Internet doet geen wonderen

De commissie `ICT en de stad' gelooft dat met internet een scala van problemen in 25 grote steden kan worden opgelost. Maar sociale cohesie ontstaat niet omdat buurtgenoten via internet met elkaar praten en overleggen, meent Marie-José Klaver.

De overheid moet 12 tot 15 miljard gulden investeren om inwoners van achterstandswijken te helpen. Dat vindt de commissie `ICT en de stad'. Overal moeten zeer snelle internetverbindingen (breedband) komen, zegt de commissie, die op verzoek van minister Van Boxtel van Grote Steden- en Integratiebeleid een rapport heeft geschreven over de kansen die informatie- en communicatietechnologie biedt om de problemen in de 25 grote steden in Nederland op te lossen.

Werklozen moeten virtuele wijken bouwen en allochtonen kunnen gezeten aan de computer beter integreren. Op die manier wordt de sociale cohesie in buurten versterkt. Zo luidt één van de aanbevelingen van de commissie in het rapport Burgers verbonden.

Internet wordt gezien als een wondermiddel om alle problemen (werkloosheid, criminaliteit, dure gezondheidszorg) op te lossen. Maar zo werkt het natuurlijk niet. Als je in staat bent om virtuele wijken (lees websites) te bouwen, ben je niet werkloos maar heb je de keuze uit duizenden banen bij het bedrijfsleven en de overheid. Je kunt zo voor een riant salaris aan de slag als webmaster, HTML'er, XML'er, programmeur, interface designer of content manager.

Sociale cohesie ontstaat niet omdat buurtgenoten via internet met elkaar praten en overleggen. Als je in het echt niet in staat bent of geen zin hebt met je buurman te praten, waarom zou je dat dan wel in cyberspace doen, waar je zoveel interessante mensen kunt ontmoeten?

Een ander naïef en overbodig idee van de commissie is een speciale website voor allochtonen waarop zij met landgenoten kunnen communiceren en nieuwsuitzendingen uit hun land van herkomst kunnen bekijken. Zo'n website is volstrekt overbodig. Allochtonen communiceren al volop met familie en vrienden uit de landen waar zij vandaan komen. Ze doen dat via goedkope belwinkels. (Het is ook maar de vraag of de familie in Ghana of Marokko over een internetaansluiting beschikt.) Nieuws en andere programma's bekijken Nederlanders van buitenlandse afkomst via een schotel op televisie, wat veel prettiger is dan televisiekijken op een beeldscherm.

Nog een idee uit Burgers verbonden: ,,Met behulp van een webcam kunnen ouderen zich beter redden in de hedendaagse samenleving'', schrijft de commissie. Familie en verzorgers kunnen direct in de gaten houden hoe het met bejaarden gaat. Alsof ouderen erop zitten te wachten dat ze dag en nacht in de gaten worden gehouden met een digitale camera. Die kleinkinderen moeten overigens volgens Burgers verbonden door hun grootouders in de gaten gehouden worden met een webcam als ze in het kinderdagverblijf zitten.

Internet wordt hier gezien als een handig medium om kosten voor bejaardenverzorging en kinderopvang te besparen. Hoe meer webcams, des te minder personeel nodig is. Dat bejaarden en kinderen behoefte hebben aan fysieke verzorging en mensen die tijd en aandacht voor ze hebben, wordt gemakshalve vergeten.

Ook de gedachte dat inwoners van achterstandswijken breedband internettoegang zullen gebruiken om deel te nemen aan politieke debatten, is onjuist. Breedbandinternet, dat vele malen sneller is dan de huidige verbindingen via de kabel of ADSL, is prachtig. Maar wat doen mensen als overal breedband toegang tot het net beschikbaar is, in buurthuizen, sportclubs en café, zoals de commissie `ICT en de stad' wil? Dan gaan ze niet discussiëren over stedelijke vernieuwing of een nieuw speelveldje voor de kinderen, maar spelletjes spelen, MP3's downloaden en filmpjes kijken, zoals andere gebruikers die al beschikken over breedbandinternet ook doen. Contacten leggen via internet en informatie opvragen, kan ook prima met een langzamere verbinding.

De overheid laat het niet bij rapporten en voorstellen. Op de dag dat Burgers verbonden werd gepresenteerd (11 december), werd in Delft een begin gemaakt met het initiatief `Loket aan huis'. Loketaanhuis.nl is een website die werklozen en uitkeringsgerechtigden in Delft moet helpen om een baan te vinden. Loketaanhuis.nl verschaft toegang tot het Arbeidsbureau, het Gak en Werk, Inkomen en Zorg. Werkzoekenden kunnen een aantal zaken waarvoor ze anders de deur uit zouden moeten elektronisch afhandelen, heet het veelbelovend. Om welke diensten het gaat, blijft lang onduidelijk. Je moet je eerst door lange lappen tekst over de visie van de overheid op ICT en e-commerce worstelen voordat je ontdekt dat je via de site je werkbriefje elektronisch kunt invullen. Vacatures inzien kan nog niet. Een baan zul je dus niet vinden via Loketaanhuis.nl.

De site richt zich op laagopgeleide Delftenaren en oudere allochtonen die vaak slecht Nederlands spreken. Het taalgebruik zal voor de meesten van hen onbegrijpelijk zijn. De zinnen zijn te lang (,,Deze samenwerkende partijen willen met het project ervaring opdoen met het aanbieden van diensten via internet en het elektronisch identificeren en elektronisch ondertekenen op afstand.'') en te moeilijk (,,een unieke manier van identificatie die nu voor het eerst in Nederland in een thuissituatie wordt getest.'').

Om mee te doen aan het project moet de werkzoekende zelf voor een pc en een internetaansluiting zorgen. De pc mag niet meer dan drie jaar oud zijn. Vergeten wordt dat mensen die al jaren van een minimuminkomen leven, geen geld hebben voor een multimedia-pc en abonnements- en telefoonkosten voor een internetaansluiting.

De uitleg over de eisen waaraan de pc moet voldoen, zal voor de meeste mensen onbegrijpelijk zijn. Wat `Windows 95' is, weet tegenwoordig vrijwel iedereen, maar wat Windows 95 (OS release 2)' of `Windows NT (minimaal Service Pack 4.0)' is, weet bijna niemand. En als je al weet wat het is, hoe weet je dan of de bedoelde versie van het besturingssysteem Windows op je computer is geïnstalleerd?

Deelnemers aan Loketaanhuis.nl moeten zich identificeren met een speciale identiteitskaart en een vingerafdruk. Ook de uitleg over de elektronische identificatie wemelt van de moeilijke woorden (`biometrische kenmerken', `pinmailer', `handgeometrie', `unieke persoonsinformatie') en onduidelijkheden. De overheid belooft dat je als werkzoekende veel tijd kunt besparen door je werkbriefjes elektronisch in te vullen en op te sturen. Maar de lengte van de handleidingen en het feit dat je 60 minuten krijgt om een elektronisch formulier in te vullen, zijn in tegenspraak met de suggestie van tijdsbesparing.

Ondertussen verzuimt de overheid eerdere beloften op het gebied van internet na te komen. Keer op keer blijkt hoeveel moeite de overheid heeft met internet. Een van de belangrijkste taken van de overheid, het gratis beschikbaar stellen en toegankelijk maken van informatie, wordt stelselmatig vergeten.

Het rapport Burgers verbonden bijvoorbeeld is niet te vinden via de website Overheid.nl, die is bedoeld om een deel van de in elektronische vorm beschikbare overheidsinformatie beschikbaar te stellen.

Wetsteksten en jurisprudentie zijn ook nog steeds niet te vinden op internet. De website van de Tweede Kamer is jarenlang een puinhoop geweest. Pas sinds september van dit jaar is er een goede zoekmogelijkheid om parlementaire documenten op te vragen. Zoeken en vinden lukt nu wel, maar het formaat van de teksten is vreselijk. Er is niet gekozen voor tekst of HTML, de meest gangbare formaten op internet die iedereen kan lezen, maar voor PDF. PDF (Portable Document Format) is een bestandsformaat waarvoor speciale software nodig is. PDF-documenten zijn onhandig in het gebruik omdat ze vaak zomaar afbreken en geen goede zoekfunctie kennen. Waarom heeft de overheid voor PDF gekozen? Omdat de teksten in dezelfde opmaak moesten die Sdu altijd gebruikt voor gedrukte stukken van de overheid, zo valt te lezen op Parlement.nl. Niet de behoefte van de burger, waar zoveel over wordt gesproken in Burgers verbonden, is het uitgangspunt van de online documentatieservice, maar het dictaat van Sdu, dat feitelijk nog steeds een monopolie heeft op overheidsinformatie.

Marie-José Klaver (www.marie-jose.nl) is freelance internetjournalist.

    • Marie-José Klaver