Uniforme uitspraak 2

F. Kuitenbrouwer maakt zich zorgen over het verschijnsel van landelijke rechterlijke afspraken en de eventuele negatieve gevolgen daarvan voor de individuele justitiabele. In dit kader wijst hij op het systeem van oriëntatiepunten voor de strafmaat voor bepaalde delicten en noemt het LOVS, het Landelijk Overleg van Voorzitters van de strafsectoren van rechtbanken en gerechtshoven. Het LOVS heeft voor een aantal veel voorkomende delicten `oriëntatiepunten' voor de straftoemeting ten behoeve van de strafrechters vastgesteld.

De oriëntatiepunten geven slechts aanknopingspunten voor de straftoemeting terzake van delicten in basale vorm. In elke individuele strafzaak slaat de rechter ook acht op bijzondere daad en/of dadercomponenten, zowel in het voordeel als in het nadeel van de verdachte.

De oriëntatiepunten zijn vanaf het begin telkens bekendgemaakt aan de pers, aan de Nederlandse Orde van Advocaten en aan het openbaar ministerie. Met ,,schichtigheid van de rechterlijke macht over de nieuwe afspraakcultuur'', zoals Kuitenbrouwer schrijft, heeft deze open aanpak dus niets van doen.

Het gekozen systeem probeert slechts verwerpelijke tombola-effecten in strafzaken te vermijden door de rechter een reeks aanknopingspunten te bieden. Tegelijkertijd biedt het alle ruimte voor de individualisering die inderdaad van de rechter mag worden verwacht.