`Telia was te arrogant'

Telecombedrijf Telia heeft niet kunnen profiteren van nauwe banden met de Zweedse staat. Dat strekt tot voorbeeld, zegt J. Arnbak, toezichthouder telecom in Nederland.

Stelt u zich voor. Nederland moet vergunningen verdelen voor de derde generatie mobiele telefonie (UMTS). Er wordt gekozen voor een schoonheidswedstrijd, want een veiling wordt te belastend gevonden voor de industrie en dús de consument. Bij zo'n wedstrijd wordt gekeken wie het beste voorheeft met de Nederlandse markt. En wat blijkt? Ons aller KPN eindigt onderaan.

Zoiets overkwam afgelopen weekeinde Telia, de KPN van Zweden. Telia leek de gedoodverfde winnaar van de Zweedse beauty-contest. Telia is als voormalig staatsbedrijf en monopolist diep geworteld in de Zweedse mobiele telefoniemarkt, waarvan het 52 procent in handen heeft. In juni werd 30 procent van de aandelen naar de beurs gebracht, de resterende aandelen zijn van de staat.

De verdeling van UMTS-vergunningen in Zweden werd verzorgd door de post- en telecomautoriteit PTS, de evenknie van de Nederlandse toezichthouder Opta. In Nederland werd de verdeling, in de vorm van een veiling in juli, strak geregisseerd vanuit het ministerie van Verkeer en Waterstaat; Opta mocht een beetje langs de zijlijn adviseren. In Zweden heeft de politiek de verdeling helemaal aan PTS overgelaten, met een verrassende uitkomst tot gevolg.

Algemeen wordt aangenomen dat schoonheidswedstrijden in het voordeel zijn van `historische' spelers met een navelstreng naar de overheid. Maar status heeft in Zweden geen rol gespeeld. In het dunbevolkte land is mobiele telefonie een dure aangelegenheid, vooral in afgelegen gebieden. PTS vond het UMTS-plan van Telia ondermaats; Telia had een relatief klein zenderpark voor ogen en wilde minder geld besteden aan een netwerk dan concurrenten.

,,PTS heeft duidelijk blijk van onafhankelijkheid gegeven'', constateert Opta-voorzitter Jens Arnbak tijdens een telefoongesprek. Telia leverde na het mislopen van de vergunning 17 procent in op de beurs. Een klap voor de Zweedse staat, maar ook voor beleggers. Elf procent van de Zweedse bevolking heeft Telia-aandelen gekocht.

PTS is niet over één nacht ijs gegaan. De beslissing moest eigenlijk eind november vallen. Arnbak was op dat moment toevallig in Stockholm en las in de media de officiële mededeling dat PTS de wedstrijd een maand had uitgesteld. Blijkbaar moest er een hele moeilijke beslissing worden genomen.

De radicale gebeurtenissen in Zweden maken duidelijk waarom KPN en de Nederlandse regering een grotere rol voor Opta altijd hebben afgewezen. Ten tijde van de UMTS-veiling bedroeg het staatsbelang in KPN 43 procent. Een onafhankelijke toezichthouder heeft in principe geen boodschap aan zulke verstrengeling.

Arnbak is overigens geen voorstander van schoonheidswedstrijden ,,een vorm van staatssteun''; in Zweden wordt een kleine kostenvergoeding gevraagd, terwijl bedrijven elders in Europa met veilingen hun kredietwaardigheid op het spel zetten. De Zweedse benadering verdient niettemin alle lof, aldus Arnbak. Een strikte scheiding tussen toezichthouders en belanghebbenden is heel belangrijk. Die scheiding ontbrak in Nederland en dat wekt op z'n minst het vermoeden van belangenverstrengeling.

Arnbak: ,,Telia is denk ik te arrogant geweest. Je moet scherp blijven in deze business.''