Schneider laat leeuw weer brullen

Het vrijwel voltallige Appelensemble draaft op in Minetti van Thomas Bernhard, figurerend in wat eigenlijk een one-man-show van Eric Schneider is. Schneider als de titelfiguur is het middelpunt van de voorstelling die, zoals wel meer stukken van Bernhard, de vorm heeft van een bijna-monoloog. Het stuk was oorspronkelijk bedoeld als hommage aan Bernhard Minetti, de door Bernhard bewonderde Duitse acteur voor wie hij de tekst had geschreven. Maar welbeschouwd is het een eerbetoon aan iedere vertolker van die rol. Het is dan ook niet moeilijk te raden waarom De Appel de keus op Minetti heeft laten vallen nu Eric Schneider, een van de gezichtsbepalende acteurs van de groep, zijn veertigjarig toneeljubileum viert.

Alle andere spelers in de voorstelling zijn franje, anonieme achtergrondfiguren ter verlevendiging van het hoteldecor dat als entourage dient. André Joosten ontwierp een realistische hotelhal met een glimmend gewreven balie waarachter de portier (Robert Prager) met een uitgestreken gezicht zijn werk doet. Er zijn diverse zitjes en in een van de fauteuils brengt een dame (Sacha Bulthuis) haar tijd door, met sigaretten en een glaasje onder handbereik. De overige hotelgasten komen en gaan, rumoerig, druk lachend en in komische vermommingen, op weg naar een oudejaarsfeest.

In deze wonderlijke omgeving maakt de bejaarde acteur Minetti zijn opwachting: zijn hoed, lange winterjas en koffer zijn buiten in de gierende sneeuwstorm wit beijzeld. Na een isolement van dertig jaar waarin hij niet heeft geacteerd, wil hij nog één keer laten zien wat hij waard is als koning Lear in Shakespeares gelijknamige tragedie. Daarvoor heeft hij in dit hotel een afspraak met een theaterdirecteur. Dat de man niet komt opdagen lijkt Minetti aanvankelijk niet te deren. In zijn verbeten strijd met de wereld en zichzelf heeft hij publiek nodig om tegen te praten, of dat nu een zwijgzame portier is, een aangeschoten hotelgast of een naïef gansje dat op haar geliefde wacht. Hij ontpopt zich als een monomane prater in wie woede en wrok als vanzelf omhoog borrelen. De bron is zijn gefnuikte kunstenaarschap, hij voelt zich onbemind en onbegrepen. Geagiteerd en zo nu en dan met stemverheffing hekelt hij de theaterwereld en de benepen burgermaatschappij die hem hebben afgewezen.

Eric Schneider als oude verbitterde kunstenaar: zo toont hij ons Minetti voor de pauze. Tegelijk doemt een beeld op van vier jaar geleden toen hij, net als nu in de regie van Aus Greidanus, bij hetzelfde gezelschap te zien was als Bruscon in De toneelmaker, ook een monoloog van Thomas Bernhard van een al even gedesillusioneerde toneelspeler op leeftijd. Die rol had hij zich destijds met subtiel en ingehouden spel eigen gemaakt.

Meer dan toen hindert mij nu echter zijn nadrukkelijke dictie. Zijn theatrale heftigheid overheerst aanvankelijk de korte momenten van verwondering die hij heeft; rusteloos beent hij heen en weer, hij gaat zitten en staat weer op. Maar naarmate de voorstelling vordert komt er meer rust en droefheid in zijn spel. Dan wordt ook duidelijk hoe zorgvuldig Aus Greidanus zijn voorstelling heeft opgebouwd: nog eenmaal heeft de leeuw gebruld. Vergeefs, nu moet hij afscheid nemen. Als Minetti aan het slot met een grotesk Learmasker op ondersneeuwt terwijl hij steeds verder opzij helt tot hij dreigt te vallen, dringt zijn persoonlijke tragedie zich in volle omvang aan ons op.

Voorstelling: Minetti door toneelgroep De Appel. Tekst: Thomas Bernhard. Regie: Aus Greidanus. Spel: Eric Schneider, Sacha Bulthuis, Robert Prager, e.a. Gezien: 15/12 Appeltheater Den Haag. Aldaar te zien t/m 4/2. Inl: 070-3502200 of www.toneelgroepdeappel.nl