Wij weten niets

Laatst las ik dat iemand, Michael Ignatieff om precies te zijn, zei dat het goed was dat Nederland een onderzoek had ingesteld naar de precieze gang van zaken destijds in Srebrenica, ook al was het pijnlijk wat er allemaal boven water was gekomen. Hij vond ,,dat het erkennen van de waarheid altijd beter is dan het leven met leugens''.

Iedereen zal dat wel vinden, want op grond van die gedachte wordt zo'n onderzoek gedaan. Voorgelogen worden, in onwetendheid leven – we vinden het heel verkeerd. Toch trof me die uitspraak van Ignatieff ineens. Omdat ik eigenlijk niet zo snel wist te bedenken waaróm het zo veel beter is om de waarheid te erkennen.

Er zijn allerlei situaties waarin de leugen beslist te prefereren is boven de waarheid, omdat de leugen, de smoes, het geflatteerde verhaal veel comfortabeler is. Waarom moet er dan zo nodig waarheid worden gevonden? Het is makkelijker te verdedigen dat het verhaal dat het beste uitkomt beter is om mee te leven dan `de waarheid'. Als er anderen bij betrokken zijn, die een andere versie van de feiten hebben, wordt dat wat moeilijker vol te houden. Dan wil je wel graag weten wat die versie van hen waard is. Als wij horen dat `onze jongens' zich als helden hebben gedragen en Bosnische vluchtelingen vertellen dat diezelfde jongens zich als lafaards hebben gedragen, dan wil je weten hoe het zit. Al zou je het allerliefst dat heldenverhaal geloven.

Bij het opsporen van de waarheid blijkt dan meestal dat die niet te vinden is. Onachterhaalbaar zoekgeraakt achter kaduke geheugens, weggeraakte negatieven, verdwaasde getuigenverklaringen, tegenstrijdige visies en interpretaties. Ook `feiten' blijken nauwelijks voorhanden. Wat de een zweert gezien te hebben, ontkent de ander, en wat gefilmd is en dus niet tegen te spreken, is altijd een uitsnede uit een groter geheel en wat men precies ziet, wie wat doet, is ook niet altijd ondubbelzinnig.

De waarheid. Tja. Er zijn geaccepteerde versies van gebeurtenissen, en die noemen we de waarheid. Een soort grootste gemene delers. Veel beter kunnen we het niet krijgen, al is het zeker niet niets. En het is niet alleen zo lastig als het om ingewikkelde situaties in verre landen gaat. Probeer maar eens in het eigen leven overeenstemming te krijgen over hoe de dingen zich precies hebben toegedaan. Denk aan de echtparen die samen iets vertellen. Denk aan hoe jezelf samen met iemand iets vertelt. Denk aan hoe vaak vertelde herinneringen geen herinneringen meer zijn maar verhalen die op den duur steeds leuker, en steeds losser van de feiten verteld worden. Achter de woorden zit niets meer, al zeker niet zo iets als `de waarheid'.

En toch geloven we er allemaal in. We vinden de waarheid verschrikkelijk belangrijk terecht, lijkt mij ook. Al heb ik soms geen idee meer wat waarheid betekent. We weten allemaal dat zelfs het gebruiken van woorden de waarheid al verdoezelt. Want de waarheid was niet dat Piet zo heerlijk zoende, dat de kip verrukkelijk was, dat mijn hart klopte in mijn keel of dat iedereen in paniek wegrende. Dat zijn allemaal maar woorden. De waarheid heeft zich afgespeeld vóór die woorden, de waarheid was de sensatie van de kus, de smaak van de kip, de angst, de chaos. De woorden zijn achteraf aangebrachte ordening. Maar wat hebben we anders.

We doen toch heel vaak of we met die woorden wel degelijk alles bestrijken, of we onze ervaringen er recht mee doen, of we de verscheidenheid van de wereld er recht mee doen. Slaat natuurlijk nergens op. We kijken wat om ons heen, zien zo goed als niets, en al zelden hetzelfde als een ander ziet, laten ons verhalen vertellen door anderen die ook beweren heel goed te hebben opgelet en ook net doen alsof hun woorden de meest nauwkeurige neerslag zijn van dat opletten, en op grond van dat alles hebben we een mening, ja zelfs een overtuiging die we, als we een beetje krachtig voor de dag willen komen, ijskoud voor de waarheid verkopen.

De waarheid is dat wij niets weten en nergens iets van begrijpen en de meeste dingen niet beleven. En dat onze woorden kunstige maar onbeholpen hulpstukken zijn. Waar in de oudheid de dichters de muzen tenminste nog aanriepen, doen we nu net of we die er niet meer bij nodig hebben. Terwijl van de muzen gezegd wordt dat ze, omdat ze van goddelijke oorsprong waren, wèl zagen, wisten, kennis hadden. Wij niet, en nog steeds niet. Het enige wat we kunnen doen is proberen zoveel mogelijk van de ons aan alle kanten ontglippende werkelijkheid mee te maken.

Ik las laatst nog weer eens een beschouwing van Simone Weil, die heet `Overwegingen over de goede manier van studeren bij het onderwijs'. Die gaat over het belang van `aandacht'. Niet aandacht in de zin van de wenkbrauwen fronsen, de ogen tot spleetjes knijpen en een gezicht trekken dat wil uitdrukken `ik ben een en al oor', maar èchte aandacht. Het vrij maken van de geest voor wat het ook is dat onze aandacht vraagt. ,,De aandacht bestaat uit het opschorten van het denken, het beschikbaar laten zijn van het denken, leeg en open voor de dingen (...)''. Ze bedoelt er denk ik iets mee dat te vergelijken is met waar Patricia de Martelaere in haar laatste essaybundel over schrijft, het taoïstische `the doing of not-doing', het zich openstellen voor iets, het actieve afwachten. Niets doen, maar zonder passiviteit.

In dat zich openstellen, zich beschikbaar houden, wat misschien ook wel weer lijkt op het zich openstellen voor de muze, voor de inspiratie, kan meer tot ons komen dan als we zo ijverig op zoek gaan naar van alles. Waarheden als die over Srebrenica moeten natuurlijk onderzocht worden. Maar de waarheid van wat we meemaken wordt eerder vergroot door rustige aandacht, dan door wild rondrennen.

De apostel Paulus schreef al: ,,want nu zien wij nog door een spiegel, in raadselen''. Hij had de hoop dat het `straks', dat wil zeggen, eenmaal opgenomen in het goddelijk licht, allemaal anders zou worden, dan zullen we zien `van aangezicht tot aangezicht', dan zullen we `volkomen kennen'.

De veronderstelling dat er een `ware kennis' bestaat, zij het niet bij ons, dat er `waarheid' is, al bezitten wij die niet, die gedachte heeft interessant genoeg iedereen, ook degenen die zeggen nergens in te geloven. Ze geloven bijna allemaal toch in de Waarheid, die onbereikbaar is – maar die we toch hoger stellen dan alles en die we zo dicht mogelijk willen benaderen. ,,Het erkennen van de waarheid is beter dan te leven met leugens.'' Iedereen vindt het. Niemand weet wat het precies betekent. Iedereen weet dát het iets betekent.

Ik weet niet precies waarom, maar ik vind het wel een kerstgedachte.