Angst

Als je sommige commentatoren moet geloven, staan we aan het begin van een algehele stadsoorlog. Het voetbalgeteisem, een bivakmuts op de kop en een straattegel in de hand, is bezig de macht over te nemen. Vandaag bezetten ze Den Bosch, morgen staan ze op de Dam, overmorgen op het Binnenhof.

Zouden ze weleens zo'n voetbalsupporter van dichtbij hebben gezien? Ik betwijfel het. Het is geteisem, daar niet van, maar het is vooral erg dóm geteisem. Een boek hebben ze nooit gelezen, en het woord `strategie' kunnen ze niet uitspreken. Echt flink zijn ze evenmin, want zonder het gezelschap van hun vriendjes zijn het opeens makke, schichtige jongens.

Hoeveel van zulke jongens zouden er in Nederland rondlopen? We hebben een kleine veertig clubs in het betaald voetbal. Laten we elke club op tweehonderd, hooguit driehonderd van deze jongens schatten, dat maakt twaalfduizend jongens. Daar zitten er een hoop bij die maandag weer vroeg naar de werkplaats moeten en geen tijd en puf hebben om doordeweeks een van onze binnensteden te verbouwen.

Laten we er vanuit gaan dat er een harde kern is van vijfduizend lastpakken, die verder niets te doen hebben, behalve het opstrijken van een uitkering. Delen van die harde kern krijgen af en toe de kolder in de kop en worden agressief. In Den Bosch zouden er dat de afgelopen dagen tweehonderd tot driehonderd zijn geweest, hogere schattingen kom ik nergens tegen.

Leuk is anders, maar het moet toch mogelijk zijn zulke groepjes aan banden te leggen? Zijn we niet te bang aan het worden? Wijken we niet te ver achteruit voor hun intimidatie? Toegeven daaraan, zoals bij de dreigementen tegen de bioscopen die de Ajax-documentaire wilden vertonen, bevordert alleen maar de overmoed van die jongens.

Zondagavond, bij de thuiswedstrijd van Ajax tegen FC Twente, bleek weer eens dat lankmoedigheid weinig oplevert. Om de bezoekers uit Enschede te pesten, werd door de F-side van Ajax veel vuurwerk afgestoken. Het duurde zeker een minuut of twintig voordat Ajax er iets van durfde te zeggen. Dat ging bij monde van de stadionspeaker, die in uiterst omslachtige bewoordingen een beleefd verzoek deed om de gevoelens te ontzien van et cetera.

Het hielp niet. De supporters gingen over op een andere treitertechniek: ze begonnen fluitend het geluid van vuurpijlen na te bootsen. De speaker riep in de rust op ook daarmee op te houden, maar niemand trok zich er iets van aan.

Waarom kwam er niemand van het Ajax-bestuur naar de microfoon? Waarom niet Co Adriaanse zelf? Die durft dat heus wel en hij heeft veel gezag. Ajax had, in samenspraak met de scheidsrechter, het publiek kunnen voorhouden dat de wedstrijd gestaakt zou worden als men de pesterijen voortzette.

Maar niemand deed iets. Loonde het? Natuurlijk niet. Na afloop gingen groepen van Ajax-supporters onderling op de vuist en werd er in de Arena voor een ton aan vernielingen aangericht. Angst is niet alleen een slechte, maar ook een dure raadgever.