Scholieren vaak thuis aan computer

Thuis gebruikt 85 procent van alle middelbare scholieren een computer. Op school doet de helft dat. Tien procent van alle middelbare scholieren gebruikt noch thuis noch op school een computer.

Dit blijkt uit de Rapportage Jeugd 2000 van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), die vandaag is verschenen. Dit verslag wordt eenmaal in de drie jaar opgesteld op verzoek van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport om een overzicht te geven van leefsituatie en maatschappelijke positie van jongeren. De rapportage van dit jaar concentreert zich op jongeren van 12 tot 25 jaar en hun ontwikkeling naar zelfstandigheid.

Het snel gegroeide gebruik van computers en mobiele telefoons, en het algemener worden van het hebben van een baan(tje) naast de opleiding vormen de belangrijkste recente ontwikkelingen in het dagelijks leven van jongeren, aldus het overzicht van het SCP.

Veel van de gepresenteerde gegevens hebben vooral betrekking op de langere termijn, vanaf de jaren zeventig. Op die termijn is het opvallendste dat de hoeveelheid vrije tijd van jongeren met gemiddeld drie uur per week is afgenomen, vooral ten gunste van de tijd die wordt besteed aan persoonlijke verzorging.

In computergebruik is het verschil tussen jongens en meisjes aanzienlijk. Tweederde van de jongens zit thuis dagelijks achter de pc, eenderde van de meisjes doet dat ook. Op school zijn de verschillen tussen jongens en meisjes iets kleiner, maar daar is dagelijks computergebruik dan ook nog tamelijk uitzonderlijk: acht procent van de jongens en vijf procent van de meisjes beroert daar dagelijks het toetsenbord.

Tussen ouders bestaan aanzienlijke verschillen in opvattingen over de leeftijd waarop een kind met een computer mag omgaan. Van de ouders die zelf een computer hebben vindt driekwart dat ook kleuters best met de computer aan de slag mogen. Van de ouders die zelf geen computer hebben, vindt een ruime meerderheid dat kleuters nog niet met een computer zouden moeten werken.

Op de afname van hun vrije tijd reageren jongeren door minder verschillende activiteiten te ondernemen. Hierin onderscheiden ze zich van alle andere leeftijdscategorieën, die juist meer verschillende activiteiten ondernemen in hun vrije tijd. Ook in de uithuizigheid van de vrijetijdsactiviteiten wijken vooral jongeren van twaalf tot achttien jaar af van alle andere leeftijdscategorieën, in de zin dat ze niet méér vrije tijd buiten de deur doorbrengen. De eerder door het SCP geconstateerde `dynamisering' van de vrije tijd komt niet voor rekening van jongeren. Het SCP spreekt van het `Veronica-misverstand', naar het credo `je bent jong en je wilt wat'. Het zijn vooral de ouderen die meer zijn gaan doen en meer buiten de deur zijn gaan doen.