Wennen

Hoe een kat zich in een vreemd pakhuis voelt, is me sinds kort duidelijk.

Ik schreef onlangs over de zwerfkat die we in huis opnamen. Drie jaar had ze in Amsterdam-Zuid rondgezworven. Aan voedsel had ze geen gebrek gehad, maar van enige emotionele verwaarlozing mocht wel gesproken worden. Kan dat wel goed gaan, vroeg menige kattenliefhebber mij bezorgd.

Ja, dat kan, want katten zijn overlevers en dus aanpassers. Je moet ze alleen de eerste dagen na zo'n overgang met de nodige omzichtigheid behandelen. Onze poes was fysiek in orde bevonden, bij de inspectie van haar gebit bleek ze alleen veel ouder dan aanvankelijk geschat: niet vier tot zes jaar, maar tien tot twaalf jaar. Konden we haar nog wel Neeltje noemen, of moest het Neel worden? We besloten haar reactie af te wachten. Die was voorlopig nogal terughoudend.

Ze wilde wel goede vriendjes met ons worden, maar alleen op haar voorwaarden. Aaien mocht, heel graag zelfs, maar optillen was uit den boze. Bij elke onverwachte stap of los gebaar in haar richting dook ze watervlug achter de bank of onder de tafel – aan haar lijf nu even geen polonaise. Zo moest ze zich al die jaren onder auto's en achter schuurtjes hebben verstopt bij tekenen van naderend onheil.

Grote achterdocht koesterde ze vooral jegens de nieuwe, beperkte ruimte. Daar wilde ze de eerste dagen niets mee te maken hebben. Ze ging niet op verkenning uit, maar bleef in haar kooi. Ze kwam daar alleen uit om naast ons plaats te nemen. Naast ons, niet op ons: de schoot wordt nog gemeden. Maar als ze dicht tegen ons aan komt zitten, mogen we dit wel als een vorm van toestemming beschouwen om haar op te vrijen.

Daarvan kon ze al snel ongeremd genieten. Kop, hals, buik, achterste geen deel mag worden overgeslagen. Vooral de kont wordt met de nodige wellust omhooggeduwd, alsof ze wil zeggen: zie je mijn openingen? Het maakt een nogal hoerige indruk – misschien heeft ze zich in Zuid alleen maar kunnen handhaven door de beest uit te hangen. Na een poosje ligt ze er bij als een junk die zich net een shot heeft toegediend: verzadigd en verzaligd.

Maar haar waakzaamheid verslapt ook in zulke situaties nauwelijks. Komt er iemand onverwachts binnen, dan schiet ze meteen overeind, trekt haar jurk glad, stapt in haar pumps en neemt de benen. Het zou een advocaat nog heel wat moeite kosten om de bewijzen van overspel rond te krijgen.

Komen we bij het trivialere, maar minstens zo essentiële gedeelte. Of ze al `op de bak' gaat? Geen enkel probleem. Het bewijst weer eens dat katten in aanleg zeer beschaafde wezens zijn. Terwijl veel mensen zich tegenwoordig steeds liever ontlasten in portieken en grachten, gaat er zelfs voor een gewezen zwerfkat niets boven een proper toilet.

De kat begint dus aan de eigenaar te wennen. Nu de eigenaar nog aan de kat. Want dat vergeten de dames en heren katten nogal eens: dat zij van ons meer vergen dan wij van hén.

    • Frits Abrahams