Techneutentheater met een inhoud

De auto's, de huizen, de heggen: ze zijn van bordkarton. Zo plat als een dubbeltje is de normale wereld in 5000 Vingers. Pas als hoofdpersoon Bart een andere wereld betreedt, een droom, een nachtmerrie, pas dan krijgt het decor een derde dimensie.

Een slimme manier om te laten zien dat dromen dieper zijn dan de tastbare werkelijkheid. Een slimme manier ook om het publiek te verrassen. 5000 Vingers zit vòl verrassingen; de surprises vliegen je om de oren en dat is zowel prettig als zinnig want in dromen vlieg je ook. Dwars door de met hemellichamen en avonturen bezaaide ruimte.

Het voertuig waarmee Bart het heelal doorkruist is een archaïsch luchtschip, zo'n Jules-Verne-achtig gevaarte met een koepel en een eikehouten interieur. Stomend en sissend maakt het ding zijn reis, geholpen door mannetjes die vlijtig aan raderen draaien. Bart voelt zich niet thuis op dat schip. Hij is ontvoerd, door zijn pianoleraar. Samen met vierhonderdnegenennegentig andere ontvoerde jongetjes – op het toneel niet aanwezig – moet Bart vanuit de kosmos een klavier tot klinken brengen dat de aarde in één kolossaal akkoord van alle herrie zal verlossen.

Maar het kind weet dat de leraar onder herrie alles verstaat dat niet uit piano's komt en het komt tegen de volwassene in opstand: niet iedereen is Dr. Terwilliker terwille. Verpakt in het idioom van science-fiction-films wordt hier een verhaal verteld over de slechtheid van goede bedoelingen, over de waanzin van wereldomvattende ideeën en over de noodzaak van revolutie tegen hen die het alleenrecht op omwenteling menen te bezitten.

Michael Helmerhorst van het openluchttheatergezelschap Vis à Vis bedacht verhaal en vehikel, Alize Zandwijk van het Ro Theater voert de regie. Deze familievoorstelling lijkt minder op andere familievoorstellingen van het Ro Theater – Hondje bijvoorbeeld, of Ja Zuster Nee Zuster – dan op Vis à Vis-spektakels à la Topolino en Picnic.

Vis à Vis domineert, met visueel stuntwerk dat leunt op grootse montages, op geraffineerde special effects en op een passie voor al wat beweegt. Er zijn een heleboel machientjes te zien, soms tegen een achtergrond van razende videofilms; er zijn wervelende slapstickscènes en miraculeuze verschijn- en verdwijntrucs. Zandwijk, vermoedelijk is dàt haar inbreng, voorzag Vis à Vis naar oppervlakkigheid neigende techneutentheater van inhoud. Van mensen.

Dr. Terwilliker, die gevaarlijke visionair, is een interessant personage, met de juiste grilligheid gespeeld door Paul R. Kooij. Aan de good guys valt minder eer te behalen, maar Joep Onderdelinden maakt van de voorbeeldig-dappere Bart toch een geinig ventje. Een kwiek baasje met een schooltas onder z'n arm en flaporen onder een rode pet. De tweede good guy (René van Zinnicq Bergmann: sympathiek, meer niet) is een verdwaalde loodgieter die verliefd wordt op het lief van de gevaarlijke gek. Lieneke Le Roux, tevens Barts moeder, spreekt en zingt met een bespottelijk hoge stem. Op zulke momenten is de humor niet leuk meer. De liedjes, van de Duitse componist Ernst Bechert, zijn sowieso smakeloos gearrangeerd.

Nee, 5000 Vingers moet het niet van de muziek hebben maar van het enthousiaste samenspel en van de kraakheldere beelden.

Voorstelling: 5000 Vingers door het Ro Theater en Vis à Vis.

Idee en artistieke coördinatie: Michael Helmerhorst. Regie: Alize Zandwijk. Spel: Paul R. Kooij, Joep Onderdelinden, Lieneke Le Roux e.a. Gezien: 16/12 Rotterdamse Schouwburg. Tournee t/m 21/3.

Inl 010-4047070, www.rotheater.nl.