Strijdbare boeddhist

Op 89-jarige leeftijd is gisteren in Parijs Son Sann overleden. Hij was een van de vooraanstaande leiders in Cambodja, die als technocraat zijn stempel drukte op de opbouw van het land na de onafhankelijkheid en wiens politieke loopbaan – net als die van koning Norodom Sihanouk – werd getekend door achtereenvolgens de rechtse coup van generaal Lon Nol (in 1970), het terreurbewind van de Rode Khmer (1975 tot 1979) en de daarop volgende guerrillastrijd tegen de Vietnamese bezetting. In een gisteravond in Phnom Penh uitgegeven verklaring prees koning Norodom Sihanouk de overledene als een ,,zoon van de natie en een held van het Cambodjaanse moederland''.

Son Sann – een devoot boeddhist, anti-communist en net als veel van zijn landgenoten fel anti-Vietnamees – werd geboren op 5 oktober 1911 toen Indochina nog Frans was. Als zoon van een welgestelde familie uit wat nu de Zuid-Vietnamese provincie Tran Vinh is, studeerde hij in Parijs om vervolgens in eigen land bestuurlijke functies te bekleden in het Franse koloniale bestuur. Tussen 1946 en 1948 was hij minister op verschillende posten in de regering van Norodom Sihanouk die als `Koning Bevrijder' Cambodja in 1953 naar de onafhankelijkheid voerde. In 1955 richtte Son Sann de Nationale Bank van Cambodja op die hij tot 1968 leidde. In dat jaar werd hij korte tijd premier. Hij trok zich vervolgens terug als persoonlijk economisch adviseur van Norodom Sihanouk.

Na de machtsovername van Lon Nol in 1970 ging Sihanouk in Peking in ballingschap; Son Sann werd onder huisarrest geplaatst. Toen de Rode Khmer op 17 april 1975 Phom Penh binnentrokken – en Sihanouk als boegbeeld van hun regime aanstelden – volgde Son Sann de gebeurtenissen als balling in Parijs. Eind jaren zeventig gaf hij, op 68-jarige leeftijd, zijn comfortabele bestaan in Parijs evenwel op. Hij trok naar de jungle van Thailand om van daaruit als leider van het Khmer People's National Liberation Front strijd te voeren tegen het Vietnamese leger dat begin 1979 Cambodja was binnengevallen en de Rode Khmer had verdreven. Tegen de Paus zei hij later dat hij een guerrilla-leider was tegen zijn zin: ,,Ik heb in heel mijn leven nog nooit een wapen gedragen. Sinds 1968 heb ik me gehouden aan de vijf boeddhistische leefregels, waarvan de eerste is: respect voor alle levende wezens.''

Met de twee andere Cambodjaanse verzetsgroepen in Thailand – de verdreven Rode Khmer en de FUNCINPEC van Sihanouk – vormde Son Sann in 1982 een alliantie. Sihanouk werd president en Son Sann premier van een regering in ballingschap, die de steun had van de Verenigde Naties. De Vietnamese bezetting duurde tot 1989; twee jaar later, na het tekenen van het Parijse vredesakkoord, keerde Son Sann terug in Phnom Penh.

Een grote rol speelde hij daarna niet meer: zijn Buddhist Liberal Democratic Party haalt slechts tien van de 120 parlementszetels bij de verkiezingen die in 1993 onder auspiciën van de Verenigde Naties werden gehouden. Drie jaar geleden ging hij voor medische behandeling terug naar Parijs; hij besloot daar te blijven nadat Cambodja's sterke man Hun Sen kort daarna alle macht naar zich toe trok.