Amerika zou meer rekening moeten houden met China

Als de plannen van de nieuwe Amerikaanse president George W. Bush ten volle worden uitgevoerd zullen die uitmonden in een riskante tegen China gerichte strategie, meent Willem van Kemenade.

Wat kunnen China en Oost-Azië verwachten van de nieuwe Amerikaanse regering onder George W. Bush? De Republikeinse Partij is duidelijk gespleten ten aanzien van met name China. Aan de ene kant zijn er de realisten en vrijhandelaren die alle belemmeringen tegen optimale groei van de economisch-commerciële betrekkingen met China uit de weg willen ruimen. Aan de andere kant zijn er de conservatieve ideologen in het Congres en de denktanks (het `Blauwe Team') die elk gerucht of vermoeden over China's bewapening buiten alle proporties opblazen tot een nieuw `Geel Gevaar', waartegen op korte termijn preventieve actie moet worden genomen.

Deze anti-China hardliners hebben zich gediscrediteerd met hun heksenjacht tegen de tot Amerikaan genaturaliseerde Taiwanese kernfysicus Wen-ho Lee. De beschuldigingen dat Lee alle belangrijke Amerikaanse nucleaire geheimen gestolen had voor opdrachtgevers in Peking bleek op vrijwel niets anders te berusten dan racistische paranoia van de FBI en verbeten anticommunisme.

De Republikeinse vrijhandelaren hebben daarentegen paradoxaal genoeg president Clinton enige maanden geleden aan een van zijn grootste overwinningen geholpen door in groten getale voor China's status als `permanent normale handelspartner' te stemmen, terwijl vele Democraten uit antiglobaliseringsmotieven tegen hun eigen president gestemd hebben.

Bush jr. hoort bij geen van beide kampen, maar heeft duidelijk gemaakt dat hij het als te inschikkelijk bestempelde Chinabeleid van Clinton selectief zal gaan wijzigen. Allereerst zal hij Clintons – overigens achterhaalde – beleid van `strategisch partnerschap' met China wijzigen in `strategische concurrentie'.

De grote paradox is dat voor president George H.W. Bush en zijn voorgangers, China tijdens de Koude Oorlog een strategische partner tegen de Sovjet-Unie was. Clinton beschuldigde Bush sr. in 1992 van het ,,liefkozen van de dictatoren in Peking''. Clintons China-politiek is langzaam maar zeker geëvolueerd van selectieve confrontatie naar breed engagement, zodanig dat Republikeinse hardliners hem nu een `panda-hugger' (panda-knuffelaar) noemen. De Bush-kritiek op Clinton is verder dat hij China centraal stelde in zijn hele beleid tegenover Oost-Azië en de Stille Oceaan, terwijl Bush zelf de allianties met Japan en andere democratieën – Thailand, de Filippijnen, Zuid-Korea en Australië – tot brandpunt van zijn beleid zou maken.

Verder heeft Bush gezegd dat hij het `één-China beleid' dat zes presidenten vanaf Nixon hebben gevoerd, zal handhaven, maar de Taiwanese democratie zal verdedigen in geval van een Chinese aanval. Dit is een nuancewijziging ten opzichte van Clintons beleid van `strategische dubbelzinnigheid', dat neerkomt op geen interventie als Taiwan een aanval provoceert door middel van een onafhankelijkheidsproclamatie.

Dit alles baart China al genoeg zorgen, maar het grootste schrikbeeld voor Peking is dat Bush en de afgelopen dagen ook zijn kandidaat vice-president Dick Cheney en minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell verzekerd hebben dat zij een veel completere versie van een nationaal raketschild (NMD) zullen bouwen – wellicht samen met een raketschild in Oost-Azië (TMD) – dan de beperktere versie die Clinton enige maanden geleden op de lange baan heeft geschoven. Dit zal China's raketafschrikking naar de VS tot nul reduceren en China's optie om vroeg of laat raketten te gebruiken tegen Taiwan uitsluiten. Het radicale `Blauwe Team' hoopt dat NMD China tot een nieuwe bewapeningswedloop zal dwingen waaraan het net als de voormalige Sovjet-Unie ten onder zal gaan.

In Tokio worden dit soort ideeën enthousiast verwelkomd en geen land heeft uitbundiger gereageerd op de `overwinning' van Bush dan Japan. Japan gaat immers al jaren gebukt onder een drievoudig juk: economische neergang, de onweerstaanbare opkomst van China en verwaarlozing door de VS die de vrees voor China verder vergroot heeft. Kan en zal een Bush-presidentschap hierin een ommekeer brengen? Als de ideeën van Bush ten volle worden uitgevoerd zal dit vrijwel zeker uitmonden in een riskante tegen China gerichte strategie. Japan is nog steeds een economische supermacht, maar geen echte markteconomie en verkeert al tien jaar in stagnatie.China is ondemocratisch, repressief en eveneens corrupt, maar het zindert van de economische dynamiek, hervormingsdrang en innovatie. Het land voert een behendige, effectieve buitenlandse politiek en toont in toenemende mate regionaal leiderschap. Dankzij China's rol is de beginnende Amerikaanse detente met Noord-Korea op gang gekomen. Strategische voorkeur geven aan een economisch neergaand Japan omdat het een onderdanige exotische democratie is, ten koste van een economisch dynamisch en assertief China dat op middellange termijn hopelijk een liberalere staat en op langere termijn wellicht een of andere democratische variant wordt, zou een historische dwaling kunnen blijken. Amerikaanse bilaterale militaire allianties – impliciet tegen China gericht – versterken komt neer op het opnieuw verdelen van de regio, juist nu er voor het eerst aanzetten tot brede regionale samenwerking en integratie tussen Zuidoost- en Noordoost-Azië zijn: `ASEAN plus Drie' (China, Japan, Zuid-Korea), een vrijhandelszone en een Aziatisch Monetair Fonds.

De kans op een Chinese veroveringsoorlog tegen Taiwan is klein en neemt af naarmate de tijd voortschrijdt. Alleen als ultra-nationalisten in China, onafhankelijkheids-radicalen in Taiwan of anti-China extremisten in Amerika de overhand krijgen zou een oorlog waarschijnlijker worden. Een goed instrument om het mogelijke oorlogsgevaar te bezweren zou het toewijzen van de Olympische Spelen aan Peking in 2008 zijn.

China beschikt in toenemende mate over – niet-militaire – instrumenten om tot ontspanning met Taiwan te komen:

Dankzij het gedogen van China kan Taiwan lid van de WTO worden, niet als staat maar als de vierde grootste economie van Oost-Azie;

In november 2001 zal de jaarlijkse top van het samenwerkingsverband van oeverstaten van de Stille Oceaan APEC in Shanghai worden gehouden. Taiwan is daarbij welkom, echter niet op presidentieel, maar op ministerieel niveau;

China zal ook beslissende invloed hebben op de modaliteiten waaronder Taiwan in andere regionale samenwerkingsorganen, zoals de komende vrijhandelszone kan deelnemen.

De hele wereld, inclusief de Verenigde Staten en de Europese Unie (waaronder Nederland), hebben met China ingestemd dat Taiwan niet als een aparte staat, maar als een speciale cultureel-economische `sub-natie' aan het internationale leven kan deelnemen. Daarin kan alleen verandering komen als de Chinezen van gedachten veranderen. Dat een minder autoritair, liberaler China dat in ongeveer tien jaar doet is niet uitgesloten. Op dit moment is de hoogste prioriteit te voorkomen dat de spanning tussen China en Taiwan tot gevaarlijke dimensies escaleert. Een verhoogde Amerikaanse militaire rol in de regio in de vorm van versterkte allianties, onverminderde wapenleveranties en een raketschild zal daarop eerder negatieve, dan positieve invloed hebben.

Willem van Kemenade is China-deskundige.

    • Willem van Kemenade