Voetbalnihilisme

Een school, een bloedbank, het gemeentehuis, de schotelwagen van een tv-zender. De doelwitten van de relschoppers in Den Bosch afgelopen weekeinde hebben een onmiskenbaar hoge symboolwaarde. Je hoeft niet per se een begin van strategie of pulserende ideologie te zoeken achter de vernielzucht die Den Bosch in een slagveld heeft veranderd. Maar wat voor blinde woede en vandalisme doorgaat, is niet altijd willekeur. Er loopt een rode draad langs die gebouwen en voertuigen: opvoeding, solidariteit en zorg, leiding en autoriteit, informatie en openheid. Moderne voetbalsupporters die zich schoppend en slaand aan de rest van de samenleving willen openbaren, brengen een boodschap over: de verwerping van de traditionele normen en waarden van diezelfde samenleving. Na Den Bosch zal weer worden gesproken over relschoppers en raddraaiers. Maar de incidenten zijn de laatste tijd te talrijk en verschillend van aard om geen andere analyse te wagen.

Persoonlijk geloof ik niet meer in willekeur en gewelddadige baldadigheid, maar meer in een niets ontziend en wraakzuchtig nihilisme. Vlak voor de gewelduitbarsting die in april vorig jaar het kampioensfeest van Feyenoord in de zwarte boeken heeft doen belanden, liep ik in Rotterdam. Wat ik in de ogen en op het gezicht van de voetbalnihilisten zag die zich voor de veldslag opmaakten was vooral wraak, wrok en zelfs haat. Er diende afgerekend te worden en die afrekening was gepland en weloverwogen. De ideologie hier achter lijkt misschien vaag en onsamenhangend, maar de drang om de maatschappij los te wrikken is heel tastbaar en concreet.

We hebben hier allang niet meer te maken met conventioneel hooliganisme dat zich vroeger vooral in en om de stadions manifesteerde. De verschuiving gaat richting de stadscentra. De voetbalnihilisten eisen erkenning, organiseren zich dankzij moderne instrumenten als internet en treffen de samenleving in haar vitale plekken.

Als één van hen komt te overlijden, dicteren voetbalnihilisten de gang van zaken. Er dienen plechtige rituelen uitgevoerd te worden zoals vorige maand in De Kuip. Bevende stadiondirecteuren openen dan de poorten van hun tempels ondanks het stadionverbod van de overledene. Politie escorteert `om erger te voorkomen'. De pers wordt bedreigd, moet haar burelen sluiten of zelfcensuur toepassen. Wie het woord hooligan in zijn bericht nog durft te gebruiken, moet voor de gevolgen in staan.

De moderne hooligan bepaalt ook de `culturele' agenda. Als een film over een vijandige club hem niet bevalt en in zijn stad wordt vertoond, komt hij in actie. Meestal zijn een paar dreigtelefoontjes al voldoende. Zijn reputatie staat garant voor een snelle uitvoering van zijn eisen. Net als stadiondirecteuren, journalisten en politiefunctionarissen, moeten bangelijke bioscoopuitbaters voor de terreur wijken. Wie dit niet doet, moet de gevolgen ondervinden.

Maar waar eindigt dit alles, voetbal is toch een sport, `maar' een spelletje. Nee, voetbal is allang geen spelletje meer en de basissupporter weet dit beter dan wie ook. Voetbal is een doorgeschoten religie en een machtige industrie geworden. Beroemde entertainers tuimelen over elkaar om hun eigen voetbalprogramma op tv aan de man te kunnen brengen, voetbalmagazines kopen zendtijd bij tv-stations, eindeloos wordt er over ordinaire spierblessures audiovisueel geouwehoerd. Het gaat immers om astronomische bedragen en daarom wordt ons ingepeperd dat ons leven van koning voetbal afhangt. Voetballers worden door maffiosi en oorlogscriminelen doorverkocht, trainers laten zich corrumperen en geld waar rioollucht aan zit, stroomt als water. Maar aan de rand van deze decadente religie staat de sekte van de voetbalnihilisten. Orthodox in de leer, ze betalen trouw hun kaartje en haten de valse profeten van het tv-scherm en de skyboxen. Ze beschouwen zich als de enige echte volgelingen. Ze eisen erkenning en respect en hebben nog tal van rekeningen te vereffenen.