Intelligent, hardwerkend en loyaal

Sinds zijn vertrek uit de actieve dienst in 1993, heeft de gepensioneerde generaal Colin Powell als een belofte boven de Amerikaanse politiek gezweefd. Hij is zo populair dat velen aannemen dat hij voor beide grote partijen presidentskandidaat had kunnen worden. Als hij had gewild.

Toen hij in '95 de memoires My American Journey lanceerde, zag hij kans maandenlang de spanning te laten groeien rond de vraag: doet-ie het of doet-ie het niet? Hij deed het niet, maar de episode portretteerde hem voorgoed als een Afrikaanse Amerikaan die bewijst dat geen enkel ambt onbereikbaar is voor een Amerikaan die hard werkt, intelligent en loyaal is.

Als opperbevelhebber moest Powell zijn politieke neutraliteit bewaren. Hij werkte voor de presidenten Carter, Reagan, Bush sr en nog korte tijd Clinton. Zijn gloriedagen lagen duidelijk onder Republikeinse presidenten. Later heeft hij openlijker onthuld Republikein te zijn, maar ook voorstander van abortus en `affirmative action', de politiek gericht op het inhalen van achterstanden voor minderheden.

Als minister van Buitenlandse Zaken heeft Powell weinig met deze binnenlandse onderwerpen te maken, maar het zijn pikante standpunten onder een president die in zijn rechtse achterban veel tegenstanders heeft van beide ideeën. Als het aan de religieus-rechtse aanhangers van Bush ligt, wordt de huidige abortus-vrijheid in Amerika teruggedraaid.

Republikeinse politici, onder wie gouverneur Jeb Bush van Florida, de broer van de aanstaande president, hebben waar zij konden `affirmative action'-regels afgezwakt of afgeschaft.

Colin Powell werd 63 jaar geleden geboren in de wijk Banana Kelly, in het New Yorkse stadsdeel South Bronx, waar veel niet-blanken wonen. Zijn ouders waren afkomstig uit Jamaica. Toen zijn vader 10.000 dollar won met een illegaal gokspel kon hij de familie laten verhuizen naar het stadsdeel Queens.

Powell, die nu – net als aanstaand vice-president Cheney – in McLean, Virginia, even buiten Washington woont, doorliep openbare scholen in New York en voelde zich aangetrokken tot de militaire opleidingsklassen die veel zonen van minderheden een kans gaven op verdere ontwikkeling.

In '62 werd Powell voor het eerst als `adviseur' naar Vietnam gezonden, waar hij aan het front opereerde totdat hij in een giftige bamboepijl trapte. Hij ging later terug en geeft in zijn boek aan dat zijn steun voor de oorlog op den duur omsloeg in vraagtekens, die voortduren tot op de dag van vandaag.

Terug in de Verenigde Staten kon Powell op kosten van het leger een MBA halen aan George Washington University. Hij werd als veelbelovende jonge militair een tijd gestationeerd op het Witte Huis, waar hij contacten opbouwden die essentieel waren voor zijn carrière. In '73/'74 gaf Powell leiding aan een bataljon in Korea; daar moest hij zwarte bijna-muiters drillen.

Dankzij de goede contacten die hij in Washington had gelegd, hoefde Powell later nooit meer dan perioden van een jaar actieve dienst bij de troepen te doen voordat hij weer op een hogere post in de hoofdstad terugkwam. Uiteindelijk werd hij Nationaal Veiligheidsadviseur en van '89 tot '93 opperbevelhebber. In die positie maakte Powell de val van de Muur en de Golfoorlog mee en gaf hij leiding aan ingrijpende bezuinigingen en troepenreducties.

De laatste jaren heeft Powell zijn tijd besteed aan het oprichten en leiden van een vereniging die kansen biedt aan jeugd in ongunstige omstandigheden, America's Promise geheten. Dat gaf hem de gelegenheid nationaal zichtbaar, maar buiten de politieke controverses te blijven. Als politicus is zijn grote voorbeeld generaal Marshall, die als minister van Buitenlandse Zaken Amerika's wederopbouwplan voor Europa na de Tweede Wereldoorlog gestalte gaf.