Ontluisteren

Bij gelegenheid van de recent verschenen biografie van Paul Rodenko, Ik ben een vreemdeling. Ik sta apart, organiseerde Stedelijk Museum Zutphen een tentoonstelling met memorabilia. Eén zaaltje met vitrines vol opengeslagen boeken en documenten, foto's en handschriften, plus bric à brac zoals Rodenko's boekentas. Tijdens de opening overhandigde de twee dagen eerder tot doctor in de letteren gepromoveerde biograaf, Koen[raad] Hilberdink, een exemplaar van zijn proefschrift aan Rodenko's dochter Ludmila en fleemde: ,,Lees het straks maar op je gemak. Daarna praten we er nog eens over, gezellig met een glaasje en een hapje en zo.' Mijn wenkbrauwen schoten omhoog. Even later verklaarde de Zutphense dichter H.C. ten Berge de expositie voor geopend, maar pas nadat hij in zijn toespraak had gemeld dat hij Rodenko, die in Zutphen stierf, nooit heeft ontmoet. Bof, dacht ik, moet kunnen.

Vanzelfsprekend roemden beide redenaars Rodenko's signaalfunctie, per slot van rekening was hij wegbereider en lijstduwer der Vijftigers. Helaas haalde Ten Berge aan het slot van zijn voordracht voor de zoveelste keer uit naar ,,de dichters die het tegenwoordig voor het zeggen hebben'. Zij smoren volgens hem het experiment – natuurlijk noemde hij geen namen. De aanwezigen, circa vijftig vijftigers, slikten het als zoete koek.

De biograaf verklaarde een week later in VN: ,,Dit boek ontrafelt Rodenko's mythe, daarom is het een ontluisterende biografie. En ook omdat voor veel lezers auteurs heiligen zijn. In werkelijkheid is hun leven een gevecht om geld en erkenning.' Geen ontluisterende openbaring lijkt mij, eerder een open deur. Jan en alleman willen immers geld en erkenning, al verkiezen sommigen liefde, rust, reflectie. In mijn ogen is Paul Rodenko een aangenaam naïeve man, zo-zo dichter en een enthousiasmerend essayist. De biograaf verdiepte zich net als zijn protagonist in de psychologie, beiden missen echter een cruciaal punt: arbeiderisme = revolutie. De drang om je te ontworstelen aan een milieu is echter niet ontluisterend. Vandaag de dag immers is ambitie niet langer een scheldwoord. Rodenko las zich een ongeluk, publiceerde invloedrijke bloemlezingen en, naar mijn smaak, hilarisch wijsneuzige opstellen. Hij profileerde zich, zoals het nu heet. De crux is dat hij dat deed in een ander tijdsgewricht, vijftig jaar geleden, vorige eeuw.

Arbeiderisme behelst het snakken, op het maniakale af, naar kennis omdat je opgroeide in een `Domweg gelukkig in de Dapperstraat-milieu'. Dat is niet ontluisterend, maar begrijpelijk, menselijk. Rodenko ondersteunde onder anderen de Vijftigers, herkende hun drang en hun vitaliteit. In zijn enthousiasme bakte hij maffe zinnen als: ,,Alle grote poëzie heeft betrekking op zulk absolutem: de Moira, God, de Mensheid, de Schoonheid – in ieder geval een zinvolle totaliteit, of juister gezegd een absolute instantie die de heterogene werkelijkheid zingevend tot een totaliteit, een geheel dat meer is dan de som der delen, maakt.' Rodenko vibreert in dit citaat over een gedicht van Pierre Kemp.

Wie schrijft die blijft. Vooral als anderen na je dood over je blijven schrijven, je zalven en balsemen of verguizen. Rodenko mystificeerde zijn jeugd en veranderde de reden waarom hij na de oorlog in Parijs studeerde. Vijftig jaar later bewijst zijn biograaf dat Rodenko fantaseerde en noemt dat triomfantelijk `ontluisteren'. Achguttogut. Als je het talent hebt om met taal of beeld je eigen werkelijkheid te scheppen, moet je het niet laten. Het slopen van zo'n papieren huisje, waarin elke kunstenaar tijdens het scheppen woont, ontluisterend noemen riekt naar effectbejag.

Niemand zal straks, als bewezen wordt dat Arnon Grunberg, die zich zo te lezen onder zijn eigen naam al te pletter schrijft, ook nog publiceert als Marek van der Jagt, beweren dat hij/zij met die onthulling de auteur ontluistert.

Op de tentoonstelling in Zutphen wordt, zuiverder dan in de biografie, duidelijk wie Paul Rodenko was en wat hem voor ogen stond. Rodenko's zelfportret op zestienjarige leeftijd spreekt boekdelen. Veel patsboem en orgiastisch kleurboem. Op die leeftijd las ik zijn poëzie en zijn bloemlezingen. In geschrifte predikte hij de revolutie, in werkelijkheid dronk hij zich dood. Dat is niet ontluisterend, maar treurig. Net zo treurig als de Rodenkolaan in de Zutphense nieuwbouwwijk Leesten, al wordt die aan de ene kant geflankeerd door de Robert van Guliklaan en de Ida Gerhardtsingel aan de andere.

Tentoonstelling Paul Rodenko, Stedelijk Museum Zutphen, Rozengracht 3. Tot en met 31 december.