De teloorgang van het Sovjet-circus

Al meer dan een kwart eeuw maakt Cherry Duyns documentaires voor de VPRO, van gemiddeld zeer hoge kwaliteit. Hoewel het met een Gouden Kalf onderscheiden De wording (1988) wel eens op film vertoond is, maakt Duyns deze week een laat bioscoopdebuut met het tijdens IDFA in competitie vertoonde De droom van de beer. Mede door het meeslepende camerawerk van Melle van Essen leent deze verkenning van de geschiedenis van het Sovjet-circus zich bij uitstek voor het grote scherm. Samen met circusdirecteur Aleksandr Kalmykov ontmoet Duyns coryfeeën uit de tijd dat er 73 circussen door de Sovjet-Unie trokken: de naar Duitsland geëmigreerde legendarische clown Oleg Popov; twee van de Osseetse broers Kantemirov, die een spectaculair ruiternummer verzorgden; de clown Sjachnin, die samen met zijn vrouw in travestie optrad; de dierentemmer Zapasjny, die ooit van Stalin een doos bonbons kreeg.

Volgens Lenin was het circus, na de film, de belangrijkste kunstvorm, omdat je er zo goed propaganda mee kon bedrijven. Trapeze-artiesten kregen de opdracht zich vooral door de successen van de ruimtevaart te laten inspireren bij het vormgeven van hun nummer.

Gesprekken met voormalige Sovjet-helden over hun belevenissen hebben per definitie ook een tragisch karakter. Duyns put discreet uit de schatkamer van het verdriet, laat de tranen aan een beer en vindt het genoeg om Sjachnin zich nog eenmaal als vrouw te laten schminken, als visueel commentaar op zijn treurige verhaal. De glorieuze archiefbeelden van politieke artiestenparades vervolmaken een mooie oefening in weemoed en een hommage aan de verloren tijd. De droom van de beer is een voortreffelijk alternatief voor het kerstcircus van weleer.

De droom van de beer. Regie: Cherry Duyns. Met: Oleg Popov, de gebroeders Kantemirov, Aleksandr Kalmykov, Sjachnin.

In: Rialto, Amsterdam; Lux, Nijmegen.