Snorder

In de Bijlmer wemelt het van de snorders. Ze maken zich aan de wandelaar kenbaar door plotseling vaart te minderen of met hun koplampen te knipperen. Op zoek naar een taxi? Voor pakweg 25 gulden rijden ze je van de rand van de Bijlmer naar het hartje van Amsterdam.

Mijn snorder was een kleine Hindoestaanse Surinamer met een zachtmoedige oogopslag. Het interieur van zijn afgeleefde Ford Escort zag eruit als een bijkeuken waar iedereen de modder van zijn schoenen had geklopt. Maar rijden deed-ie, en daar ging het om.

De chauffeur bleek zelf in de buurt te wonen. Hij vertelde over de vele veranderingen die op til waren. ,,Ziet u hoeveel flats hier worden afgebroken? Daar komt allemaal laagbouw.'' Veel van zijn vrienden en familieleden moesten binnenkort vertrekken of waren al vertrokken. Naar Amsterdam West of Noord of naar Almere. De huren in de nieuwe Bijlmer werden te hoog voor hen.

Mijn chauffeur wilde, koste wat het kost, in de Bijlmer blijven. Hier had hij immers zijn nieuwe leven opgebouwd. Maar zijn vrienden, ja, die zou hij zeker missen. Hij constateerde het kalm, het was een levensfeit waar niet meer aan te tornen viel. Samen met duizenden immigranten in de Bijlmer deelde hij dit lot ach, ze waren wel wat gewend.

Hij schudde zijn berusting pas van zich af toen ik over de onveiligheid van de Bijlmer begon. ,,Die politie van jullie'', zei hij minachtend, ,,die bakt er niets van. Stel 25 Surinaamse rechercheurs in de Bijlmer aan, en er blijft geen misdaad onopgelost.''

En niet alleen mijn politie, maar ook mijn rechters bleken incompetent. ,,Zoals er hier gestraft wordt,'' riep hij kwaad, ,,dat is toch belachelijk.'' Hij zwenkte woest de Stadhouderskade op. ,,Weet u hoe ik zou straffen? Ik zou al bij de kleinste diefstal hun pink er afhakken.'' Hij wees wat er van zo'n pink zou overblijven. Het was niet de moeite. ,,Als je het bij één dief doet, zullen de volgende tien zich bedenken.''

,,Bent u ook zo streng voor uw kinderen?'' vroeg ik.

Zijn ogen begonnen te fonkelen. ,,Mijn kinderen?'' schreeuwde hij. ,,Ze doen het goed op school, maar als ze iets doen wat niet in de haak is, dan schiet ik ze dood of ik gooi ze uit het raam.''

Het klonk doodernstig en ik begon me af te vragen wat hij met passagiers deed die verkeerde vragen stelden. ,,Woont u al lang in Nederland'', veranderde ik van onderwerp. Hij vertelde me in een paar zinnen zijn barre levensgeschiedenis. Armoe in Suriname. Mislukt in Nederland. Terug naar de armoe. Weer terug naar Nederland. Verwachtte hij nog iets van Suriname? ,,Ach meneer'', riep hij uit, ,,hoe kan dat nou met die negers? Een neger denkt nooit vooruit. Met een neger is niets te beginnen.''

We waren er. Gelukkig. ,,U denkt nu toch niet dat ik een racist ben?'' vroeg hij toen ik hem zijn geld gaf. Ik dacht vooral hoe je je kunt vergissen in de zachtmoedige oogopslag van sommige mensen.