Oppositie Syrië prijst regering om mensenrechten

Een Syrische mensenrechtengroep is na tien jaar ondergrondse activiteit in de openbaarheid getreden met lof voor positieve politieke ontwikkelingen onder president Bashar al-Assad. De groep drong gisteren in een verklaring aan op verdere hervormingen, en in het bijzonder een algemene amnestie voor politieke gevangenen.

Vorige maand gaf Assad opdracht tot de vrijlating van 600 politieke gevangenen in een stap die door tegenstanders van het bewind werd verwelkomd als teken dat hij afstand neemt van het zeer repressieve bewind van zijn overleden vader, Hafez al-Assad. Ook werden tientallen Libanese gevangenen gerepatrieerd. Eerder deze maand gaf Assad alle toegestane politieke partijen, die zeer dichtbij de regerende Ba'athpartij staan, toestemming om eigen kranten uit te geven.

De leider van het Comité voor de Verdediging van de Mensenrechten in Syrië (CDHR), Aktham Naesa, drong er gisteren bij Assad op aan de resterende 800 politieke gevangenen, grotendeels moslim-fundamentalisten, vrij te laten. Hij pleitte voor een ,,dramatische wijziging'' in het politieke leven in Syrië door middel van democratisering en een nationale politieke verzoening. ,,Dit zal de kloof tussen het regime en de maatschappij dichten'', zei hij.

Bashar (35), die in Groot-Brittannië als oogarts is opgeleid, volgde in juli zijn vader op. Sindsdien heeft hij verscheidene met name economische hervormingen aangekondigd, die op zich nog weinig verschil hebben uitgemaakt. Wel is er duidelijk een andere atmosfeer, minder repressief, waardoor activisten als Naesa, die zelf zeven jaar heeft gevangen gezeten, het wagen zich publiekelijk uit te spreken. Enkele maanden geleden durfden 99 Syrische intellectuelen het aan om een oproep aan de Syrische regering te ondertekenen tot vrijlating van alle politieke gevangenen en vergaande politieke hervormingen.

Naesa zei in een vraaggesprek met het persbureau Reuters dat de CDHR-krant Stem van de Democatie de laatste maanden bijna openlijk is gepubliceerd. ,,De autoriteiten negeren de publicatie van onze krant. We denken dat dit onderdeel is van de politieke hervormingen'', zei hij.