IN DE KLAS GAAT DE FIETSHELM AF

Een wielerschool, die had Nederland nog niet. In Deventer geven vijftien jongens en meisjes gestalte aan een educatieve primeur. Van de Zutphenseweg naar de Champs-Elysées.

Een gehandicaptentoilet heeft het Regionaal Opleidingen Centrum Aventus in Deventer niet meer. Sinds enkele maanden is het een fietsenhok voor de vijftien leerlingen van de wielerschool die deel uitmaakt van het MBO-instituut aan de Zutphenseweg. Racefietsen rusten op de plek waar eens een wc-pot stond. Sanitair stilleven: twee fietshelmen in de wastafel.

Een beetje sceptisch was de leiding van het ROC aan de rand van Deventer wel toen René Haantjes als `bruggenbouwer tussen wielrennen en onderwijs' het afgelopen voorjaar zijn plan ontvouwde om een wielerschool bij het instituut onder te brengen. Een schoolopleiding combineren met het ontwikkelen van wielertalent, dat was in Nederland nog nooit vertoond.

,,Kun je me garanderen dat ik over een paar jaar aan één van onze studenten op de Champs-Elysées de gele trui uitreik'', vroeg een van de directeuren gekscherend. Voormalig gymleraar en onderwijskundige Haantjes kon dit niet, maar kreeg wel het vertrouwen om de eerste Nederlandse wielerschool gestalte te geven. Sinds begin augustus zitten dertien jongens en twee meisjes in de ochtenduren op school en 's middags op het zadel van hun racefiets.

Tijdens een verblijf in België kwam Haantjes op het idee. Zijn oog viel op een advertentie in een wielerblad. Er werden leerlingen gevraagd voor de vijf wielerscholen die het land rijk is. Een verschil met de wielerschool in Deventer: in België leren de wielerscholieren een vak op lager beroepsniveau, bij ROC Aventus wordt middelbaar beroepsonderwijs gegeven.

Als gymnastiekdocent aan een Amsterdamse LTS had hij gezien hoe sommige jongens en meisjes luiheid tot kunst verhieven, maar zich tijdens de gymlessen ,,de longen uit het lijf liepen''. Sindsdien was het zijn droom een symbiose tussen leren en sporten tot stand te brengen. Door die advertentie in het Belgische wielerblad zag Haantjes het licht. ,,Ik dacht, dit is het.'' Omdat elk ROC invulling moet geven aan een `onderwijskundige vernieuwingsopdracht', klopte Haantjes bij die onderwijsinstelling aan, in de regio van zijn eigen woonplaats Zutphen. Met succes.

,,Zoek een naam'', had een Belgische vrijetijdsdeskundige hem geadviseerd, en die vond Haantjes in oud-beroepsrenner Henk Lubberding. ,,Leuk idee, ik help je'', was diens reactie. In het eerste leerjaar geeft hij de vijftien leerlingen van de wielerschool zes clinics. Ook de Koninklijke Nederlandse Wielren Unie heeft een actieve rol. Uitgesmeerd over twee leerjaren verzorgt de KNWU de cursus wielertrainer A. Wie afstudeert aan de wielerschool, heeft dat diploma als bonus op zak.

Het toeval wilde dat de docent lichamelijke oefening gediplomeerd wielertrainer is. Met de komst van de wielerschool kon Rob Niekolaas (37) van zijn hobby z'n beroep maken. Anderhalf decennium reed hij bij de amateurs. Zijn mooiste overwinning? De laatste Ronde van Staphorst.

Waarschijnlijk als enige docent lichamelijke oefening in het land beschikt Niekolaas uit hoofde van zijn functie over een dienstauto: een volgwagen waarmee hij achter zijn pupillen aan rijdt. Of naar de Rielerenk, een wielerparcours in Deventer dat zich uitstekend leent voor het onderwijzen van de fijne kneepjes van het wielervak. Een ideale trainingsaccommodatie is ook De Scheg in Deventer, waar de Vijftien van Niekolaas schaatsen en zwemmen. Pretogen verraden het enthousiasme waarmee de docent zijn brood verdient.

Afgelopen woensdag, lunchtijd. Na de reguliere lessen verzamelen de meeste van de vijftien wielerleerlingen zich in de gymzaal. Door de storm vervalt de mountainbiketraining. Edwin Kompier wil per se kilometers maken in de buitenlucht. Aan de storm heeft `de beul van Woerden' geen boodschap. ,,Hij is nogal eigengereid'', zegt Haantjes over de uit Nieuwerbrug, bij Woerden, afkomstige Kompier. Met veertien anderen vormt hij een gemêleerd pelotonnetje jonge studerende renners, ,,variërend van jongens die in de grote klassiekers voor junioren bij de eerste tien kunnen rijden tot jongens die net beginnen''.

Martijn Groot droomt van een overwinning in een klassieker, de ambities van Raoul Koolhoof liggen dichter bij huis: als eerste over de streep rijden in de Omloop van het Gelders Eiland. Pleuni Möhlmann is zestien jaar oud en een groot talent. Ze was in de openingskoers van het seizoen 2000, in het Duitse Straelen, de enige die de ontketende Belgische Heidi van de Vijver kon bijhouden. Ze kampt met een knieblessure. ,,Te fanatiek'', zegt Haantjes.

De andere vrouw in het gezelschap, Marjel van Daggenvoorde, liet haar schaatscarrière varen voor de fiets. Als schaatsster was ze succesvoller dan op de fiets: Van Daggenvoorde werd Overijssels allroundkampioene bij de junioren C. ,,Op de 500 meter kwam ik tekort. Ik kwam niet verder in het schaatsen – ik trainde het hele jaar voor het NK en haalde het net niet – en toen deed deze mogelijkheid zich voor. Toen besloot ik voor het wielrennen te gaan.'' Sindsdien figureert ze in 70 kilometer lange wielerklassiekers als `Kleine Hein' en de Omloop van de Alblasserwaard. Bijzonder te spreken is de 17-jarige renster over de opleiding tot wielertrainer. ,,Daardoor weet je veel beter waar je als wielrenner mee bezig bent.''

In 2001 gaat Van Daggenvoorde haar vierde fietsjaar in. Hoogste klassering tot nu: ,,Derde in de districtskampioenschappen. Eigenlijk was ik laatste; maar drie meisjes deden mee.'' Mocht ze het in het wielrennen niet redden, dan hoopt ze carrière te maken als sociaal juridisch medewerkster. ,,Bij de politie, in het bijstandswerk of in de sport'', zegt Van Daggenvoorde.

Ook de studierichting mode en techniek van het ROC wordt betrokken bij de wielerschool. In februari begint de module `wielerkleding ontwerpen'. In de loop van volgend jaar wordt het mooiste tricot uitgekozen. Het eerste leerjaar is ook het laatste dat de wielerscholieren zich in eigen fietskleding voortbewegen. Volgend leerjaar rijden ze in het blauw-geel van Aventus. Haantjes: ,,Het mooie van deze opleiding is dat je andere dingen genereert.''

Voordat de wielerschool startte, belegde het ROC een bijeenkomst met de clubtrainers van de eerste lichting wielerleerlingen. Haantjes werd gevraagd wanneer het project voor hem geslaagd is. ,,Als de leerlingen aan het eind van de opleiding zeggen: `Ik heb een MBO-diploma, ik heb een trainersdiploma, ik heb lekker getraind én een dijk van een tijd gehad'.''

Erik ten Harve (18) wil het zo ver mogelijk schoppen als wielrenner. Zonder blozen bekent hij de langzaamste van alle leerlingen te zijn. Nadat hij een VBO-opleiding tot verzorger had gevolgd, had z'n moeder hem ongevraagd opgegeven voor de wielerschool. Afgezien van clubkampioenschappen nam Ten Arve nooit aan wielerwedstrijden deel. ,,Volgend jaar m'n eerste.'' Wat gaat hij doen als zijn toekomst geen gestalte krijgt op twee wielen? Met zijn MBO-opleiding sociaal-pedagogisch werk gloort wellicht een mooie loopbaan als groepsleider van moeilijk opvoedbare kinderen of geestelijk gehandicapten.

De aanwezigheid van Ten Arve illustreert het beginsel van de wielerschool dat de leerlingen niet in de eerste plaats op talent worden geselecteerd. Motivatie en doorzettingsvermogen zijn belangrijker criteria, naast de eisen dat de deelnemers minimaal zestien jaar moeten zijn, dienen te beschikken over een licentie van de KNWU, medisch gekeurd zijn, een VBO- of Mavo-diploma aan de muur hebben hangen en duizend gulden overmaken naar het ROC, een extra investering naast de wettelijke bijdrage van 1.822 gulden.

Paul Wolbrink drukt in de gymzaal van het ROC onder toeziend oog van docent Niekolaas dertig kilo omhoog. De 17-jarige leerling straalt ambitie uit. Een prater is hij niet. Typisch een jongen die de pedalen laat spreken. De klassiekers, daar wil Wolbrink schitteren. Via de school maakte hij onlangs kennis met het baanwielrennen. Vrijdag reed hij voor de tweede keer rondjes op het Vélodrome in Amsterdam. ,,Leuk, maar dat is meer iets voor sprinters. Ik hou meer van de lange afstanden.''