Lachende heuvelen bij Beek

Uit 19de-eeuwse reizigersregisters van Beek en Ubbergen blijkt hoe populair deze Gelderse dorpen destijds geweest moeten zijn. In de herbergen logeerden ambtenaren en predikanten, zakenlui en industriëlen: welgestelde reizigers die het zich konden veroorloven om vakantie te houden in het rustieke stuwwallenlandschap oostelijk van Nijmegen. De lijsten vermelden opvallend veel kunstenaars. Ook zij bleven doorgaans kort in Beek of in het naburige Ubbergen. Hoewel de dorpen daarom geen echte kunstenaarskolonies mogen heten, is het zeker dat de schilders en tekenaars die er rond het midden van de eeuw verbleven, er kwamen om te werken. Dat blijkt uit een tentoonstelling van dorpsgezichten en landschappen, die nu te zien is in het Nijmeegse Museum Het Valkhof.

Op het eerste gezicht treft de overweldigende hoeveelheid prenten, tekeningen en schilderijen die vooral een inventarisatie lijken van alle voorstellingen van het gebied uit de periode tussen 1810 en 1860. Maar daardoor ontstaat ook een goed beeld van wat het nu precies was dat kunstenaars van heinde en verre aantrok: een gevarieerd, bijna on-Nederlands landschap, met een heuvelrug die abrupt overgaat in een uitgestrekt polderlandschap. Nog maar kort daarvoor kon dat schilders en toeristen veel minder bekoren. Aan het begin van de 19de eeuw werd het gebied beschouwd als een onherbergzame woestenij, die over zandpaden moeilijk te bereiken was. De aanleg in 1824 van een verharde weg van Nijmegen naar Beek maakte het reizen een stuk gemakkelijker. Bovendien bleek de streek rijk aan kerkjes en boerderijen, molens en scheefgezakte huisjes, die steeds meer appelleerden aan de smaak van de romantische kunstenaars. Uit die tijd stamt een typerende karakteristiek van Beek, dat zich – volgens de Ubbergse notaris Cornelis ten Hoet – onderscheidt door `schilderachtige landschappen, lachende heuvelen, romantische dalen en schitterende vergezigten'.

De omslag in waardering is goed te volgen in prenten en tekeningen. Een 18de-eeuws topografisch tekenaar als Cornelis Pronk was vooral geïnteresseerd in de precieze weergave van kastelen en kerkjes, die dan ook het hoofdmotief van zijn voorstellingen vormen. In het werk van andere kunstenaars, zoals de Nijmegenaar Hendrik Hoogers, verschuift de aandacht van de monumenten naar het landschap, soms als decor voor gefantaseerde arcadische taferelen. Vanaf het begin van 19de eeuw trok de omgeving kunstenaars uit het hele land, die vooral uit waren op schilderachtige landschappen en dorpsgezichten. Hun naar de werkelijkheid gemaakte schetsen vormden de basis voor verder uitgewerkte tekeningen en aquarellen. Een mooi voorbeeld is een aquarel van Daniël Kerkhoff, met een gezicht op het Kastanjedal (1812). Vanaf de beboste heuvels strekt zich tot aan de horizon de vlakte uit. Op de voorgrond ligt een van de Beekse blekerijen.

Het zijn niet de allerberoemdste kunstenaars die in Beek en Ubbergen verbleven. Een uitzondering is Josephus Augustus Knip, die lang in Parijs en Italië had gewerkt, maar zich in 1819 in Beek vestigde. Hij zette er zijn door Italië geïnspireerde werk voort, maar heeft ook enkele Beekse landschappen getekend. Veel belangrijker was de aanwezigheid van de invloedrijke Barend Cornelis Koekkoek, die in de jaren twintig regelmatig in Beek moet zijn geweest en er omstreeks 1828 zelfs een jaar lang bleef. Het is veelzeggend dat Koekkoek er neerstreek, omdat hij zijn woonplaatsen telkens lijkt te hebben uitgekozen om de mogelijkheden die de omgeving bood voor zijn specialisme, de landschapschilderkunst. Eerst woonde hij in Hilversum, later in Kleef en tussendoor dus even in Beek, waar hij mooie krijttekeningen maakte en een paar schitterende schilderijen van gezichten langs de Beekse heuvelrug, waar de lage namiddagzon lange schaduwen werpt op idyllische landweggetjes.

Maar een van de verrassende hoogtepunten in deze tentoonstelling is een reeks geaquarelleerde pentekeningen van de verder zo goed als onbekende J. van Leeuwen. Zijn delicate, koele gezichten tonen het landschap ten oosten van Nijmegen zoals dat er in de jaren twintig van de 19de eeuw moet hebben uitgezien: heuvelachtig en wijds, met in de kale bebossing nog iets van zijn vroegere onherbergzaamheid.

Tentoonstelling: `Heerlijke natuurtoneelen'; romantische landschapschilders in Beek en Ubbergen, 1810-1860. T/m 18/2 in Museum Het Valkhof, Kelfkensbos 59, Nijmegen. Open: di t/m vr 10-17, za-zo 12-17 uur, eerste kerstdag gesloten. Catalogus: ƒ 40,50. Inl.: 024-3608805.