Bod overtrof dure afkoop Uni-Invest

Een bod van een buitenlandse financier lijkt het belangrijkste criterium te zijn geweest bij het vaststellen van de omstreden afkoopsom van 339 miljoen gulden voor president-directeur R. Homburg van vastgoedfonds Uni-Invest.

Dit bleek gisteren bij de Ondernemingskamer van het Amsterdamse gerechtshof, die gespecialiseerd is in conflicten tussen aandeelhouders en bedrijven. De Ondernemingskamer beslist vanmiddag over een verzoek van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) om de afkoopsom te laten onderzoeken door een expert omdat Uni-Invest met de regeling wellicht wanbeleid heeft gepleegd.

Toewijzing van dit verzoek zou de aandeelhoudersvergadering van Uni-Invest, morgen, waar wordt gestemd over een fusie met concurrent VastNed Offices/Industrial monddood maken, zo wierpen advocaten van Uni-Invest tegen. Als de VEB en andere beleggers het niet met de afkoopsom eens zijn, mogen zij morgen tegenstemmen, zei mr. A. Croiset van Uchelen namens Uni-Invest.

De VEB en een aantal beleggers, waaronder de pensioenbeheerders ABP, PGGM en het fonds voor de metaalnijverheid, vinden de afkoopsom voor Homburg buitensporig. Homburg ontvangt het bedrag in ruil voor het opgeven van de controle over Uni-Invest.

Terwijl Uni-Invest al met VastNed onderhandelde over een fusie, kwam een buitenlandse partij met een bod op deze aandelen van Homburg, zo vertelde zijn advocaat, mr. G. Hoff. Hij wilde niet zeggen wie de bieder was, maar wel dat de geboden prijs meer dan 10 procent hoger was dan nu.

Tijdens de zitting vroeg mr H. Blaisse namens de VEB Uni-Invest vergeefs om specifieke onderbouwing van de hoogte van de afkoopsom.