren zestig en zeventig: het zijn de minstrelen van de 20ste eeuw.

Vic van de Reijt heeft zijn liefde voor het Nederlandse lied opgedaan in zijn studententijd, toen hij de bakjes `cabaret' bij platenzaak Concerto in Amsterdam doorsnuffelde en college kreeg van Willem Wilmink die een serieuze tekstanalyse van Ketelbinkie gaf. Het is een bekend fenomeen, van rationele `hoger opgeleiden' die hun hart drenken in volkscultuur. Menno ter Braak zat bij Louis Davids in de zaal. Lucebert en Gerard van het Reve dweepten met de Zangeres zonder Naam.

Maar pas op, wil Van de Reijt vooral niet indelen bij de nieuwe generatie studenten, bij de Jiskefet-achtige lullo's die zich collectief verkneukelen aan het afzeiken van het gemene volk. Van de Reijt beleeft intens plezier aan het ragfijne spel met taal in het levenslied, dat enerzijds de beperking kent van eenvoud en clichés, maar anderzijds ruimte laat voor brille en verrassing.

,,Drs. P heeft meesterlijke teksten geschreven die bijna een pastiche op het levenslied zijn.' Zie bijvoorbeeld Het hart eener deerne, over een eenvoudig kamermeisje dat zich laat bezwangeren door een Leidse student om vervolgens in de goot te geraken en tot prostitutie te vervallen:

Eens kwam bij haar een man met doffe oogen

Verteerd door drank en liederlijken lust

't Was de student door wien zij was bedrogen

Zij heeft geweend en hem in slaap gekust

Het levenslied leent zich bij uitstek voor Spielerei, niet alleen in tekst, ook in muziek. ,,Een nummer als Oerend hard van Normaal sluit tekstueel volledig aan bij het levenslied, maar het wordt gezongen door een rockband, waardoor het weer een nieuw en jong publiek heeft weten te bereiken. Hetzelfde zie je in repertoire van De Dijk. Huub van der Lubbe heeft teksten geschreven die zich keurig houden aan de wetten van het levenslied, maar die er net met één woordje weer uitspringen:

Ik doe niks en ik doe niks

Ik hang alleen maar rond

Ik kijk eens door de ramen

En ik krab wat aan m'n kont

In een authentiek levenslied, dat in wezen intens burgerlijk is, zou je het woordje `kont' niet aantreffen. Van der Lubbe komt hier met een Wim T. Schipperiaanse vernieuwing van het levenslied.'

Het is deze combinatie van verschillende genres waarvan Van de Reijt het meeste houdt. Kom niet bij hem aan met een cd-box vol smartlappen. ,,Dan krijg ik na een half uurtje een beetje de kriebels. In mijn bundels zet ik altijd authentieke levensliederen naast ironische teksten. Dat maakt het dragelijk.'

Vic van de Reijt is geen alleseter. ,,Mijn platenververzameling wordt nu in veel publicaties enorm omhooggeschreven. Maar die is buitengewoon geselecteerd. Ik heb wel veel, maar door die bloemlezingen ben ik ook heel specifiek gaan zoeken. Het is echt niet zo dat ik alle platen met levensliederen in huis heb.' Ter voorbereiding van zijn bundels heeft hij talloze uren in cafés doorgebracht. ,,Ik heb gewoon zitten turven wat daar allemaal werd gezongen.'

Hoe komt het toch dat die cafés de laatste jaren zijn volgestroomd? Wat is er gebeurd met het `krities deel der natie', dat ooit demonstreerde tegen Noord-Amerikaanse kruisraketten en tegenwoordig bewonderend spreekt over de VPRO-serie Bij ons in de Jordaan?

Vic van de Reijt heeft het antwoord klaar: ,,Er is onmiskenbaar een katholieke revival gaande. Op sleutelposities in de cultuur en in de media kom je steeds meer mensen tegen met een Brabantse katholieke achtergrond. Het is de voorbode van een nieuwe Gouden Eeuw, zoals de Val van Antwerpen in 1585 een geweldige impuls heeft gegeven aan het culturele leven in Holland in de zeventiende eeuw.'

De tijd van calvinistisch saneren en bezuinigen is voorbij. De tijd van rooms-bourgondisch gezang is aangebroken. De smartlap heeft zich verplaatst van de kerk naar de kroeg. Vic van de Rijt zingt bij bier en bitterbal de teksten uit zijn jeugd, als sopraan in het Heilig Sacramentskoor: `Panem de coelo praestitisti eis/ Omne delectamentum in se habentem.' Nieuwe, `ontheiligde' liedboeken liggen voor hem op de cafétafel. Laat ons zingen:

Bij de muur van 't oude kerkhof

Wacht een kleuter droef en teer

Vraagt aan ons lief Heertje daar boven:

Wanneer komt mijn moesje weer