Oorlog in 's-Hertogenbosch

De dood van de 31-jarige Pierre Bouleij leidde afgelopen weekeinde in Den Bosch volgens burgemeester A. Rombouts tot ,,een afschuwelijke avond die zijn weerga niet kent.''

,,Ik weet niet wat oorlog is, maar dit lijkt er volgens mij wel op.'' Een bewoner van de Graafseweg in Den Bosch kijkt zaterdagavond naar twee omgegooide en uitgebrande auto's die het begin van de weg afsluiten. De straat ligt bezaaid met stenen en uit de kozijnen van het voormalige weeshuis, nu een bedrijfspand, komt dikke, zwarte rook.

Een groep jongeren heeft een spoor van vernielingen achtergelaten in de Graafseweg naar aanleiding van de dood van de 31-jarige Pierre Bouleij, die deel uitmaakte van de harde kern van supporters van FC Den Bosch en een stadionverbod had. Inmiddels heeft de mobiele eenheid met zo'n 350 man een deel van de Graafseweg `schoongeveegd'. De nauwe, donkere zijstraatjes zijn ze niet ingegaan. Daar staan groepjes jongeren, of ze rijden rondjes op brommers, oog in oog met ME-ers met gasmaskers op. Het openlijke geweld is veranderd in een soort psychologische oorlogsvoering, zegt een ME-er

In de straat heerst angst. ,,Ik heb net gehoord dat er ook Ajax-supporters onderweg zijn om mee te vechten,'' zegt mevrouw Van der Horst, bewoonster van de straat. Een gerucht, een van de vele, dat niet blijkt te kloppen. Schuin tegenover haar woont Lennert Bouwer. Hij begrijpt niet dat de ME de wijk niet meteen heeft uitgekamd. ,,Maar dat moet ik niet te hard zeggen, want dan ben je in deze buurt gauw een politievriend.'' Dat de maatregelen niet afdoende zijn blijkt al snel. Zondagavond slaat in wijk Bartjes-noord opnieuw de vlam in de pan. Opnieuw gebruikt de politie traangas.

Hoe heeft het zo ver kunnen komen, vragen velen zich af. Den Bosch is doorgaans een rustige provinciestad en de aanhang van de plaatselijke FC staat niet bekend als extreem gewelddadig. Burgemeester A. Rombouts, korpschef E. van Hoorn van de politieregio Brabant-Noord en hoofdofficier R. Craemer proberen tijdens een persconferentie op zondag het beeld recht te zetten dat – zoals de burgemeester het zei - ,,de politie een fervent aanhanger van FC Den Bosch te gemakkelijk zou hebben doodgeschoten.''

Volgens Rombouts betrof het een burenruzie in de Trompet, een straat in de achterstandswijk De Hambaken, waarvan de politie op zaterdagochtend om 8.38 uur de eerste melding binnenkreeg. De buurman van Pierre Bouleij zei door hem met de dood bedreigd te zijn. Op straat en later in de woning van Bouleij trachtten de agenten de, volgens korpschef Van Hoorn, ,,zeer geëscaleerde situatie'' tot rust te brengen. Dat lukte niet. Tussen Bouleij en de vier agenten ontstond een ,,stevige worsteling''. Burgemeester Rombouts: ,,Het heeft zich afgespeeld in een smal halletje. Het latere slachtoffer kwam op de agenten af. Hij had een groot mes in zijn hand. Sommige agenten werden weggedrukt. Eén collega kwam onder de trap terecht en voelde zich zo bedreigd dat hij heeft geschoten.'' Nabestaanden beweren dat helemaal geen sprake zou zijn geweest van een dreigende situatie. De politieagenten zouden ook de beschikking hebben gehad over pepperspray. Waarom dat niet gebruikt is, is onduidelijk.

Het slachtoffer overleed rond tien uur in het ziekenhuis, waarna de politie huiszoeking deed in de woning van Bouleij. Tegen kwart voor elf werden de aanwezige politiemannen belaagd door enkele tientallen leden van de harde kern van FC Den Bosch en door buurtbewoners. Ze vernielden politieauto`s. De korpschef: ,,De situatie was zo ernstig dat collega's opnieuw op het punt hebben gestaan het vuurwapen te trekken.'' De korpsleiding riep de hulp in van de Mobiele Eenheid.

Tussen drie en vier uur besloot Rombouts, na overleg met politie en justitie, de thuiswedstrijd van Den Bosch tegen VVV die avond, af te gelasten. Rombouts: ,,De politie had harde aanwijzingen dat het rond het stadion tot een confrontatie zou komen met de politie. Dat was zeker. Onzeker was wat er zou gebeuren als ik de wedstrijd zou verbieden.'' Kort daarop begonnen de ongeregeldheden opnieuw. Rond vijf uur 's middags trok een groep van 50 tot 100 relschoppers naar de Markt. Daar gooiden ze ruiten in van winkels en het stadhuis, en werd een bus vernield.

Vanuit het centrum liepen de relschoppers naar de Graafseweg in de wijk Bartjes-Noord, onderdeel van Hinthammer Poort, ook een achterstandswijk. Daar liggen twee cafés die bezocht worden door supporters van FC Den Bosch. Bushaltes en telefooncellen moesten het ontgelden, twee personenauto's werden in brand gestoken. Ook het voormalige weeshuis ging in vlammen op. Van een school in aanbouw werden de ruiten ingegooid. ,,Door die bouwplaats lag alles voor het grijpen,'' zegt een ME-er. De menigte bekogelde brandweermensen die de vuren probeerden te blussen. Een brandweerman en zeven politiemensen raakten licht gewond. ,,Ik zag een agent in een put vallen. Daar hadden ze de deksel afgesloopt,'' zegt een bewoner.

Welke opgehoopte frustraties tot de rellen hebben geleid is vooralsnog onduidelijk. De autoriteiten doen hun best om het verband met de voetbalclub te relativeren. Toch zijn het Den Bosch-voorzitter B. Kersten en aanvoerder Fred van Hoorn die zaterdagavond de wijk intrekken om de relschoppers tot rust te manen. De club balanceert op het randje van een faillissement en presteert slecht in de eerste divisie. Maar ook frustraties in de wijk Bartjes-Noord, voornamelijk bewoond door autochtonen, kunnen een rol spelen. De gemeente Den Bosch ontkent een verband, maar het Brabants Dagblad publiceerde juist op zaterdagochtend, voor het begin van alle gewelddadigheden, de sloop van de hele wijk aan.