Matinee toont de extatische kracht van volksmuziek

Bekend zijn de verhalen over miraculeuze werkingen van de muziek bij de oude Grieken. Minder vaak geciteerd wordt het verhaal van koning Erik de Goede van Denemarken (1095-1103) die zich wilde laten overtuigen door de extatische kracht van de muziek. Nadat hij alle wapens uit de ontvangstzaal had laten verwijderen mochten de beroemdste musici binnentreden. Die speelden zo gedreven dat hij in extase de zaal uitrende, de wapens greep en begon te moorden. Om boete te doen, ging hij op pelgrimage naar Jeruzalem. Hij overleed al op de heenreis.

Iets van deze oerkracht trof zaterdag in de Matinee de doorgaans zo gedisciplineerde cliëntèle in het deftige Concertgebouw, aangestoken door een tiental leden van het Georgisch Mtiebi Ensemble dat in versleten truien gestoken zich wat onwennig op het podium opstelde. Klaas de Vries verzon het programma, dat voerde naar zijn reeds meermalen gespeelde en hoogst indrukwekkende De Profundis (1991) waarbij gebruik wordt gemaakt van Georgische motieven.

Nu werden wij dus met de bron zelf geconfronteerd en hoe! Eén stem begint, gaat zo'n achttal tonen door, voordat de tweede in deze hoogst originele dorpspolyfonie invalt met open kwarten, kwinten en zelfs schrijnende secunde-intervallen. Een derde orgelt al even fascinerend mee en zo word je een wondere wereld ingezogen, waar andere wetten gelden. De basis, bij ons steevast de onderste stem, kan hier de bovenste zijn. Falset en gorgelende trillers leiden af, zoals een groepje schorpioenen achter een schilderij verscholen (ik heb dat eens in Klein-Azië meegemaakt) het doek eventjes doet bewegen.

Dat deze stekende muziek niets van zijn oerkracht heeft verloren werd duidelijk in een Hymne aan de zon, daterend uit de tijd van Erik de Goede. Maar zo mogelijk nog sterker werkt de polyfonie wanneer de partijen tegenover elkaar staan, zoals in twee uitdagend rivaliserende groepen tijdens een bruiloftslied. Het publiek ging uit zijn dak, klapte de dansmelodieën mee en was niet meer te stoppen.

Die extase contrasteerde wonderlijk met het uitzonderlijk ingetogen Piano and Orchestra (1975) van Morton Feldman, die niets heeft met krachtige uithalen en stevige ritmiek: ,,Op het moment waarop ik voel dat mijn voeten willen meetrappelen verlaat ik de zaal. Muziek is een ernstige zaak.'' Het gaat in Feldmans wereld, overigens een niet minder uitgesprokene dan die van de Georgiërs, om verfijnde, veelal melancholieke gradaties als bij een intieme Schubert. Vrijwel steeds speelt de muziek zich af op het randje van het hoorbare, zelfs in zo'n grote bezetting met veel lage blazers als basklarinet, contrafagot en bastrombone.

Een enkele maal benadert Feldman dan toch de `banale' klankwereld, zoals in een discours van drie hobo's. Maar daarna klinkt een enkel pianoakkoord, eventjes de celli, trompet, strijkers.. En met slechts één toon van de piccolo, die meer betekenis heeft dan menig melodisch betoog; is de Feldmanwereld weer helemaal terug.

Het werd schitterend afgewogen uitgevoerd door pianist John Snijders met niet minder essentiële bijdragen van een schaduwpiano en celesta in het orkest. Afgezien van enkele ongelijke inzetten bij de blazers had Mark Foster het geheel goed in de hand en toonden de strijkers zelfs te beschikken over de melancholieke gloed die zo karakteristiek is voor deze componist.

Tegenover Feldman en De Vries stonden fanfares van Stockhausen (Michaels Gruss) en Birtwistle (Sonance 2000). Het eerste hoort thuis in een opera en het tweede is zo'n gelegenheidswerk waarvoor koning Erik de Goede de componist zou hebben laten onthoofden. Hoe kwam hij eigenlijk aan die bijnaam?

Concert: Radio Symfonie Orkest o.l.v. Mark Foster en Mtiebi Ensemble. Gehoord 16/12 Concertgebouw Amsterdam. Radio 4: 20/12 20.02 uur.