De onwinbare oorlog tegen de cocaplant

Deze week rukt het leger in Bolivia de laatste cocaplanten uit. Maar het boerenverzet verhardt. Nieuw is dat verschillende presidenten zich aan hun zijde scharen.

Onder het roepen van de leuze Coca o muerte, coca of de dood, bezetten indiaanse cocaboeren dit najaar de wegen in de Boliviaanse Chapare. En ze meenden het. De afgelopen twee jaar heeft het leger met Amerikaanse hulp meer dan bijna 38.000 hectare cocaplanten verdelgd. Er is nu nog 60 hectare over. ,,We hebben niets meer te verliezen dan ons leven'', houdt de leider van de vakbond van cocaboeren, congreslid Evo Morales, zijn aanhang voor. ,,Geweld zullen we met geweld beantwoorden. Leve de coca, dood aan de Yankee.''

De Boliviaanse Chapare geldt als hét juweeltje in de strijd tegen de cocaplant. Begin jaren negentig leefde nog een derde van de hele Boliviaanse bevolking van de cocaproductie. De tropische Chapare was het kloppende hart van de teelt. Toen krioelde het gebied nog van de Colombiaanse narcobazen en Braziliaanse hoeren in dure Amerikaanse auto's.

Nu is het er stil, armoedig, en wemelt het er van de uniformen: er lopen 1.200 soldaten en 5.000 politiemensen rond. Om de cocaboeren te bestrijden gebruikte het leger `tactieken eigen aan de oorlog in Vietnam' verklaarden mensenrechtenorganisaties deze maand in een rapport. De baas van de Amerikaanse drugsbestrijdingsdienst DEA, die in de Chapare de acties coördineerde, is dan ook een Vietnam-veteraan. Tientallen kleine cocaboertjes werden doodgeschoten in de operatie `coca nul', die de Amerikanen in Bolivia hadden bedongen. Het leger stak dorpen in brand en martelde bewoners. Het resultaat is nu dat de cocaproductie zich van Bolivia simpelweg naar Colombia heeft verplaatst. Terwijl Bolivia zit opgescheept met 35.000 arme cocaboeren die door de repressie steeds verder zijn geradicaliseerd.

De strijd van de Boliviaanse cocaboeren heeft de regering van president Banzer uitgeput. Drie maanden lang verlamden de boeren 2.300 kilometer snelweg. In de steden ontstonden voedseltekorten, en de economie kwam tot stilstand.

Een uiterst bedrukte president Banzer ontving dan ook de felicitaties van de VS voor het succes van zijn operatie `coca nul'. Volgens Banzer, een tot democraat gerecycelde ex-dictator, valt er helemaal niets te vieren. ,,Door het uitroeien van de coca lopen we 700 miljoen dollar per jaar aan inkomsten mis'', mopperde hij. Een offer dat in zijn ogen geenszins gecompenseerd wordt door de magere 4 miljoen dollar die de Amerikanen aan Bolivia geven. ,,Als er geen serieuze hulp komt, groeit hier binnen de kortste keren opnieuw coca'', dreigde Banzer.

De Boliviaanse Chapare is bezaaid met de overwoekerde monumenten van tien jaar mislukte alternatieve ontwikkeling. De melkfabriek van Villa Tunari bijvoorbeeld, stond er vorig jaar al bij als een stinkende spookverschijning. Voor elke hectare vrijwillig uitgerukte coca zouden de boeren van de Chapare een koe cadeau krijgen, was ooit een van de plannen. De melk zou worden verwerkt in de fabriek, die met geld van de Verenigde Naties werd opgezet. ,,Maar niemand uit de Chapare heeft het geld om dure producten als melk en kaas te kopen'', vertelde de cocaboer Damián Torrico die aan het project had meegedaan. Hij liet de schimmelende kazen zien, de verroeste machines, de gedemonteerde koelwagens bij de fabriek. Net als de andere boeren at hij uiteindelijk zijn koe maar op, en begon hij weer coca te planten.

Na tien jaar alternatieve ontwikkeling is nog geen vier procent van het gebied met andere gewassen dan coca beplant. ,,Als ze mijn ananassen met een helikopter komen halen, zoals nu mijn coca, verbouw ik alleen nog maar ananassen'', zei boer Ronaldo Colque (54) vorig jaar. Maar coca wordt beschouwd als ,,het enige product met een afzetmarkt'', zoals vakbondsleider Morales zegt.

Niet alleen in Bolivia, maar ook in Peru beginnen de cocaboeren zich steeds beter te organiseren. In Peru legden 35.000 cocaboeren onlangs het land plat met wegblokkades. Met harde hand had het regime van ex-president Fujimori de afgelopen vijf jaar de coca in Peru teruggebracht van 115.000 naar 30.000 hectare. Nu blijkt dat Fujimori's voormalige inlichtingenchef, ex-CIA-medewerker Vladimiro Montesinos, voor meer dan 48 miljoen dollar aan drugsgeld op zijn Zwitserse bankrekening heeft staan. Ook zou hij de uitgerukte planten zelf samen met het leger hebben verhandeld. De onthullingen laten weinig heel van regime Fujimori als `het meest voortvarende' in de war on drugs .

Colombia geldt nu als de grootste cocaproducent ter wereld. Daar staat nu een nieuwe oorlog voor de deur. De Colombiaanse cocaboeren staan onder bescherming van de linkse guerrillagroep FARC. De Amerikanen hebben 1,3 miljard dollar uitgetrokken voor steun aan de Colombiaanse regering om de guerrilla militair te bestrijden.

Terwijl het boerenverzet tegen de Amerikaanse anti-drugsoorlog in Latijns-Amerika verhardt, klinkt ook onder de bestuurders het gemor steeds luider. ,,Hypocriet'', zo noemde de Argentijnse minister van Buitenlandse Zaken de Amerikaanse drugspolitiek onlangs: ,,Latijns-Amerika wordt gedwongen uiterst rendabele teelten op te geven voor producten waarmee we geen toegang tot de wereldmarkt krijgen.'' Hij wees op de subsidies die zowel Amerika (jaarlijks 28 miljard) als de Europese Unie (150 miljard) aan hun eigen landbouwproducten geven. Zijn buurman, de rechtse president van Uruguay deed er begin deze maand een schepje bovenop: ,,Waarom legaliseren we de drugs niet gewoon?'', stelde Batlle als eerste president ter wereld voor. Met kritiek bestookte ook de nieuwe president van Mexico de VS. President Fox hield de Amerikanen bij zijn aantreden stevig de spiegel voor: ,,Elk jaar opnieuw schuiven de VS de schuld van hun drugsproblematiek op ons. En waarom? Wie gebruiken die drugs nu eigenlijk?''