Schröders pensioenprobleem

Bondskanselier Gerhard Schröder riskeert met het gesleutel aan zijn plan voor pensioenhervorming dat zijn tweede grote moderniseringsplan mislukt. Het plan drijft de premies sterk op.

Voor zijn belastingverlaging werd Gerhard Schröder, de Duitse bondskanselier, alom geprezen. Ondernemers haalden opgelucht adem. Eindelijk sloeg Duitsland de weg van economische hervormingen in. Maar met het jongste gesleutel aan de pensioenhervorming is Schröder dusdanig voor de bonden door de knieën gegaan, dat zijn tweede belangrijke moderniseringsproject dreigt te mislukken.

Met zijn belastinghervorming voor burgers en bedrijven, die over twee weken ingaat, profileerde Schröder zich tot ergernis van de vakbeweging als Genosse der Bosse. Bij het pensioenvoorstel bliezen de bonden eerder dit jaar dan ook meteen hoog van de toren. Met een `hete herfst' vol demonstraties zouden ze het de coalitie van SPD en Groenen behoorlijk lastig maken. De voorgestelde pensioenverlaging (van 70 naar 64 procent in 2030) was `asociaal' en `onacceptabel'.

Daarnaast werden werknemers ook nog verplicht tot sparen voor hun pensioen.

Maandenlang pendelde Schröder tussen vakbondsbazen en werknemerscongressen om te werven voor zijn plannen. ,,Het is noodzakelijk en we zullen het doen. Basta'', riep de kanselier nog begin november op een bijeenkomst van de machtige ambtenarenbond ÖTV in Leipzig (publieke diensten, transport en verkeer). Hij beloofde de boze vakbondsleden talloze doekjes voor het bloeden. De macht van ondernemingsraden zou worden vergroot, zodat werknemers meer medezeggenschap (Mitbestimmung) kregen in bedrijven.

Fulltime werknemers zouden een wettelijk recht op deeltijdwerk krijgen. Ook zouden tijdelijke arbeidscontracten in bedrijven worden beperkt. Deze schaarse flexibileit op de streng gereguleerde Duitse arbeidsmarkt was de bonden een doorn in het oog.

Doch Schröders provocerende machtswoord en zijn presentjes voor de werkvloer mochten niet baten. Afgelopen week moest de kanselier inbinden. Een structurele vernieuwing van het pensioenstelsel, die de stabiliteit van de gelden op lange termijn garandeert, is hiermee kostbare jaren uitgesteld. Regering en vakbonden in Duitsland hebben afgesproken dat het niveau van de pensioenen de komende dertig jaar slechts minimaal zal dalen van 70 tot 67 procent. Tegelijkertijd mag de pensioenpremie op het bruto loonstrookje van de huidige 20 procent niet verder stijgen dan 22 procent van het salaris.

Daarmee blijft het pensioen aanzienlijk hoger dan Schröder en zijn minister van Sociale Zaken, Walter Riester, noodzakelijk vonden. En zij niet alleen. Volgens werkgeversorganisaties kan Duitsland zich in de toekomst geen hoger wettelijk pensioen permitteren dan 62 procent van het laatstverdiende loon. Volgens minister Riester zouden de pensioenen zelfs in 2050 tot 54 procent moeten dalen gezien de groeiende groep ouderen en de slinkende groep jongeren.

Het huidige compromis van regering en bonden betekent onherroepelijk een verhoging van de premies.

,,Ik heb mijn twijfels of we bij een pensioenniveau van 67 procent de premies stabiel onder de 22 procent kunnen houden'', reageerde Jürgen Donges, voorzitter van de `vijf wijzen', de groep van economische experts die de regering adviseren.

Stijgende premies drijven niet alleen de toch al forse loonkosten verder op, die bijdragen aan de hoge werkloosheid. Ook vermindert het de speelruimte voor burgers zelf voor een aanvullend pensioen te sparen.

Dat was juist de grootste innovatie van Schröders pensioenhervorming, want de regering wil de sprong maken van het zogenaamde omslagstelsel (waarbij de jonge generatie de pensioenen voor de ouderen betaalt) naar een kapitaalgedekt systeem zoals Nederland dat ook kent. Zo worden ook pensioenfondsen geïntroduceerd een onbekend fenomeen in Duitsland.

Had de regering werkelijk de bakens willen verzetten richting kapitaaldekking, had ze ,,moediger'' moeten, kritiseerde Donges het compromis. Ook het belasten van de pensioenen had naar zijn mening nu geregeld moeten worden. Een maatschappij, zoals de Duitse, die snel vergrijst moet immers offers brengen om de pensioenen betaalbaar te houden.

Maar dat past al helemaal niet in de kraam van de kanselier. Schröders blik is allang gericht op de volgende verkiezingen in 2002 en daarvoor heeft hij de steun van de vakbeweging hard nodig. Na de gepensioneerden en de Oost-Duitsers horen de acht miljoen vakbondsleden nog altijd tot de sterkste lobbygroepen. Alleen al de metaalbond IG Metall telt meer leden dan alle politieke partijen samen. In de SPD-fractie is de invloed van de bonden nog altijd overheersend.

Met het pensioencompromis en de intussen gerealiseerde `hervormingen' op de werkvloer (deeltijdwerk, meer macht voor OR's, beperking flexibele arbeidscontracten) zijn de vakbonden tevreden, hoewel het een Pyrrus-overwinning is. Vroeg of laat zal de pensioenrekening toch betaald moeten worden.

Schröder heeft evenwel zijn reputatie als economisch hervormer op het spel gezet. De werkgevers zijn woedend omdat ze bij de onderhandelingen buiten spel stonden.

Nog kan de oppositie van CDU/CSU roet in het eten gooien. Zij heeft aangekondigd de gemankeerde pensioenhervorming te torpederen in de Bondsraad (de Duitse Eerste Kamer) als het plan niet wordt gerepareerd. Dat kan de hervorming van de pensioenen redden, maar Schröders reputatie bedreigen als Genosse der Genossen.