Hulpkoning gereed, nu koning nog

Het schrikbeeld dat mr. W.J. Geertsema ruim dertig jaar geleden over de onvermijdelijke proliferatie van de ministeriële verantwoordelijkheid voor het koninklijk huis schetste is intussen voor een groot deel werkelijkheid geworden. Geertsema was een van de meest uitgesproken pleitbezorgers voor een regulering van de (officiële) omvang van het koninklijk huis, en daarmee zijn tijd ver vooruit. De liberale fractievoorzitter in de Tweede Kamer was een roepende in de woestijn, die er destijds niet in slaagde de regering van de urgentie van zijn waarschuwingen te overtuigen.

Geertsema wilde het aantal leden van het koninklijk huis met een staatsrechtelijke positie zo klein mogelijk houden en hij rekende de regering voor wat zij in de toekomst al niet te stellen zou krijgen met haar verantwoordelijkheid voor het koninklijk huis wanneer alle kleinkinderen van koningin Juliana een officiële status zouden krijgen.

De schrik is er intussen van af en we zijn gewend geraakt aan de vermenigvuldiging van het koninklijk huis, maar Geertsema's voorspelling dat de regering de handen vol zou krijgen aan de ministeriële verantwoordelijkheid voor al die prinsen die zich een vrouw zouden zoeken (die dan weer prinsessen zouden worden) is geenszins overdreven geweest.

Opnieuw is er een prinselijk huwelijk aangekondigd – deze keer van prins Constantijn, de derde zoon van koningin Beatrix en prins Claus. Ook dit aanstaande paar wil trouwen met de toestemming van het parlement. Dat betekent dat de regering, in verband met de erfopvolgingsrechten van prins Constantijn, overeenkomstig het bepaalde in artikel 28 van de Grondwet, een `goedkeuringswet' bij de Staten-Generaal zal indienen.

Voor de regering is het business as usual.

Goedkeuringswet nummer een werd vorig jaar ingediend voor het huwelijk van Maurits, zoon van prinses Margriet, met Marilène van den Broek. Goedkeuringswet nummer twee werd eerder dit jaar ingediend voor het huwelijk van Bernhard jr, een broer van Maurits, met Annette Sekrève. Goedkeuringswet nummer drie betreft het huwelijk van prins Constantijn met Laurentien Brinkhorst. Het wachten is op nummer vier, het huwelijk van kroonprins Willem-Alexander, waarvoor de vorige goedkeuringsontwerpen als het ware vooroefeningen zijn geweest. Maar dat huwelijk, dat van alle vier staatsrechtelijk het meeste gewicht heeft, is zo te zien nog lang niet in kannen en kruiken.

De onbekende broer van de kroonprins, die in de staatsrechtelijke sfeer nog nooit eerder sprekend in het openbaar is opgetreden, nam zaterdag de gelegenheid te baat om zijn diensten aan de toekomstige koning aan te bieden. Zoals het ernaar uitziet zal de aanstaande bruidegom als internationaal managementsconsultant gemakkelijk in zijn behoeften kunnen voorzien, maar waar nodig zal hij te zijner tijd zijn oudste broer in zijn representatieve verplichtingen bijstaan. Hij zal hem seconderen, zoals zijn tante Margriet, ook wel genoemd de `hulpkoningin', zijn moeder heeft gesecondeerd. Over Constantijn hoeft de regering dus niet in te zitten. De hulpkoning staat klaar, nu de koning nog.

Zoveel optimisme is de regering over Willem-Alexanders huwelijksvooruitzichten voorlopig nog niet gegeven. De kroonprins schijnt er zelf nog niet uit te zijn, maar de regering evenmin. De afwachtende houding die bij premier Kok te bespeuren valt getuigt niet van planmatigheid, eerder van passiviteit. Van een gecoördineerde regie van aanpak van alle haken en ogen is nog geen sprake en van een defensieve strategie nog minder. Dat geldt niet alleen voor de organisatie van een eventueel huwelijk van Willem-Alexander, maar ook voor de eerder dit jaar in de kiem gesmoorde discussie over de toekomst van de monarchie, die zich vroeger of later wel weer zal aandienen. Wat Koks eigen positie daarin is, is nog steeds een goed bewaard geheim. Onduidelijk is niet alleen of de premier geïnteresseerd is in de bestendiging van de constitutionele status quo, maar ook of hij bereid is in zo'n debat de belangen van Oranje te verdedigen.

Dat Kok nog geen beslissing genomen heeft over de positie van de vader van Maxima, de hier omstreden Argentijnse oud-minister Zorreguieta, bij een huwelijksfeest, is nog wel te billijken. Van een huwelijksvoorbereiding is immers nog geen sprake en als het er van mocht komen duurt het nog wel even.

Opmerkelijker is dat de minister-president de gedoodverfde bruid, die de helft van de week in Den Haag woont en de andere helft in Brussel, nog steeds niet heeft geïnstrueerd dat hij een publieke verklaring van haar democratische gezindheid verwacht voordat eventuele huwelijksvoorbereidingen in werking kunnen worden gesteld. De vriendin van Willem-Alexander hoeft zich niet van haar vader te distantiëren, maar zij wordt wel geacht een ondubbelzinnige keuze voor de democratie te maken, zo zij in Nederland aanvaard wil worden.

Om in het Nederlandse staatsbestel te worden opgenomen moet Maxima dezelfde weg volgen die prins Claus bij zijn `inburgering' in 1965 heeft afgelegd. Claus liet geen enkele twijfel over zijn democratische gezindheid bestaan en overtuigde daarmee zowel de regering als de Nederlandse bevolking. Claus heeft trouwens ook zijn afkeer van gewelddadige militaire dictaturen nooit onder stoelen of banken gestoken. Sinds hij als jong diplomaat in de Dominicaanse Republiek de moordlust van sommige dictaturen had leren kennen, had hij zich over militaire junta's nooit meer illusies gevormd, zo vertelde hij in een interview met het Maandblad voor Internationale Samenwerking van oktober 1999. Aan Claus zal het dus niet liggen als Maxima niet met zo'n verklaring voor de dag komt.

P.S. Dit is mijn laatste bijdrage op deze plaats op de Opiniepagina. Het komende jaar zal ik mij wijden aan de voltooiing van een biografie die al te lang op publicatie heeft moeten wachten.