De zelfbelegering

Het is nog maar drie jaar geleden dat in Utrecht in aanwezigheid van de minister van VROM, toen mevrouw M. de Boer, De Nieuwe Kaart van Nederland (de realiteit van 2005 en verder) werd onthuld. Deze kaart is uitgegeven door een Stichting waarin beroepsorganisaties van architecten, planologen zich met het Instituut voor Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting hadden verenigd. Geen onderneming van amateurs dus. Het was een stoutmoedige poging om overzicht te brengen in een baaierd van uitbreidingsplannen, bouwprojecten, voorgenomen aanleg van infrastructuur, kortom wat het volk van zijn eigen expansie zou kunnen verwachten. De Nieuwe Kaart was ook een uitnodiging tot verweer, aan het adres van de vele partijen die de kinderen van de rekening vreesden te worden. De publicatie wekte meer schrik en verwarring dan hoop en trots. De samenstellers hoopten op een `nationaal gesprek' over de toekomst van de nationale ruimte. En waarschijnlijk zullen ze de illusie hebben gekoesterd dat uit dit gesprek een consensus over de ruimtelijke ordening zou opstijgen.

Het zou de moeite waard zijn, nu nog eens zo'n kaart te maken, om vast te stellen in welke mate de afgelopen drie jaar tot het `bijstellen' van de prognoses dwingen. Dat is geen motie van wantrouwen tegen de prognoses van toen, noch tegen degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn. Plannen en prognoses moeten worden gemaakt, ook al is het vrijwel zeker dat het anders zal gaan dan werd verwacht. We mogen al blij zijn als de voorgenomen toekomst zich binnen bepaalde marges laat verwezenlijken – en het schatten van het bepaalde is ook al een hachelijk werk. Maar we willen nu eenmaal weten wat het beoogde resultaat van de gemeenschappelijke bedoelingen zou kunnen zijn. Vandaar dat zo'n nieuwe kaart ook een paradox, een realistisch sprookje is.

Nu is het wachten op de Vijfde Nota ruimtelijke ordening. In de loop van de langdurige en uitvoerige voorbereidingen is daarover al het een en ander bekend geworden. Onvermijdelijk, maar omdat het een zo buitengewoon ingewikkeld onderwerp is, was het misschien beter geweest, met een geheel van hoofdlijnen te komen in plaats van de ene voorbode na de andere los te laten en op die manier het debat bij voorbaat te fragmentariseren. Een kwestie van strategie; maar gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Minister Pronk komt met een paar nieuwe begrippen: stedelijke netwerken en de Deltametropool, het grootste stedelijk netwerk van het land dat nu nog de Randstad wordt genoemd. Sinds de eerste welvaartsgolf, nu een jaar of veertig geleden, is dit gebied in zijn geheel al een ruimte die onweerstaanbaar verder wordt verstedelijkt (of ten prooi valt aan verstedelijking, het hangt van je smaak af). Dat wil zeggen: de vier grote steden hebben zich naar eigen inzicht uitgebreid. Omdat we ons graag met het grote buitenland vergelijken, zijn we gaan spreken van `Manhattans' – wegens enige meer dan gebruikelijke hoogbouw in Rotterdam, Den Haag en tenslotte ook Amsterdam. Een eenheid als een metropool is het geheel daarmee niet geworden. Iedere stad hield haar eigen traditionele en uitgesproken culturele identiteit. Of het anders zou zijn gegaan als de overheden bijtijds hadden ingezien dat, zeker op het gebied van de infrastructuur, dit gebied als één geheel moest worden beschouwd? Dat weten we niet. Door de gehechtheid aan de stedelijke identiteit zijn grotere bestuurlijke eenheden verhinderd.

Intussen worden de niemandslanden voorspoedig verder volgebouwd, met verre buitenwijken en bedrijfspanden. Onbedwingbaar groeit het verkeer, randstedelijk en tussen de sublocaties onderling. Het rekeningrijden hoort tot de categorie `eerst zien, dan geloven', en lijkt, tot het zover zal zijn, eerder een droom volgens Hans Brinkers, de vinger in de dijk. In de Vijfde Nota zal conform het Nationaal Verkeers- en Vervoers Plan (NVVP) veel aandacht worden gegeven aan het openbaar vervoer. Beloofd wordt `een Rondje Randstad', een snelle spoorverbinding tussen de grote steden. Intussen zijn we getuige van de eerste reizigersopstand in de geschiedenis van de NS (na de opstand van de vrachtwagenchauffeurs, een paar maanden geleden).

Het onaantastbaar verklaarde Groene Hart, dat ter wille van de landelijke schoonheid à raison van een miljard gulden zal worden ondertunneld, wordt aan de randen verder afgeknabbeld. Er zullen nu `rode contouren' worden getrokken, een `tot hier en niet verder'. Het doet denken aan de heilige geluidsnormen voor Schiphol die niet tegen de praktijk van de verkeersgroei zijn opgewassen. Toen daar dit najaar de luchthaven haar voorraad overlast plotseling verbruikt bleek te hebben, mocht een paar weken maar één landingsbaan worden gebruikt, wat enorme vertragingen veroorzaakte.

Ongetwijfeld zal de Vijfde Nota een doordacht werkstuk zijn waarin met alle nu en straks denkbare problemen rekening wordt gehouden; een dik bewijs van Nederlands perfectionisme en verlangen naar maximale consensus. De praktijk van het leven in de Randstad, of in een stedelijk netwerk van de Deltametropool kies wat u het best bevalt is anders. Het speelt zich af, hier en nu, van stagnatie naar stagnatie, in een groot voldongen feit van steen en asfalt. Probeer straks op het spitsuur in de trein dit document te lezen, en ervaar de tegenstelling tussen het heden en overmorgen. Intenser kan het niet.

Het nationaal gebrek ligt niet in het tekort aan plannen. Het ontbreekt aan het politiek mechanisme dat ons in staat zou stellen, ze bijtijds uit te voeren. Daardoor lijken we steeds meer op een land dat voortdurend bezig is zichzelf te belegeren.