Veel burgers vermoord in Algerije

In Algerije zijn tussen zaterdag- en zondagavond bijna veertig burgers vermoord in slachtpartijen die aan moslim-extremisten worden toegeschreven.

Het geweld heeft in het land de vrees doen groeien voor een bloedig einde aan de islamitische vastenmaand Ramadan, een periode die door de extremisten als uitermate geschikt voor hun jihad, heilige oorlog, tegen het regime wordt gezien. Sinds het begin van de Ramadan, eind november, zijn nu 220 mensen bij gewelddadigheden om het leven gekomen, overigens in meerderheid leden van de veiligheidsdiensten en extremisten.

Zeker 16 scholieren tussen de 15 en 18 jaar oud en een surveillant werden zaterdagavond vermoord door een gewapende groep die het internaat van een technische school midden in de stad Médéa, 80 kilometer ten zuiden van Algiers, waren binnengedrongen en een jongensslaapzaal onder vuur namen. De daders, die zouden behoren tot de zeer gewelddadige Gewapende Islamitische Groep (GIA) van Antar Zouabri, zouden met de hulp van medeplichtigen in het bewaakte schoolcomplex zijn binnengekomen. De GIA is in dit gebied zeer actief. Vorige week werden in de buurt 12 militairen gedood in een hinderlaag.

Gisteravond werden vijftien reizigers vermoord door een andere gewapende groep die bij Tenes, 200 kilometer ten westen van Algiers, een autobus met automatische wapens onder vuur nam. Er vielen zeven gewonden. Ook deze moordpartij werd toegeschreven aan de GIA.

Korte tijd later werden drie vrouwen en twee mannen vermoord, eveneens met automatische wapens, die in Khémis Miliana, 120 kilometer ten westen van de hoofdstad, na het breken van de vasten op straat liepen.

De GIA en de concurrerende Salafistische Groep voor Prediking en Strijd hebben beide het streven van president Bouteflika naar nationale verzoening verworpen. Hun gelederen worden de laatste tijd versterkt door ex-leden die wel Bouteflika's amnestie hadden aanvaard maar merken dat de samenleving hen niet accepteert.