Breekbare tenor

De dinsdag overleden gospelzanger Roebuck `Pops' Staples heeft bewezen dat popmuziek leeftijdloos is. Pas op 77-jarige leeftijd debuteerde hij als solozanger met de cd Peace To The Neighbourhood.

Voor hij in als solozanger begon, had Pops Staples al een lange loopbaan met de gospelgroep The Staple Singers achter de rug. Maar ook met The Staple Singers was hij pas relatief laat op 37-jarige leeftijd begonnen. In 1952 kocht hij een goedkope gitaar en leerde hij zijn kinderen Cleotha (1934), Pervis (1935), Yvonne (1939) en Mavis (1940) zingen.

In 1935 was Staples verhuisd van Winona, Mississippi, naar Chicago waar hij zich in leven hield als arbeider in onder meer staalfabrieken en autowasserijen. Op de plantage in Winona had hij bluesgitaar leren spelen; in Chicago zong hij op zondagen met de Golden Trumpets. Pas in 1955 werden Staples en zijn zingende kinderen professionele gospelzangers.

De bezetting van The Staple Singers – een kwintet van twee mannen en drie vrouwen in plaats van een kwartet heren – was ongebruikelijk in de gospel. Pops Staples had een breekbare, hese tenor die mooi contrasteerde met het vocale geweld van dochter Mavis. Aanvankelijk haalden The Staple Singers slechts kleine hits. Met hun arrangement van de traditionele gospelsong This May Be Last Time gingen The Rolling Stones aan de haal. Onder de titel The Last Time en met de vermelding van Jagger en Richard als auteurs haalden de Stones er een grote hit mee.

Groot hitsucces kregen The Staple Singers pas nadat ze in 1967 onder contract kwamen bij het beroemde Amerikaanse Stax-label. Ze verbreedden hun repertoire en begeleid door een echte, stevige soulband en Staples' bluesgitaar werden ze met hun sociaal geëngageerde songs de zingende woordvoerders van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging. Met Respect Yourself haalden ze de twaalfde plaats van de Amerikaanse hitparade en I'll Take You There, misschien wel hun mooiste nummer, haalden The Staple Singers zelfs de eerste plaats.

Na de ondergang van het Stax maakten ze platen voor Curtom, het label van hun bijna een jaar geleden overleden geestverwant Curtis Mayfield. Diens schitterende Let's Do It Again leverde Pops Staples en zijn familie in 1975 weer een grote hit op. In de jaren tachtig werd het succes van Pops Staples minder tot hij in 1994 Father Father maakte: deze cd werd bekroond met een Grammy Award, de Oscar voor popmuziek.