`In Oezbekistan is foltering door de politie routine'

In de Centraal-Aziatische republiek Oezbekistan wordt door de politie en de veiligheidsdiensten routinematig gefolterd. Mensen worden doodgemarteld en de daders worden zelden of nooit vervolgd. Dat wordt na een studie van vier jaar geconcludeerd door de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch.

Volgens het 62 pagina's tellende rapport wordt het middel van foltering in Oezbekistan ,,op brute wijze en systematisch'' door de politie en de veiligheidsdiensten toegepast op verdachten. Ze worden met afranselingen, verstikking, elektrische schokken, verkrachting en andere vormen van seksueel misbruik gedwongen tot het bekennen van misdrijven. Ook intimidatie is gebruikelijk, net als het onthouden van slaap en voedsel. Rechters accepteren zelden of nooit dat verdachten tijdens een proces hun bekentenissen intrekken omdat ze zijn afgedwongen. Om mishandeling aan te klagen is medewerking van de gevangenisautoriteiten – dus de daders van de folterin – nodig, evenals die van advocaten nodig, die zelf vervolging riskeren als ze al te lastig zijn.

Bovendien staan volgens Human Rights Watch de rechters zelf onverschillig tegenover de behandeling van de verdachten of de vraag of bekentenissen zijn afgedwongen; zelfs als er bewijsmateriaal over foltering bestaat, wordt het door de rechters genegeerd of wordt de verdachte of zijn verdediger verboden over het thema te praten. Er zijn zelfs gevallen waarin de door de aanklager geëiste straf wordt verlengd als de verdachte moeilijk doet. Buitenlandse belangstelling verandert daar weinig aan; tijdens een proces in Tasjkent, waarbij buitenlandse journalisten aanwezig waren, werd de verdachte verboden folteringen ter sprake te brengen met uitgerekend het argument dat er buitenlanders in de zaal zaten. De man werd ter dood veroordeeld.

Gewone criminelen worden van deze praktijken evenzeer het slachtoffer als politieke dissidenten en vermeende islamitische fundamentalisten, tegen wie de afgelopen drie jaar een felle campagne is gevoerd. Die laatsten worden vaak beschuldigd van het uiterst vage delict van ,,religieus extremisme''.

De Oezbeekse autoriteiten maken er verder volgens het rapport van Human Rights Watch zonder enige terughoudendheid een praktijk van familieleden verantwoordelijk te stellen voor de daden of vermeende daden van een lid van de familie. Dat betekent dat familieleden worden gearresteerd, op hun beurt gemarteld en als een soort gijzelaar worden vastgehouden; aldus kan het oorspronkelijk gearresteerde lid van de familie makkelijk worden gechanteerd.

De schendingen van de mensenrechten in Oezbekistan zijn nog toegenomen sinds in februari vorig jaar in Tasjkent een reeks aanslagen op regeringsgebouwen werd gepleegd. In het rapport wordt de internationale gemeenschap opgeroepen de Oezbeekse regering aan te spreken op de schendingen. Human Rights Watch meldt dat het bewind van president Islam Karimov nog nooit een onderzoek heeft willen instellen naar beschuldigingen over foltering en concludeert dat het de praktijken goedkeurt.