Wilde plannen blijven uit in hoofdlijnen grondbeleid

Het kabinet doet niet aan projectontwikkelaartje pesten. Wel moet de markt verplicht meebetalen aan openbare voorzieningen in nieuwe wijken.

Het kabinet wil de greep van de overheid op de grondmarkt slechts licht vergroten. Wilde plannen blijven uit in de afgelopen vrijdag gepresenteerde hoofdlijnen van de nota grondbeleid, bescheidenheid is troef. Hou je mond over de grond, zo had coördinerend minister Pronk (VROM) zijn collega's maanden geleden al laten weten, want alles beter dan dat er een kabinet over de grondpolitiek valt, zoals het kabinet-Den Uyl in 1977.

Belangrijkste punt van discussie is de laatste jaren de strijd tussen gemeenten en projectontwikkelaars bij de bouw van nieuwbouwwijken. De grond bij de huidige Vinex-locaties is voor ongeveer tweederde in handen van de gemeenten, en voor eenderde van marktpartijen. Veel gemeenten raakten hun monopoliepositie kwijt toen tien jaar geleden toenmalig minister Alders bekend maakte waar de nieuwe wijken van Nederland zouden verrijzen. Een cadeautje voor de projectontwikkelaars. Die kochten de gronden op om als eigenaar de onderhandelingen met de gemeenten te beginnen. Sinds die tijd hebben de projectontwikkelaars een voet tussen de deur. Ondanks een Wet Voorkeursrecht Gemeenten, die grondeigenaren verplicht om bij gemeentelijke bouwplannen de grond eerst aan de gemeente aan te bieden. Die wet wordt nogal eens omzeild. Niet ten onrechte, stelde onlangs de Hoge Raad. Die bepaalde, ruw gezegd, dat het er niet zo veel toe doet wie de grond in eigendom heeft, als gemeenten maar de regie houden over de uitvoering van hun bouwplannen.

Het kabinet ziet geen reden om daar anders dan de Hoge Raad over te denken. De Wet Voorkeursrecht Gemeenten wordt weliswaar uitgebreid; niet alleen grote nieuwbouwwijken maar ook kleine uitbreidingen vallen onder de wet. Maar veel zal de maatregel niet veranderen. Plotseling veel meer winst maken door grond lucratief te ontwikkelen zit er door dit pakket voor de gemeenten niet in. Wel komt er een grondexploitatievergunning. Zonder zo'n vergunning mag er niet worden gebouwd. Gemeenten kunnen hierin eisen stellen, projectontwikkelaars weten waar ze aan toe zijn. Het kabinet neemt hiertoe een voorstel over van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de projectontwikkelaars verenigd in de Neprom. Daarin staat dat projectontwikkelaars mee moeten betalen aan openbare voorzieningen zoals straten en riolering, of aan een aantakking op een autosnelweg als dat nodig is. Ook moeten ze onrendabele stukken grond in hun plannen betrekken, zoals een te saneren kassencomplex, zodat niet alleen de krenten uit de pap worden gevist. Verder moeten ze meebetalen aan sociale woningen. Het kabinet voegt daar aan toe dat ze ook verplicht kunnen worden om een percentage kavels onbebouwd te laten en beschikbaar te stellen aan mensen die er hun eigen droomhuis op willen zetten. Een grondeigenaar die zich niet aan deze afspraken wenst te houden, krijgt geen vergunning en kan desnoods worden onteigend. Of dat laatste juridisch houdbaar is, moet worden afgewacht. Zonodig zal de Onteigeningswet worden aangepast.

Er wordt nog gestudeerd op het introduceren van een heffing waarin het verlies van open ruimte in rekening wordt gebracht bij degene die deze ruimte wil bebouwen. In Vlaanderen is onlangs een soortgelijke heffing ingevoerd. De opbrengst gaat naar gemeenten die niet bouwen, maar groen in stand houden. Het kabinet vindt het nog te vroeg voor zo'n open-ruimteheffing. Iets voor de Tweede Kamer?

    • Arjen Schreuder